Elin de Baan, een geboren en getogen Rotterdammer, deed haar bachelor geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, haalde cum laude haar Master of Arts Stads- en Architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en ging vervolgens aan de slag bij een stedelijk ontwikkelingsbureau. Tot zover het navolgbare deel van haar carrière, want hierna werd ze zeewierboer in Ierland, schaapsherder in Nieuw-Zeeland en is ze nu projectleider bij een groot Nederlands GFT-recyclebedrijf. We spraken haar om te achterhalen of er een methode achter haar opvallende keuzes schuilgaat.
Op papier leek het een logische stap om na haar Master Stads- en Architectuurgeschiedenis bij een stedelijk ontwikkelingsbureau te gaan werken, vertelt Elin, maar haar hart bleek toch ergens anders te liggen. “Het was een hele leuke werkgever, maar na een paar maanden merkte ik dat het begon te wringen. We hadden het voortdurend over duurzaam bouwen en duurzame stedelijke ontwikkeling, maar wanneer ik bijvoorbeeld op conferenties aan mensen vroeg hoe we dat dan concreet gingen doen, vond ik de antwoorden gewoon niet sterk genoeg.”
Ze nam haar ontslag, verhuisde naar Denemarken en schreef zich daar in bij de Biologische Landbouwschool. “Daar had ik via via over gehoord en ik dacht: daar kan ik in de praktijk leren hoe het werkt. Ik zag bijvoorbeeld een duidelijke link tussen de agrarische sector en duurzame bouwmaterialen en dat wilde ik graag onderzoeken.”
De mooiste plek van de wereld
Haar nieuwe opleiding bleek een springplank voor allerlei internationale avonturen, waar ze met enthousiasme over vertelt. “Een groot deel van de opleiding bestaat uit het opdoen van werkervaring en je mag zelf weten waar. Ik heb een tijd in Ierland gezeten, op een zeewierboerderij, omdat ik zeewier een mooi potentieel bouwmateriaal vond. De zeewierteelt is nog niet heel groot in Europa en het is een snel ontwikkelende markt, waar heel veel geëxperimenteerd wordt. Denken en doen kwamen hier mooi samen. Ik heb ook nog even in Italië gezeten op een wat klassieker agrarisch bedrijf."
"En mijn laatste twee jaar van de opleiding heb ik als schaapsherder gewerkt in Nieuw-Zeeland, omdat ik geïnteresseerd was in wol. Ik werkte daar op een boerderij, of ‘station’, zoals dat heet, van 6.000 hectare, met 30.000 schapen, 3.000 stuks rundvee en een team dat voor een groot deel uit honden bestaat.” Haar blik gaat op oneindig. “Ik denk dat ik altijd blijf vinden, hoe oud ik ook word, dat dat de mooiste jaren van mijn leven waren... Voor mij bestaat er geen mooiere plek op aarde. Nog voordat de zon opkomt, stap je op je quad bike en zie je de bergen om je heen ontwaken. Overal herten, pauwen en schapen. Adembenemende vergezichten. Dat werk heeft me op een bepaalde manier kleiner gemaakt. Er is heel weinig ruimte voor ego of grote gedachten over jezelf. Aan het eind van de dag zit je onder de modder, de kak en het bloed, en de volgende dag doe je het weer. Niet te veel ouwehoeren, gewoon hard werken.”
Duurzaamheid moet je doen
Ze denkt dat die mentaliteit haar goed van pas kan komen bij haar verdere carrièrepad. “Ik wil niet alleen maar eindeloos met elkaar aan tafel zitten. Ik geloof dat een doe-instelling kan helpen bij bijvoorbeeld duurzaamheidsvraagstukken. Dat we kijken naar wat we nu, op dit moment kunnen doen. En dat zijn misschien hele kleine stappen, maar dat is ook vooruitgang. Kijk, het liefst zie ik dat we morgen alles opgelost hebben, maar ik weet ook dat dat nou eenmaal minder haalbaar is dan stap voor stap ergens naartoe werken.”
Inmiddels is Elin weer terug in Nederland en werkt ze als projectleider bij een groot GFT-recyclebedrijf dat groenafval van gemeenten verwerkt tot biogas, compost en vloeibare CO₂. Dat is deels een praktische keuze; ze heeft immers inkomsten nodig na haar terugkeer naar Nederland, maar ook een keuze waarmee ze als theoreticus toch met haar voeten in de klei kan staan. “Mijn cv is voor veel mensen best onbegrijpelijk, omdat het alle kanten op schiet. Ze vinden het indrukwekkend, maar ze hebben ook zoiets van: wat moeten we hiermee? De Nederlandse arbeidsmarkt is daar niet per se de makkelijkste in. Maar mijn nieuwe werkgever was juist op zoek naar iemand met mijn profiel: onderzoeksvaardigheden gecombineerd met een agrarische, praktische achtergrond. Wat ik heel positief vind, is dat ik mijn tetanus- en hepatitisprikken van ze krijg. Want dat betekent dat ik naast het theoretische werk ook gewoon tussen het groenafval ga staan in mijn werkschoenen. En daardoor voelt het voor mij als een hele mooie match. Ik ben zelf namelijk trots op mijn brede achtergrond en supergemotiveerd om alles wat ik weet te gaan gebruiken in de praktijk.”
Niet te ver vooruit plannen
Toch klinkt haar huidige baan niet als een eindstation. Waar ze uiteindelijk gaat belanden en welke route ze daarbij gaat volgen, weet ze niet. “Vroeger, ik noem het soms m’n vorige leven, dus voordat ik dit allemaal ging doen, dacht ik nog jaren vooruit. Ik had altijd wel een soort van idee van wat er ging komen. Sinds ik in de landbouw heb gewerkt, is dat anders. Ik plan niet meer zo ver vooruit. Ik weet niet wat ik in de tussentijd tegen ga komen. Of wat ik over een jaar interessant vind. Of wie ik dan ontmoet. Dus ik heb er ook veel schoonheid in gevonden om dat open te laten en gewoon te kijken naar wat er hier en nu voor me ligt.”
Durf te dromen
Ze zou haar mede-alumni vooral adviseren hun eigen pad te volgen en hun dromen na te jagen. “Er zijn denk ik heel veel mensen die dromen, maar het daar vervolgens bij laten. Redenen verzinnen waarom iets niet kan. Dat vind ik zonde. Want vaak kun je je dromen uit laten komen door gewoon die eerste stap te zetten. En je carrièrepad hoeft helemaal geen rechte lijn te zijn. Het kan heel nuttig zijn om ervaring op te doen in allerlei verschillende werkvelden die betrekking hebben op jouw specialisatie. Ook al begrijpen anderen jouw pad misschien niet gelijk, het gaat erom dat jij het begrijpt. Ik denk dat we in de nabije toekomst bruggenbouwers nodig hebben die werelden met elkaar kunnen verbinden. Zeker daar waar we tegenover elkaar staan. Neem bijvoorbeeld het stikstofprobleem en de rol van de boeren daarin. Ik vind zeker niet dat de boeren alleen maar slachtoffer zijn, maar ik heb wel sympathie voor ze. Want ik weet ook hoe hard er gewerkt wordt. Als je niet alleen de beleidsstukken leest, maar je ook verdiept in de praktijk, dan kom je erachter dat er verschillende verhalen naast elkaar bestaan. En elk verhaal heeft wel een kern van waarheid.”
- Meer informatie
Voor meer alumni verhalen, ga naar onze Alumni Interview pagina
- Gerelateerde content

