Over racisme in voetbal: “Het kennen van de geschiedenis is een noodzakelijke voorwaarde om verandering te bewerkstellen”

Interview Gijsbert Oonk
Roy Borghouts

Hoogleraar Gijsbert Oonk doet onderzoek doet naar migratie, burgerschap en identiteit aan de Erasmus School of History Culture and Communication. Wat is een staat? Wat is een natie? Wat is een burger? Wie is een burger? Oonk gebruikt sport als een spiegel om naar grote migratie- en identiteitsvraagstukken te kijken.

Hij geeft een voorbeeld. In 2018 werd Frankrijk wereldkampioen voetbal. Binnen Frankrijk ontstond een debat over de vraag in hoeverre het gekleurde Franse team wel een Frans nationaal team was. De Afro-Amerikaanse comedian Trevor Noah stelde dat ‘Afrika wereldkampioen was geworden’ en dat Frankrijk het zonder zijn koloniale verleden nooit had kunnen worden. "In mijn onderzoek laat ik zien dat ons idee van nationale identiteit eigenlijk heel dun is.”

In hoeverre heeft uw onderzoek te maken met de Black Lives Matter-beweging?

“Ik doe onderzoek naar inclusie en exclusie op basis van burgerschap, Black Lives Matter is daar een voorbeeld van. Als je het aan voetbal relateert: wanneer is een speler ‘één van ‘ons’? En wanneer is een speler niet één van ‘ons’? Toen het slecht ging met het Nederlands elftal, ging heel racistisch Nederland los op een foto van een aantal donkere spelers. Als het goed gaat, is het wel één team en is iedereen trots. Mensen identificeren zich graag met succes. Maar als het minder goed gaat, is het interessant om te kijken wie zich dan moet verantwoorden. Spelers van kleur en spelers met een dubbele nationaliteit worden dan vroeg of laat geconfronteerd met een loyaliteitsvraagstuk.”

Steekt racisme vooral de kop op als het niet goed gaat?

“Ja, zo simpel en zo opportunistisch is het vaak wel. Als het goed gaat, is er een groot wij-gevoel. En als het niet goed gaat, is er een wij en een zij. Maar dat is niet alléén racistisch. Ik zit vaak in de Kuip, als het goed gaat, hebben ‘wij’ gewonnen. Als het niet goed gaat, hebben ‘ze’ niet goed gespeeld. We gebruiken als mens gemakkelijk ‘wij’ bij succes, en ‘zij’ als we afstand willen creëren. In mijn inaugurele rede genaamd ‘Voor wie juichen we eigenlijk?’ stel ik de vraag: wie is de ‘wie’ en wie is de ‘we’? In het dagelijks taalgebruik van journalisten in de krant en van politici voor de camera worden die ‘wij’s’ en ‘zij’s’ te pas en te onpas gebruikt, vaak zonder erover na te denken. Toch beïnvloeden deze woorden onze denkwijzen over inclusie en exclusie voortdurend. Als onderzoeker wil ik op een wetenschappelijke manier aantonen hoe dit werkt.”

Alle WK’s van 1930 tot nu: hoeveel mensen staan in een nationaal team die niet in dat land geboren zijn?

“We hebben onderzoek gedaan naar alle WK’s van 1930 tot nu: hoeveel mensen staan in een nationaal team die niet in dat land geboren zijn? We dachten: dat is een relatief nieuw fenomeen, bijvoorbeeld sinds we in Nederland veel Turkse en Marokkaanse immigranten hebben, maar dat blijkt niet zo te zijn. Bij het eerste WK in 1930 speelde Italië met vijf Italianen die in Argentinië waren geboren. Het blijkt dat het percentage constant is: tussen 8 en 12 procent van voetballers op WK’s zijn niet geboren in het land waarvoor ze spelen.”

"Als je kijkt naar Marokko: 17 van de 23 spelers van het Nationaal elftal zijn niet in Marokko geboren."

“Als je kijkt naar Marokko: 17 van de 23 spelers van het Nationaal elftal zijn niet in Marokko geboren. Marokko had in 2018 een team kunnen opstellen met spelers die allemaal in Europa waren geboren. Vanuit het perspectief van de staat is dat vreemd. Vanuit het perspectief van de speler misschien niet. Spelers met een migratieachtergrond kunnen vaak keizen om voor meerdere nationale teams uit te komen. In de Infografic staat het voorbeeld van Adnan Januzai die voor vijf teams had mogen uitkomen. Dergelijke spelers kiezen veelal vanuit het perspectief van hun sportieve carrière. Maar wat ze ook kiezen: het is nooit goed. Voor de Nederlandse Marokkanen die kiezen voor het Nederlands elftal, geldt dat als ze niet goed spelen, ze niet Nederlands genoeg zijn en als ze zouden kiezen voor het Marokkaanse elftal dan zijn ze vroeg of laat niet Marokkaans genoeg. Deze spelers zitten letterlijk tussen twee culturen in. Als het goed gaat, maakt dat niets uit. Als het niet goed gaat, krijgen ze gezeur. Dat zit in de manier waarop we ons Nederlanderschap, of onze nationale identiteit, iedere dag opnieuw een plek willen geven. Alsof we het constant moeten bevechten.”

“Als het niet goed gaat, krijgen ze gezeur. Dat zit in de manier waarop we ons Nederlanderschap, of onze nationale identiteit, iedere dag opnieuw een plek willen geven”

Op welke manier maakt uw onderzoek de wereld beter?

“Eén van de doelen van ons onderzoek is wel om dit te tonen: hoe enthousiast je ook bent in het moment voor een voetbalelftal, realiseer je dat die identificatie heel dun is. De uitkomsten van ons onderzoek worden gebruikt voor het maken van lesmateriaal voor middelbare scholen. Samen met Euroclio hebben we een website gemaakt waarbij de geschiedenis van voetbal gebruikt wordt om verhalen te vertellen over inclusie, exclusie, ongelijkheid, racisme, gender. Op de website footballmakeshistory staan bijvoorbeeld de verhalen van pioniers van de eerste zwarte spelers in Europa en de opkomst van het vrouwenvoetbal tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het kennen van deze geschiedenis is een noodzakelijke voorwaarde om verandering te bewerkstellen. Een volgende stap is om de instituties die deze ongelijkheid in stand houden, aan te pakken. Racisme in voetbal kent een lange geschiedenis. Lang hebben scheidsrechters te weinig oog ervoor gehad, dat verandert nu langzaam.”

Jullie doen onderzoek naar antisemitische spreekkoren bij Feyenoordsupporters, kunt u daar iets over vertellen?

“De Anne Frank Stichting is een project gestart om de antisemitische spreekkoren uit stadions te weren. Bij Feyenoord wordt van alles geroepen over joden, zelf zeggen supporters: ‘Het gaat natuurlijk niet over joden, het gaat over die club in Amsterdam.’ Lang is de reactie vanuit de KNVB en andere professionals geweest: het is maar een kleine groep, het zijn mensen die één op één wel deugen maar in groepsverband vervelend worden. Mede door de AFS worden nu begeleiders van voetbalfans opgeleid om te kijken hoe we hier beter mee kunnen omgaan. Daarnaast krijgen mensen met een stadionverbod een programma aangeboden waarbij de geschiedenis van Tweede Wereldoorlog, de holocaust en geschiedenis van de club met elkaar verbonden worden. Onze promovenda doet onderzoek naar dat programma: hoe is het opgezet, en hoe kan de geschiedenis gebruikt worden om bewustzijn bij supporters en in het stadion te creëren? In toenemende mate zeggen de KNVB en voetbalclubs nu ook: het is niet oké. Straffen alleen helpt niet, we moeten verder kijken, bewustzijn creëren.”

“Het kennen van deze geschiedenis is een noodzakelijke voorwaarde om verandering te bewerkstellen”

Er wordt meer verantwoordelijkheid genomen?

“Ja, dat zie ik wel. En dat zie je in het racismedebat ook. Langzaam maar zeker verandert er iets. Ik denk dat we in die zin een kantelpunt bereikt hebben. Tot nu toe was er steeds sprake van ‘een racistisch incident’. Dan was er even oproer, daarna weer stilte. Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat het aantal racistische incidenten in stadions sinds de jaren negentig niet heel erg is toegenomen. Wat er nu verandert, is dat voetbalclubs en de KNVB steeds meer naar zichzelf gaan kijken. Het probleem bestaat niet meer alleen op het veld en tussen de supporters. Waarom zijn de bestuurders van de voetbalclubs allemaal wit? Waarom zijn de trainers van de jeugdopleidingen voornamelijk wit, terwijl tachtig procent van de spelers een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond heeft? Er wordt nu in toenemen mate gekeken van binnenuit.
Mijn collega Jacco van Sterkenburg heeft een mooi onderzoek gedaan waaruit blijkt dat trainers neigen om mensen met een kleur in de spits te zetten, die moeten explosief zijn, groot en sterk. En een middenvelder of een verdediger moet meer strategisch zijn, en is vaker een witte speler. Je kunt dat statistisch nakijken. Het is op zijn minst vreemd: een talentvolle voetballer zou in principe overal moeten kunnen staan natuurlijk. Waarschijnlijk is dit vanuit de jeugdopleidingen al zo ontwikkeld, en worden bepaalde kinderen meer naar een bepaalde positie gecoacht.”

Zijn deze ‘institutionele’ zaken in het voetbal niet heel moeilijk te veranderen?

“Het in kaart brengen de feiten over het heden en verleden is al een grote stap naar een oplossing. Daarnaast is het creëren van bewustwording belangrijk. Die bewustwording begint op scholen en bij de jeugd. Daarnaast zien we dat er ook in het maatschappelijke debat en bij beleidsmakers en journalisten steeds meer interesse ontstaat voor ons onderzoek. Eén van de grote uitdagingen voor de commissie Mijnals die de KNVB in het leven heeft geroepen om racisme binnen het voetbal aan te pakken, zal zijn om beleid en inzichten om te zetten naar de praktijk.”

Professor