Marokkanenpaniek: negatief groepsimago leidt tot onzekerheid, stigmatisering en discriminatie

Nederlanders met een Marokkaanse migratieachtergrond zijn steeds vaker succesvol op domeinen als onderwijs, arbeidsmarkt en huisvesting. Tegelijkertijd ervaren zij een negatief groepsimago, vanwege een kleine groep die uitblinkt in sociale problemen en criminaliteit. In zijn proefschrift bestudeert criminoloog Abdessamad Bouabid de negatieve maatschappelijke reacties op ‘Marokkanen’ en de impact van deze reacties op verschillende Marokkaans-Nederlandse jongeren in Nederland. Bouabid promoveert donderdag 27 september 2018 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Vanuit de ‘klassieke morele paniektheorie’ onderzocht Bouabid in zijn proefschrift ‘De Marokkanenpaniek. Een geïntegreerde morele paniekbenadering van het stigma Marokkaan in Nederland’ de maatschappelijke reacties op incidenten waarbij Marokkaanse Nederlanders een rol spelen. Hij deed een kwalitatieve analyse van het mediadiscours en voerde gesprekken met tientallen Marokkaans-Nederlandse jongemannen.

Dreiging voor de Nederlandse cultuur

Uit de analyse van de maatschappelijke reacties concludeert hij dat deze reacties – waarin ‘de Marokkaan’ telkens wordt geconstrueerd als ‘de problematische Ander’ (de ‘folk devil’) – zich richten op specifieke incidenten, maar eigenlijk gericht zijn op een in de samenleving reeds aanwezige latente bezorgdheid ten aanzien van ‘de Marokkaan’. Deze zou een dreiging vormen voor de kernwaarden van ‘de Nederlandse samenleving’. De incidenten en de reacties hierop zijn slechts acute manifestaties (‘signifiers’) van deze onderliggende bezorgdheid: de sociaal-culturele en morele veranderingen in Nederland en de ontologische onzekerheid van de meerderheidscultuur waar de reacties zich eigenlijk op richten. Deze maatschappelijke reacties op ‘Marokkanen’ zijn door deze ‘misplaatstheid’ te kenschetsen als een ‘klassieke morele paniek’, oftewel als ‘de Marokkanenpaniek’.

Pijnlijk

Bouabid deed verder open interviews en (participerende) observaties naar de omgang van Marokkaans-Nederlandse jongemannen in het dagelijks leven met deze negatieve maatschappelijke reacties op ‘de Marokkaan’. Zij geven aan dat ze deze maatschappelijke reacties op ‘Marokkanen’ – ondanks ‘gewenning’ – telkens weer als pijnlijk en denigrerend ervaren. Deze negatieve beeldvorming in het mediadiscours leidt regelmatig tot onzekerheid en ervaringen van stigmatisering en discriminatie in hun dagelijks leven.

Ermee leven

Desondanks hanteren zij voornamelijk relatief milde, inschikkelijke en harmonieuze strategieën om met deze (massa)stigmatisering om te gaan, zoals: de stigmatisering negeren, het stigma weerleggen, het stigma verbergen door zich aan ‘de Nederlander’ aan te passen of bepaalde situaties of plekken vermijden waar stigmatisering zich zou kunnen voordoen. Relatief ingrijpende en/of conflictueuze strategieën zoals: het volledig conformeren aan ‘de Nederlander’, het zich verzetten tegen stigmatisering, het zich volledig isoleren van ‘Nederlanders’ of het volledig internaliseren van het stigma (secundaire deviantie), hanteren zij niet of nauwelijks.

Tot slot leidt een theoretische en empirische herwaardering van de morele paniektheorie in dit proefschrift tot de ontwikkeling van de meer holistische ‘geïntegreerde morele paniektheorie’ waarmee ook andere hedendaagse morele paniek begrepen en verklaard kan worden.

  • Foto van Abdessemad Bouabid

    Over Abdessamad Bouabid

    Abdessamad Bouabid heeft van 2006 tot 2010 Criminologie gestudeerd aan Erasmus School of Law. Na het voltooien van zijn bachelor- en masterstudie werkte hij als onderzoeks-adviseur bij het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement. Tijdens zijn werk daar schreef hij een onderzoeksvoorstel samen met René van Swaaningen en Richard Staring, waarvoor hij in november 2011 de NWO Mozaïekbeurs ontving.

Meer informatie

Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, T (010) 408 1216 E press@eur.nl

Meer nieuws ontvangen? Schrijf je in voor de Erasmus Nieuwsbrief