Japan breekt record: Olympische Zomerspelen van Tokyo gaat de boeken in als de duurste

De Tijd
Erasmus School of Economics

Na een strijd tussen verscheidene landen, kwam Japan naar voren als de winnaar: het Internationaal Olympisch Comité (IOC) riep Japan uit tot organisator van de Olympische Zomerspelen 2020. Uit de laatste ramingen blijkt nu dat de kosten voor dit evenement gestegen zijn tot de astronomische hoogte van 1.644 miljard yen, ofwel 13 miljard euro. Kunnen de Zomerspelen van Tokio ooit winstgevend zijn en waren deze kosten voorspelbaar? Sporteconoom aan Erasmus School of Economics Thomas Peeters licht de genoemde kosten toe in een artikel van De Tijd.

Vanwege de wereldwijde pandemie moesten de Olympische Zomerspelen van 2020 helaas uitgesteld worden. Hoewel dit er uiteraard aan bijdraagt dat de kosten voor dit evenement oplopen, is dit niet de enige verklarende factor voor het exorbitant hoge prijskaartje. De Japanse commissie die de Zomerspelen moet organiseren, heeft sinds het begin al ontzagwekkende aspiraties gehad: het initiële budget was bijna drie keer zo hoog als de huidige kostenraming met een indrukwekkend bedrag van 30 miljard euro. Ondanks de ogenschijnlijk onvoorstelbare kosten, is Peeters totaal niet verrast: 'Tokio worden met zekerheid de duurste Spelen ooit. Het uitstel is maar één reden. Het evenement wordt elk jaar gewoon duurder. Deze cijfers bevestigen de trend.'

Infrastructuur

Volgens Peeters is de grootste component van het totaalbudget de te bouwen infrastructuur. De IOC eist namelijk dat infrastructuur wordt neergezet die volledig overbodig is voor steden. Peeters verwoordt dit op een overtuigende wijze als volgt: '[...] wanneer heb je nog eens een zwembad nodig waar plaats is voor 5.000 toeschouwers?'. Vóór de pandemie, gaven schattingen aan dat Tokio ongeveer 40 miljoen mensen zou ontvangen voor de Zomerspelen, goed voor een omzet van 100 miljard euro. Een deel van deze raming kan verklaard worden vanwege de kosten van levensonderhoud in de Japanse hoofdstad: vijf dagen Tokio kost gemiddeld al gauw tussen de 2.500 en 3.000 euro. Echter, deze schattingen zijn slechts een idyllisch beeld geworden: bijna met zekerheid kan gesteld worden dat deze cijfers niet behaald zullen worden. Vele westerse landen zullen in de zomer van 2021 al vergevorderd zijn met het vaccineren van hun bevolking, maar de distributie van vaccinaties is zeer oneven: 'Maar wat met de vele Brazilianen, Indiërs of Zuid-Afrikanen die willen komen? Of alle toeristen uit de Arabische landen?'. Volgens Peeters is het terugverdieneffect van de Olympische Zomerspelen altijd negatief. De enige versie die ooit lucratief is geweest, is de editie van 1984 in Los Angeles. Dit was een uitzonderlijk jaar in organisatorisch perspectief, want Los Angeles was de enige stad die bereid was het evenement te organiseren. Dit heeft ertoe geleid dat de kosten veel lager waren, omdat Los Angeles niet hoefde op te bieden tegen andere steden met alsmaar megalomanere projecten.

Mogelijkheden om kosten te drukken

Er zijn slechts twee manieren om de kosten te verminderen. Het meest verstandige en duurzame plan is om één stad aan te wijzen, waardoor ook slechts één Olympische stad gebouwd hoeft te worden. Dit is alleen pure fantasie, aangezien het politiek onmogelijk is om dit plan te bewerkstelligen. Een andere manier om het probleem van te hoge kosten aan te pakken, is door een grotere mate van organisatie tussen steden onderling te bereiken. Zoals Peeters aanwijst, is het mogelijk om een vuist te maken naar het IOC door een maximumbudget af te spreken. Als dit zou lukken, dan hoeven steden niet steeds dieper in de buidel te tasten om de andere steden af te troeven in de strijd om het organisatorschap.

Eén ding is in ieder geval duidelijk: hoewel de Japanse bevolking niet meer gecharmeerd is van de Zomerspelen, zal Tokio te boek staan als de duurste Zomerspelen tot dusver. Om de gouverneur van Tokio te citeren: 'De Spelen zullen doorgaan, op iedere mogelijke manier en tegen elke prijs'.

Universitair Hoofddocent
Meer informatie

U kunt het artikel van De Tijd, 23 december 2020, hier lezen.