In een groter huis wonen leidt niet automatisch tot meer geluk. De voordelen van extra woonruimte vervagen snel zodra mensen hun woning gaan vergelijken met die van hun buren. Clément Bellet, universitair docent op het gebied van marketing aan Erasmus School of Economics, licht dit mechanisme toe in The Washington Post.
Bellet beschrijft dit verschijnsel als het McMansion-effect. Zijn onderzoek laat zien dat de tevredenheid die mensen ervaren na een verhuizing naar een groter huis grotendeels verdwijnt wanneer nabijgelegen woningen nog groter zijn. Voor welzijn is niet de absolute grootte van een huis doorslaggevend, maar hoe die zich verhoudt tot de grootste huizen in de buurt.
Volgens Bellet leidt deze op vergelijking gebaseerde dynamiek tot een collectieve patstelling. Wanneer huishoudens met elkaar concurreren om steeds grotere woningen, neemt de gemiddelde woninggrootte toe, maar gaat niemand er daadwerkelijk op vooruit. Net als in een stadion waar iedereen gaat staan om beter te kunnen zien, heffen individuele acties elkaar op, waardoor het algehele welzijn gelijk blijft of zelfs afneemt.
Tot slot zet Bellet de Amerikaanse nadruk op grote, private woningen af tegen de Europese context. In Europa is welzijn minder afhankelijk van de woning zelf en meer van de toegang tot beloopbare wijken, publieke ruimtes en sociale infrastructuur. Dit vermindert de druk op wonen als statussymbool en helpt verklaren waarom kleinere woningen toch kunnen samengaan met een hoge levenstevredenheid.
- Universitair Docent
- Meer informatie
U kunt het volledige artikel van The Washington Post van 6 januari 2026 hierboven downloaden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics, rdegroot@ese.eur.nl, mobiel: 06 53 641 846.
