Werknemers promoveren op basis van hun prestaties, ook als zij niet de beste leidinggevenden zijn. Volgens de klassieke theorie van het Peter-principe is dat een recept voor minder effectief management. Nieuw onderzoek van Robert Dur, hoogleraar Economie aan Erasmus School of Economics, laat echter zien dat deze veelgehoorde kritiek niet altijd terecht is.
Het Duitse zakenblad WirtschaftsWoche besteedde onlangs aandacht aan de discussion paper “A Bright Side of Peter-Principle Promotions”, waarin Robert Dur en zijn co-auteurs Kimiyuki Morita en Takeharu Sogo betogen dat het promoten van toppresteerders, onder de juiste omstandigheden, de teamprestaties kan verbeteren.
Hoge verwachtingen kunnen medewerkers motiveren
Het Peter-principe, geïntroduceerd door Laurence J. Peter in 1969, stelt dat medewerkers worden gepromoveerd op basis van hun prestaties in plaats van op basis van hun managementvaardigheden. Eerdere studies lieten gemengde resultaten zien over de vraag of dit ertoe leidt dat organisaties minder uitstekende specialisten en meer middelmatige managers hebben.
Het onderzoek van Dur biedt een genuanceerder perspectief en legt uit waarom promoties op basis van prestaties voor sommige organisaties goed kan werken. De auteurs laten zien dat medewerkers die uitblonken in hun vorige functie vaak hogere prestatieverwachtingen stellen zodra zij manager worden. Die verwachtingen kunnen teamleden aanmoedigen harder te werken en betere resultaten te behalen.
‘Onze analyse laat zien dat promoties op basis van prestaties zeer efficiënt kunnen zijn’, zegt Robert Dur. ‘Wanneer medewerkers sterk reageren op de verwachtingen van hun manager, kunnen organisaties juist profiteren van het promoveren van hun beste presteerders.’
Wanneer toppresteerders tot manager maken het beste werkt
De onderzoekers benadrukken dat deze voordelen waarschijnlijk niet overal gelden. De positieve effecten worden naar verwachting het grootst in omgevingen waar individuele inzet in belangrijke mate de teamprestaties bepaalt, zoals in sales-organisaties.
Daarentegen blijven leiderschapsvaardigheden belangrijker voor succes in teams waarin samenwerking, coördinatie en gezamenlijke besluitvorming essentieel zijn.
Hoe verwachtingen en werkcultuur de uitkomsten beïnvloeden
De auteurs merken ook op dat de hoogte van de verwachtingen van de manager en de mate waarin medewerkers aan die verwachtingen willen voldoen, een belangrijke rol spelen.
Hogere verwachtingen kunnen leiden tot een hogere uitstroom van minder presterende medewerkers. Als de lonen hoog zijn, kan dit voor organisaties behoorlijk kosteneffectief zijn.
Dit kan echter ongewenste gevolgen hebben als de lonen laag zijn. Dan is hogere uitstroom kostbaar en kunnen de verwachtingen van de manager buitensporig worden. ‘Hoogpresterende medewerkers promotie geven kent ook een andere kant van de medaille.’ Volgens Dur kan dit leiden tot meer stress, lagere werktevredenheid en mogelijk een toename van medewerkers die besluiten de organisatie te verlaten.
Wat dit betekent voor een academische omgeving
Dur merkt op dat de theorie van de auteurs wordt ondersteund door bestaand onderzoek in academische context. Globaal genomen presteren faculteiten die worden geleid door een decaan met een sterker wetenschappelijk profiel beter dan die met een gemiddelder wetenschappelijk profiel. ‘Natuurlijk zijn managementkwaliteiten ook van belang, maar deze studies suggereren dat we voorzichtig moeten zijn met een te grote afhankelijkheid van zogeheten professionele managers,’ aldus Dur.
- Professor
- Meer informatie
Lees de discussion paper “A Bright Side of Peter-Principle Promotions” hier.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics, rdegroot@ese.eur.nl, mobiel: 06 53 641 846.
- Gerelateerde content
