‘Meer consistente beleidsvoering in het onderwijs’

Beleid wordt niet altijd uitgevoerd zoals het bedoeld is. Een nieuwe koers kan leiden tot beleidsmoeheid: onverschilligheid of cynisme. De oplossing? In haar proefschrift stelt bestuurskundige Nadine van Engen dat consistentie in de uitvoering een positief effect heeft op zinvolheid en legitimiteit van beleid. Van Engen, die onderzoek deed in het onderwijs, verdedigt haar proefschrift op donderdag 10 januari 2019 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De beleidsuitvoering blijft regelmatig achter bij de politieke ambities, zo concludeerde Herman Tjeenk Willink onlangs nog. In haar proefschrift “How Previous Policy Experiences Affect the Frontline: Understanding implementation success and failure through a general policy alienation lens” staat Nadine van Engen stil bij dit contrast tussen ambities en uitvoering. Ook richt ze haar blik op de rol van ‘uitvoerende professionals’ hierbij. Voor haar proefschrift deed Nadine van Engen grootschalig surveyonderzoek onder schoolleiders en leraren.

Regelmatig nieuw en wisselend beleid kan resulteren in beleidsmoeheid: onverschilligheid of cynisme. Mensen ervaren in dat geval ‘algemene beleidsvervreemding’, aldus Van Engen. Dat is van invloed op de wijze waarop ze nieuw beleid beoordelen en in de praktijk brengen.

Beleidsconsistentie leidt tot meer zinvolheid en legitimiteit onder leraren

Op basis van een surveyexperiment onder 779 leraren toont Van Engen aan dat consistente beleidsvoering een positief effect heeft op zinvolheid van het gevoerde beleid – en vooral de legitimiteit hiervan. Het lijkt dus voor politici en beleidsmakers zinvol om vast te houden aan de ingezette koers en weloverwogen om te gaan met beleidsveranderingen. Denk aan het aantreden van een nieuw kabinet of als reactie op een incident.

Het onderzoek laat echter ook zien dat consistentie geen ‘one-size-fits-all’ oplossing is. Het effect van die consistentie wordt beïnvloed wordt door de mate van autonomie die leraren ervaren en zeker ook door de inhoud van het beleid dat wordt gecontinueerd of juist wordt gestopt.

Implementatiesucces

Van Engen wilde ook de kans op succes of mislukking bij het invoeren van beleid beter begrijpen. Hiervoor betoogt ze dat het relevant is een onderscheid te maken tussen de ervaringen van uitvoerende professionals met specifiek (nieuw) beleid en hun algemene ervaringen met beleid.

De onderzoeker ontwikkelde het model van ‘algemene beleidsvervreemding’, waarbij de algemene ervaringen met beleid centraal staan: hoeveel invloed is er op beleid? En hoe zinvol is dat beleid? Als een schoolleider of leraar een positieve grondhouding heeft richting beleid, is deze meer bereid nieuw beleid uit te voeren dan een collega met een negatieve grondhouding – los van hun beoordeling van de inhoud van het nieuwe beleid.

  • Over Nadine van Engen

    Nadine van Engen studeerde Sociologie en Bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar promotieonderzoek is een samenwerking tussen de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Inmiddels is zij werkzaam bij het ministerie van Financiën.

Promovendus
Meer informatie

Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, T (010) 408 1216 E press@eur.nl

Meer nieuws ontvangen? Schrijf je in voor de Erasmus Nieuwsbrief