Van collegezaal naar culturele praktijk: Ellen Loots en Marjelle Vermeulen winnen ENCATC Award

Ellen Loots en Marjelle Vermeulen zijn de laureaten van de 2026 Best Teaching and Educational Practice Award van het European Network on Cultural Management and Policy (ENCATC). Met hun mastervak Assessing the Impact of Arts and Creativity in Society brengen de collega’s van Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) en Impact Centre Erasmus (ESE) studenten rechtstreeks in contact met culturele organisaties en concrete maatschappelijke impactvraagstukken. “Het bijzondere is dat onderwijs, onderzoek en praktijk hier voortdurend op elkaar inspelen.”

Waarom is dit vak juist nu zo relevant?

Ellen: Er is steeds meer aandacht voor de brede maatschappelijke waarde van cultuur. Niet alleen binnen de culturele sector zelf, maar ook bij beleidsmakers en internationale organisaties. Zo betoogt econoom Mariana Mazzucato in haar recente publicatie The Public Value of Arts and Culture dat kunst en cultuur niet als een kostenpost, maar als een investering in maatschappelijke en economische ontwikkeling moeten worden beschouwd. Ook de Verenigde Naties hebben het belang van cultuur voor duurzame ontwikkeling nadrukkelijker op de agenda gezet: 2027–2036 is uitgeroepen tot de International Decade of Culture for Sustainable Development. Cultuur wordt daarmee steeds nadrukkelijker gezien als een kracht die kan bijdragen aan urgente maatschappelijke vraagstukken en uiteenlopende transities.

Tegelijkertijd staan culturele organisaties voor de vraag hoe ze die impact zichtbaar kunnen maken. Impactonderzoek is waardevol om beter te begrijpen wat je als organisatie daadwerkelijk bereikt, welke mechanismen daaraan bijdragen en hoe je daar vervolgens op kunt sturen.

En daar begint jullie vak?

Marjelle: Precies. Assessing the Impact of Arts and Creativity in Society is een keuzevak voor masterstudenten met uiteenlopende achtergronden: studenten die vanuit een kunstopleiding hun managementvaardigheden willen ontwikkelen, studenten uit businessopleidingen die in de culturele en creatieve sector willen werken, en alles daartussenin.

Gedurende acht weken werken zij aan een concrete impactvraag van een culturele organisatie. We formuleren die vraag samen met de organisatie. Vervolgens maken de organisaties een korte video waarin ze zichzelf en hun vraag aan de studenten voorstellen, waarna we de organisaties en studenten aan elkaar koppelen.

Daarmee nemen studenten echt verantwoordelijkheid voor een vraag uit de beroepspraktijk. Het gaat een stap verder dan een gastcollege of een excursie: studenten doen zelfstandig onderzoek, maken inhoudelijke keuzes en vertalen hun bevindingen naar inzichten en aanbevelingen waar de organisatie daadwerkelijk mee verder kan.

Dat levert inmiddels een behoorlijk netwerk op.

Ellen: Zeker. We hebben nu zes edities achter de rug. Zo’n dertig organisaties uit het brede culturele domein hebben met bijna honderdvijftig studenten samengewerkt. Dat varieert van gevestigde instellingen zoals het Van Gogh Museum en het Mauritshuis tot kleinere initiatieven zoals N8W8, de Rotterdamse organisatie voor nachtcultuur en nachtbeleid, en Emergence Delft, een studentenassociatie van de TU Delft die met kunst de gevolgen van technologische ontwikkelingen wil verbeelden. Ook de gemeente Rotterdam en ondernemingen op het gebied van duurzame mode, zoals MUD Jeans en United Repair Centre, hebben meegedaan.

N8W8 Group

Marjelle: Wat we zelf heel bijzonder vinden, is dat de samenwerking inmiddels verder gaat dan de duur van het vak. We werken ook met afgestudeerde studenten. Afgelopen jaar brachten bijvoorbeeld oud-studenten casussen van het Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam en het gebedshuizenfestival Heilige Huisjes in het vak in. Met een andere alumnus hebben we samen de impactsectie van een succesvolle Horizon Europe-aanvraag ontwikkeld. Zo ontstaat een ecosysteem waarin onderwijs, praktijk en onderzoek elkaar voortdurend versterken.

Die wisselwerking is precies wat de jury van ENCATC in jullie aanpak waardeerde. Wat maakte volgens de jury het verschil?

Marjelle: De jury benadrukte vooral de verbinding tussen academisch leren en de beroepspraktijk en het beleid. Het vak ontwikkelt niet alleen het kritisch denkvermogen van studenten, maar ook praktische vaardigheden die zij later in hun werk kunnen inzetten. Daarnaast speelt de groeiende aandacht voor maatschappelijke impact in de culturele sector een belangrijke rol. De jury waardeerde dat onze aanpak overdraagbaar is naar andere onderwijs- en culturele contexten.

Impact Magazine

Ellen: Dat laatste vinden we belangrijk. We hebben het vak niet alleen ontwikkeld om onze eigen studenten iets te leren. We willen methodes ook delen met andere docenten en onderwijsinstellingen. Daarom ontwikkelden we eerder een magazine over het vak. Daarin laten we zien wat studenten voor culturele organisaties kunnen betekenen en geven we studenten voorbeelden van impactstudies van voorgangers. Tegelijkertijd maakt het magazine onze onderwijsaanpak toegankelijk voor collega’s die zelf met vergelijkbaar onderwijs aan de slag willen.

Maar de kennis die in het vak ontstaat, blijft niet binnen de onderwijspraktijk. De impactvraagstukken waarmee studenten werken, sluiten aan bij actuele beleidsvragen, en de methodes en inzichten die daaruit voortkomen gebruiken we inmiddels ook in onze samenwerking met beleidsmakers. Zo ontstaat een wisselwerking waarin praktijkvragen niet alleen het onderwijs voeden, maar via onderzoek en nieuwe methodes ook kunnen doorwerken in de ontwikkeling van cultuurbeleid.

Jullie vertalen die inzichten naar concrete methodes en tools.

Marjelle: Ja. Een belangrijk onderdeel van het vak is de Theory of Change. Daarmee leren studenten niet alleen te beschrijven welke impact een organisatie heeft, maar ook na te denken over de mechanismen die die impact mogelijk maken. Dat is iets waar studenten later in hun beroepspraktijk veel aan kunnen hebben, maar waar ook de organisaties zelf mee verder kunnen in hun impactwerk.

Daarnaast hebben we de theorie vertaald naar een beslisboom die organisaties helpt bepalen wat zij het beste kunnen meten wanneer ze hun impact willen onderzoeken. Die gebruikten we in een opdracht van het ministerie van OCW, waarin we Nederlandse instellingen in de Basisinfrastructuur begeleiden bij het scherper formuleren en versterken van hun impact.

Jullie vak wordt daarmee niet alleen een onderwijspraktijk, maar ook een onderzoeksomgeving.

Ellen: Absoluut. Dat is voor ons een van de interessantste aspecten van het vak. De inmiddels ongeveer dertig impactrapporten van studenten bevatten een schat aan informatie over verschillende vormen van impact én over de mechanismen die daaraan bijdragen. Dat bracht ons op het idee om een impactwiel te ontwikkelen. Met behulp van AI en menselijke interpretatie brachten we terugkerende impactdimensies en werkzame mechanismen in de rapporten in kaart. 

Daaruit komt een breed beeld naar voren. Culturele organisaties realiseren niet alleen artistieke impact, maar dragen vaak ook bij aan gezondheid en welzijn, diversiteit en inclusie, ecologische en maatschappelijke duurzaamheid, talentontwikkeling en cultureel ondernemerschap.

Marjelle: Neem gezondheid en welzijn. Deelname aan een culturele activiteit kan bijvoorbeeld nieuwe ontmoetingen, verbindingen en vriendschappen stimuleren en daarmee bijdragen aan het tegengaan van eenzaamheid. Het gevoel ergens bij te horen kan bovendien iemands welzijn versterken. Cultuurdeelname kan ook bijdragen aan zelfvertrouwen en persoonlijke groei. Het impactwiel helpt ons om zulke effecten niet alleen zichtbaar te maken, maar ook te begrijpen welke mechanismen eraan ten grondslag liggen.

Wat maakt die wisselwerking tussen onderwijs, onderzoek, en praktijk voor jullie zo waardevol?

Marjelle: Juist dat ze elkaar voortdurend versterken. Een vraag uit de praktijk leidt tot onderwijs, het onderwijs levert nieuwe inzichten op, die inzichten leiden weer tot onderzoek en nieuwe tools, die vervolgens opnieuw kunnen worden toegepast in de praktijk en in beleid.

Ellen: En het mooie is dat iedereen daar iets aan heeft. Studenten leren door bij te dragen aan echte maatschappelijke vraagstukken, organisaties krijgen nieuwe inzichten, en wij worden als docenten en onderzoekers voortdurend uitgedaagd om onze kennis en methodes verder te ontwikkelen. Het onderwijs is daarmee niet alleen een plek waar kennis wordt overgedragen, maar ook waar nieuwe kennis en nieuwe praktijken ontstaan. Die voortdurende wisselwerking maakt dit vak voor ons zo bijzonder!

Onderzoeker
Meer informatie


Heb je persgerelateerde vragen? Contact onze persvoorlichter Marit Haven: 06 24 57 89 59
Voor meer informatie, e-mail ons via communicatie@eshcc.eur.nl

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen