Current facets (Pre-Master)

Verplichtstelling van niet-financiële verslaggeving: Een misstap of een stap vooruit?

Verplichtstelling van niet-financiële verslaggeving: Een

Door: Karen Maas en Marjelle Vermeulen

In 2014 nam Nederland de EU richtlijn voor niet-financiële verslaggeving aan. Deze EU richtlijn verplicht organisaties met meer dan 500 werknemers om verslag te doen over hun niet-financiële prestaties. 

Nederland vertaalt de richtlijn uiterlijk eind 2016 in wetgeving maar is vrij om de EU richtlijn aan te scherpen.

Met de richtlijn beoogt de overheid de transparantie op het gebied van milieu, sociale en arbeidsomstandigheden bij organisaties te vergroten, maar ook de performance van de organisaties op deze onderwerpen te verbeteren. In welke mate de verplichtstelling van deze niet-financiële verslaggeving daadwerkelijk leidt tot de gewenste impact is echter op voorhand moeilijk aan te geven. In opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is onderzocht welke veranderingstheorie, oftewel Theory of Change (verder afgekort tot ToC), hieraan ten grondslag ligt, welke aannames hierbij worden gemaakt, in welke mate deze aannames door wetenschappelijk onderzoek zijn te onderbouwen, en welke terugkoppelingen een rol spelen tussen het rapporteren over niet-financiële informatie en de daadwerkelijk performance van organisaties.

Effecten van niet-financiële verslaggeving

Onderzoek naar de oorzaken van de toenemende aandacht voor niet-financiële verslaggeving is een veelvuldig voorkomend thema. Zo zijn de veranderende verwachtingen van stakeholders, voordelen zoals groei mogelijkheden, de economische crisis, en (veranderend) overheidsbeleid genoemd als oorzaken. Ook is er veel onderzoek gedaan naar de interne en externe effecten van niet-financiële verslaggeving voor de organisatie. Hoewel de literatuur negatieve effecten aantoont (bijvoorbeeld ‘Thicking the Box’ gedrag, onduidelijkheid rondom indicatoren of een verwachte toename in kosten), tonen de resultaten ook veel positieve effecten. Zo zou het publiceren van niet-financiële informatie leiden tot een verhoogde geloofwaardigheid, een verhoogde transparantie, een verhoogde stakeholder tevredenheid, een verhoogde stakeholder betrokkenheid en een verbeterde bedrijfsreputatie. Intern zou niet-financiële verslaggeving bijdragen aan goede besluitvorming, toenemende business kansen, verbeterde inzichten in duurzame innovatie kansen en de invoering van duurzame activiteiten. Al met al is de opvatting dat niet-financiële verslaggeving vele kansen biedt en het daarom is toe te juichen dat de overheid deze kansen reguleert door wetgeving. Of toch niet?

Of de bovengenoemde positieve effecten van niet-financiële verslaggeving zich zullen voordoen in elke context, valt te betwisten. De meeste onderzoeken die de effecten van niet-financiële verslaggeving analyseren richtten zich namelijk op een context waarbij de verslaggeving vrijwillig was. De effecten in een vrijwillige context verschillen mogelijk van de effecten in een verplichte context, waarbij de inhoud van de verslaggeving wordt gereguleerd door wet- en regelgeving. Tot op heden is weinig onderzoek verricht naar de verschillen in effecten van vrijwillige en verplichte niet-financiële verslaggeving. In hoeverre leidt verplichtstelling van de overheid tot andere effecten dan vrijwillige niet-financiële verslaggeving door organisaties? Een antwoord op deze vraag is belangrijk om de verwachte effectiviteit van de vertaling en aansluitend de implementatie van de eerdergenoemde EU richtlijn te bepalen.                 

Vrijwillig versus verplicht

Niet-financiële verslaggeving is initieel van de grond gekomen als een vrijwillige activiteit van organisaties. Tegenwoordig zien we een verschuiving naar publiek beleid en overheidsbemoeienis en wordt internationaal regulering van niet-financiële verslaggeving in toenemende mate als instrument gezien om duurzaamheid van prestaties te verbeteren. Onderzoek naar de effecten van verplichte niet-financiële verslaggeving toont positieve resultaten, zoals betere vergelijkbaarheid, transparantie en geloofwaardigheid van de informatie. Daarnaast kan verplichte verslaggeving ook leiden tot kwalitatief betere rapportages. Echter, onderzoek wijst ook uit dat verplichtstelling van verslaggeving kan leiden tot negatieve effecten. Zo zou de productiviteit van organisaties afnemen, zorgt het voor extra kosten, leidt het tot PR en greenwashing en is zelfs in een studie een verslechtering van milieu en sociale impacts gevonden. Het opleggen van verplichtingen aan organisaties blijkt niet altijd te motiveren en kan zelfs de intrinsieke motivatie om bedrijfsprestaties te verbeteren wegnemen. Koplopers worden vaak afgeremd door de strakke criteria van een verplichte richtlijn, terwijl achterblijvers hier juist bij zijn gebaad.

Aanbevelingen

Een richtlijn zou zowel de koplopers als de volgers en de achterblijver moeten stimuleren om zich verder te ontwikkelen (o.a. bewustzijn creëren omtrent materiële kwesties). Gebaseerd op bestaande onderzoeken en andere literatuur hebben we een veranderingstheorie, oftewel Theory of Change (ToC), opgesteld die de (potentiële) impacts van vrijwillige én verplichte niet-financiële verslaggeving weergeeft. <media 2128726>Figuur 1</media> toont een versimpelde versie van deze ToC. <media 2128727>Figuur 2</media> toont de uitgebreide versie met daarin concrete factoren, gevolgen, impacts en effecten die gerelateerd zijn aan vrijwillige en verplichte niet-financiële verslaggeving.

Hoewel zowel vrijwillige als verplichte niet-financiële verslaggeving leidt tot transparantie, leidt dit niet per definitie tot vergelijkbaarheid, het managen van prestaties of tot het verbeteren van prestaties. Of vrijwillige of verplichte verslaggeving leidt tot niet-financiële prestatieverbetering (de tweede doelstelling van de Nederlandse overheid) is dan ook afhankelijk van de manier waarop organisaties door de nieuwe richtlijn gestimuleerd worden om na te denken over niet-financiële aspecten.

Om dit wel te realiseren is het essentieel dat er niet alleen een focus op duidelijke meetbare indicatoren is (met het oog op vergelijkbaarheid), maar dat ook aandacht wordt gegeven aan organisatie specifieke materiële kwesties, strategieën en processen. Dit geeft inzicht in de huidige stand van zaken, de grootste niet-financiële kansen en risico’s, en de gebruikte strategieën om risico’s te beperken en kansen te maximaliseren. Organisaties moeten de meet- en rapportage resultaten kunnen gebruiken om externe en interne transparantie te vergroten, maar ook om zichzelf te verbeteren. 

Daarnaast zal de organisatie de gerapporteerde informatie kunnen gebruiken om in discussie te gaan met elkaar en met hun stakeholders. Op diverse niveaus kan interne feedback (binnen de organisatie) en externe feedback (van diverse stakeholders) een organisatie helpen de betekenis van de resultaten om te zetten in actiepunten en verbeterpunten. Op het moment dat een overheid deze aspecten meeneemt in de implementatie van de richtlijn, heeft niet-financiële verslaggeving de potentie om niet-financiële prestaties van organisaties te verbeteren. Dit zou een grote stap vooruit betekenen. Echter, als een overheid een richtlijn implementeert die slechts ‘ticking the box’ van organisaties stimuleert leidt dit weliswaar tot vergelijkbaarheid, maar performance management en performance verbetering is dan niet gegarandeerd. Dat zou absoluut een gemiste kans zijn.

CV

Karen Maas is Academic Director van het Impact Centre Erasmus (ICE). Daarnaast is zij programma directeur van de CSR Executive opleidingen van Erasmus School of Accounting & Assurance. Haar onderzoek richt zich o.a. op impact meten, Corporate Social Responsibility en impact investing.

Marjelle Vermeulen werkt als onderzoeker bij het Impact Centre Erasmus (ICE). Samen met Karen Maas richt zij zich op de onderwerpen impact meten en Corporate Social Responsibility. 

Meer informatie

Klik hier om het onderzoeksrapport van Karen Maas en Marjelle Vermeulen te lezen.