Negatieve impact van COVID-19 afgenomen, nog steeds veel onzekerheid over inkomen

Tijdens het voorlopige hoogtepunt van de corona-uitbraak, in april, bleek dat een groot deel van de Nederlandse bevolking angstig en onzeker was. Wat is er sinds april veranderd? Dit is onderzocht met een landelijke steekproef met 20.462 respondenten waarbij ook specifiek gekeken is naar de situatie in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. 

Uit het onderzoek  blijkt dat de gevoelens van angst en onzekerheid zijn afgenomen, maar dat vooral kwetsbare groepen nog steeds bang zijn hun baan of inkomen te verliezen. Het vertrouwen in landelijke en lokale overheid is nog steeds hoog, maar wel iets afgenomen ten opzichte van april. De overlast van buren en mensen op straat is sinds april iets toegenomen. Het onderzoek is tot stand gekomen op initiatief en onder leiding van socioloog prof. dr. Godfried Engbersen van de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met politicoloog dr. André Krouwel van de Vrije Universiteit, dr. Katja Rusinovic van de Haagse Hogeschool, en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

Het onderzoek laat zien hoe de maatschappelijke gevolgen van COVID-19 zich in de afgelopen maanden hebben ontwikkeld. In het rapport De heropening van de samenleving worden verschillende aspecten belicht: de sociaal-economische gevolgen; zorgmijding en zorggebruik; omgaan met risico’s, angst en stress; solidariteit en onderlinge hulp; sociale verhoudingen in de buurt; en vertrouwen in instituties, media en mensen. En is er gekeken naar verschillen tussen steden en groepen mensen. De dataverzameling door Kieskompas heeft in juli plaatsgevonden.

Maatschappelijke gevolgen veranderd door afname besmettingen en versoepeling maatregelen

In de periode april-juli is de context veranderd: het aantal besmettingen is afgenomen en diverse overheidsmaatregelen zijn geleidelijk versoepeld. Deze veranderingen zijn terug te zien in de resultaten van het nieuwe onderzoek: mensen voelen zich minder bedreigd door het coronavirus en zijn minder risicomijdend in hun gedrag. Tegelijkertijd zien we dat het vertrouwen in overheid, GGD’s en RIVM sinds april licht is afgenomen. De maatschappelijke veerkracht, die bijvoorbeeld tot uiting komt in de grote mate van bereidheid om anderen te helpen, is gelijk gebleven.

Nog steeds onzekerheid over werk en inkomen

De angst voor baan- en inkomensverlies is vergeleken met april afgenomen. Ondernemers zijn minder onzeker geworden over het voortbestaan van hun bedrijf. De respondenten met de meest kwetsbare positie op de arbeidsmarkt (tijdelijk contract, laagbetaald, slechte gezondheid), voelen zich het vaakst onzeker over het behoud van hun baan. Respondenten die al inkomen verloren hebben als gevolg van de coronacrisis, zijn vaak ruim de helft van hun inkomen kwijt. Somberheid over de toekomst zien we vooral bij zzp’ers. Hoewel zij sinds de versoepeling van de maatregelen vaak weer meer werk hebben, vrezen velen dat hun inkomen niet meer op het oude niveau komt.

Minder zorgmijding

In april vermeed bijna 40 procent van de Nederlanders een bezoek aan de huisarts. Deze zorgmijding is in juli gedaald naar minder dan 20 procent. De mensen die zorg nog steeds mijden vanwege de angst voor besmetting behoren vaker tot kwetsbare groepen: mensen met een lagere opleiding, een lager inkomen en een slechtere gezondheid.

Mentaal welbevinden verbeterd

In april zag driekwart van de Nederlanders COVID-19 als bedreigend voor Nederland, dit is in juli gedaald naar de helft van de bevolking. De verminderde ingeschatte dreiging is ook terug te zien in het gedrag van mensen. Zo wordt de 1,5-meterregel minder streng nageleefd dan in april. Toch zegt nog steeds een overgrote meerderheid zich hieraan te houden. Gevoelens van angst, stress en onzekerheid als gevolg van de pandemie zijn over het algemeen afgenomen. Sommige groepen, vooral jonge stedelingen, ervaren nog wel relatief vaak negatieve gevoelens.

Meer overlast in buurten

De overlast van buren en mensen op straat is sinds april iets toegenomen. Dit is vooral zichtbaar in de grote steden. Nog steeds tonen mensen een grote bereidheid hun buren te helpen als deze hulp nodig hebben als gevolg van de corona-uitbraak.

Vertrouwen in overheid iets afgenomen

In april hadden Nederlanders een groot vertrouwen in overheidsinstanties. Dat zorgde voor een groot draagvlak voor de coronamaatregelen. Het nieuwe onderzoek toont aan dat dit vertrouwen nog steeds hoog is, maar wel is afgenomen. Had in april nog rond twee derde van de respondenten vertrouwen in de landelijke of lokale overheid, in juli is dit afgenomen tot ruim de helft. Ook het vertrouwen in het RIVM en de GGD’s is sinds april iets gedaald, maar nog altijd heeft rond twee derde van de respondenten (veel) vertrouwen in deze instanties.

Verschillen tussen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag

Vanwege de sterke aanwezigheid van kwetsbare economische sectoren (toerisme, horeca) was de verwachting dat de sociaal-economische gevolgen van de coronacrisis in Amsterdam het sterkst zouden zijn. Dit blijkt niet altijd het geval. Zo ligt het aandeel personen dat werk of inkomen heeft verloren in Rotterdam hoger dan in Amsterdam en Den Haag. In Rotterdam en Den Haag vrezen vooral mensen met de laagste inkomens voor baanverlies, in Amsterdam eerder degenen met een hoger inkomen (tussen modaal en tweemaal modaal). Ook vrezen Amsterdamse ondernemers, net als hun collega’s in Rotterdam, relatief vaak voor faillissement van hun bedrijf. Respondenten in de drie onderzochte steden melden vaker dan landelijk gemiddeld dat overlast van buren en op straat sinds de coronacrisis is toegenomen. Vooral in Den Haag zijn er verschillen in de ervaren overlast tussen kwetsbare wijken (Centrum, Laak en Escamp) en andere wijken van de stad. In Amsterdam en Rotterdam lijken de verschillen tussen soorten wijken minder groot.

Nieuwe meting in najaar 2020

De situatie rondom COVID-19 is continu aan verandering onderhevig. In het najaar zal daarom opnieuw een meting verricht worden, alsook verdiepend kwalitatief onderzoek. Dit vervolgonderzoek wordt gefinancierd door ZonMw

Rapport downloaden

De heropening van de samenleving. De maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland / Godfried Engbersen, Marianne van Bochove, Jan de Boom, Jack Burgers, Tom Etienne, André Krouwel, Jeroen van Lindert, Katja Rusinovic, Erik Snel, Afke Weltevrede, Paul van Wensveen, Toine Wentink

Rotterdam, Kenniswerkplaats Leefbare Wijken, september 2020
ISBN  978-90-75289-45-9

Dit rapport maakt onderdeel uit van een reeks onderzoeken naar de maatschappelijke impact van COVID-19. De andere rapporten zijn te vinden op de website van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken.

 

In de media

De coronacrisis raakt ook groepen die dachten dat ze veilig waren. ‘Dit vraagt om nieuw beleid’. Legt prof. dr. Godfried uit in In Trouw.

Corona-onderzoeker dr. Marianne van Bochove in Sociale Vraagstukken: zzp’ers en mensen met een uitkering zijn heel onzeker.

Rotterdammers lijken in juli minder bang voor corona dan een paar maanden eerder, legt dr. Marianne van Bochove uit op Radio Rijnmond

In AT5: Onderzoek over gevolgen coronacrisis: vooral zzp'ers somber over toekomst.

In VNG Nieuws: Corona: vooral kwetsbare groepen blijven bang om baan te verliezen

Doemdenken: het grootste gevaar in de coronacrisis volgens prof. dr. Godfried Engbersen in Reporters Online.

Meer informatie

Marjolein Kooistra, communicatie Erasmus School of Social and Behavioural Sciences, 06 83676038, kooistra@essb.eur.nl