Interview Otieno Ong’ayo; Het bereik van Diaspora Gemeenschappen – van land van herkomst naar land van verblijf

Dr. Otieno Ong’ayo is een academisch onderzoeker binnen het Institute of Social Studies (IHS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In zijn postdoc-project onderzoekt hij hoe diaspora-gemeenschappen zich organiseren en hoe zij hiermee het lokale beleid beïnvloeden. In hoeverre zijn transnationale diasporanetwerken politiek betrokken in land van verblijf en herkomst? En welke invloed kunnen zij uitoefenen door middel van deze transnationale praktijken?

Otieno bestudeert in dit onderzoek Ghanese en Ethiopische diasporagemeenschappen in Nederland. Een tweede onderzoeksproject gaat in op de rol die diasporagemeenschappen spelen in humanitaire interventies. De focus ligt hierbij op vluchtelingennederzettingen in Noord-Oeganda en met dit onderzoek wordt gepoogd een genuanceerd inzicht te verschaffen over de interactie tussen mensen en plaatsen en hoe deze worden beïnvloed door sociale processen op zowel mondiaal als lokaal niveau. 

Welke onderzoeksmethoden gebruik je?

Ik doe voornamelijk kwalitatief onderzoek, met een focus op participerende en transformatieve methoden. Ik combineer content analyses met semigestructureerde interviews met zowel sleutelinformanten als focusgroepen en workshops. Hierin zijn grote spelers en belanghebbenden betrokken, zoals bestuurders van diasporaorganisaties, leiders in de gemeenschap, ontwikkelingsorganisaties en beleidsmakers. 

Hoe interdisciplinair is jouw onderzoek?

Voor mijn onderzoeken werk ik samen met onderzoekers vanuit verschillende disciplines (Politicologie, Development studies, Migration studies, Bestuurskunde, Antropologie, Sociologie, Rechten, Gender, Economie). Dit doe ik zowel binnen ISS (Erasmus Universiteit) als daarbuiten (Leiden en Tilburg). 

De interdisciplinariteit is tweeledig. Enerzijds heb ik een achtergrond in Politicologie, Gezondheidsmanagement en Psychosociale wetenschappen en Labour studies en Management wat naar voren komt in mijn onderzoek. Deze combineer ik met input van andere wetenschappelijke disciplines, door samenwerking met andere onderzoekers binnen en buiten ISS. Anderzijds is een kernelement van mijn onderzoek co-creatie, wat betekent dat ik samenwerk met respondenten afkomstig van mijn studiegroepen zoals diasporagemeenschappen, NGO’s, lokale en nationale overheden en bedrijven. Deze benadering zorgt er onder andere voor dat doelgroepen direct betrokken worden in het onderzoeksproces en de uitkomsten. Het is voor mij belangrijk dat de waarden van alle perspectieven meegenomen worden om raakvlakken te vinden van waaruit verandering gerealiseerd kan worden. Deze verandering wordt verwezenlijkt door de gedeelde ontwikkeling van ideeën en het nastreven van oplossingen, tot stand gebracht door de directe ervaringen van de doelgroepen. 

Op welke manier heeft jouw onderzoek impact op de samenleving?

Diasporagemeenschappen, organisaties en gemeentes in Nederland gebruiken onze onderzoeksuitkomsten voor hun lobby en belangenbehartiging, maar ook in beleidsdebatten. Ze zijn betrokken bij het onderzoeksproces door middel van co-creatie – wat op actieve wijze verankerd is in het onderzoeksontwerp. Het wordt ze dus niet opgelegd, maar zij zijn daadwerkelijk een onderdeel van het ontwerp. Het wordt op deze manier mogelijk om een grotere impact en een plaats voor mensen te creëren om hun perspectieven te delen. 

Mijn onderzoek komt steeds vaker terug in de publieke ruimte in Nederland, waar ik de mogelijkheid heb gekregen om mijn bevindingen te presenteren en een deskundige mening heb kunnen geven aan beleidsmakers (het parlement, ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie) en ontwikkelingsorganisaties (Cordaid, Partos). Verder geef ik interviews (de Trouw) met een focus op migratiedynamieken en beleidsdebatten in Nederland. Ik lever input op Nederlands beleid door mijn onderzoek en deelname in overheidsinstellingen en NGOs. Beleidsfunctionarissen worden vaak genegeerd in de discussie en door hen en diasporagemeenschappen erbij te betrekken wordt hun kijk opgenomen in het onderzoeksproces en de uitkomsten. Je zou het kunnen vergelijken met het bouwen van een brug tussen diaspora’s en overheden. Hiervoor organiseer ik bijeenkomsten of discussies per thematisch gebied, waar investeerders in de maatschappij participeren (bijvoorbeeld bedrijven, overheden, studenten, sociale organisaties).  

Op welke manier wil je in de toekomst graag impact maken?

Door het voortzetten van mijn onderzoek en initiatieven. Het gaat allemaal om het synchroniseren van ideeën en het vertalen hiervan naar concrete initiatieven. Dit is een continu proces, dus ideeën worden in de praktijk gebracht en andersom. Het gaat om reflectie, omdat zaken altijd verschuiven in context van complexiteit. Dus, hoe zie je transformatie en verbinding hiertussen om erachter te komen wat er aan de hand is. Ik wil niet dat mijn onderzoeken een eiland zijn; het doel is transformatie. 

Vital Cities and Citizens

Met het Erasmus Initiatief Vital Cities and Citizens wil de Erasmus Universiteit bijdragen aan de kwaliteit van leven in stedelijke gebieden. In vitale steden kunnen de inwoners hun levensdoelen bereiken door educatie, zinvol werk en deelname aan het publieke leven. De vitale stad is een platform voor creativiteit en diversiteit, een veilige ontmoetingsplaats voor verschillende sociale groepen. De betrokken onderzoekers focussen zich op een van de volgende subthema’s: 

•    Inclusieve Steden en Diversiteit 
•    Duurzame en Rechtvaardige Steden
•    Slimme Steden en Gemeenschappen
•    Veerkrachtige Steden en Stedelingen


VCC is een samenwerking tussen Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB), Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) en International Institute of Social Studies (ISS).