“Wanneer je organen kunt maken, heb je een goed alternatief voor transplantatie”

Prof. dr. Luc van der Laan is hoogleraar in Liver Regenerative Medicine aan Erasmus MC en werkt als Scientific Leader binnen het Medical Delta programma Regenerative Medicine 4D. Op 29 november vindt zijn oratie ‘Heel de lever’ plaats. Die titel bevat beide kanten van zijn onderzoek: het genezen van leverziekten en het genereren van een volledig orgaan. De leerstoel is mede mogelijk gemaakt door Stichting Erasmus Trustfonds

Een volledig orgaan maken: kan dat?

Ja, maar dan hebben we het over de lange termijn. Ons onderzoek richt zich op twee gebieden. Het eerste is reconstructie, waarbij het gaat om tissue engineering - het construeren van een functionerend stukje weefsel uit verschillende bouwstenen. Zie het als een soort bio-Lego: we maken van stamcellen een steigerwerk en vullen dat op tot een stukje lever. Uiteindelijk zou je vanuit die techniek een volledige lever kunnen maken.
Het tweede gebied gaat over disease modelling. Daarmee kijken we op microschaal naar ziektemodellen. Dat doen we door een mini-orgaan van stamcellen te maken, of een onderdeel ervan met alleen de functionele eigenschappen. We kunnen het ziekteverloop bestuderen en bijvoorbeeld medicatie testen. Zo kun je bekijken hoe een ziekte ontstaat, hoe je die kan controleren en eventueel kunt genezen.

Wat gaat het betekenen als het straks inderdaad mogelijk is om een hele lever te maken?

Ik ben bioloog en aangesteld bij Heelkunde. De chirurgen waarmee ik werk houden zich bezig met orgaantransplantaties van voornamelijk levers en nieren. Voor niet goed functionerende nieren is er een alternatief in nierdialyse, maar voor de lever is er niks. Als een lever niet goed functioneert, leidt dat tot de dood. We kampen met een enorm donortekort en bovendien een tekort aan kwalitatief goede organen. En dan is er ook nog het risico van afstoting van een donororgaan. Wanneer je organen kunt maken uit de eigen stamcellen van de patiënt, heb je een heel goed alternatief.

Omdat het nog niet mogelijk is een heel orgaan te maken, richten we ons nu op delen ervan. De galgang is bijvoorbeeld heel belangrijk voor het goed functioneren van de lever. De structuur is minder complex en je hebt minder cellen nodig om een functionerend stukje galgang te maken. Binnen een aantal jaar zal het mogelijk zijn een deel van de galgang te vervangen.

Wat is de rol van Medical Delta in dit onderzoek?

Voor mijn onderzoek is het heel belangrijk dat regenerative medicine een Medical Delta programma is geworden. Ik kan nu bijvoorbeeld onderzoek doen naar leververvetting en de bijdrage hiervan aan leverziekten. De collega’s in Leiden houden zich bezig met regenerative medicine op het gebied van bot en kraakbeen. Dat is heel wat anders, maar uiteindelijk werken we allemaal met complexe weefsels in een kweekbakje en kunnen we veel van elkaar leren.

Ik ben heel blij met dit soort versterkingen van onderzoeksteams. Met name ook op technisch gebied helpt de infrastructuur van Medical Delta ons. Zodra je weefsel maakt dat wat groter is, heb je een hart/long/niersysteem nodig dat cellen van zuurstof en voedingstoffen voorziet. Daar komt heel veel techniek bij kijken. Binnen de samenwerking van Medical Delta kan dat. En dat slaat aan: inmiddels heeft de Maag Lever Darm Stichting ook aangegeven te willen participeren.

Vinden mensen het niet heel griezelig, een orgaan uit een laboratorium?

Dit soort thema’s kennen een bepaalde ‘yuk-factor’. Maar ethische afwegingen zijn vrij theoretisch. Zodra mensen zelf patiënt worden, wordt dat totaal anders. Dan ben je blij met wat er kan. Wat scheelt, is dat we ons in dit geval beperken tot menselijke cellen en zelfs tot de cellen van de patiënt in kwestie. Door vandaaruit een orgaan op te bouwen voor de patiënt, omzeil je afstotingsverschijnselen en medicatie daartegen, die ook nog eens veel bijwerkingen heeft. Met cellen uit het eigen lichaam kun je op microschaal testen hoe een ziekte op een bepaalde behandeling zal reageren, voordat je het op de patiënt probeert.

Hoe ver zijn de ontwikkelingen inmiddels?

Veel mensen zijn erg optimistisch, maar je moet ook realistisch zijn. Want behalve met stamcellen, waar we nog lang niet alles van weten, heb je te maken met de omgeving van die stamcellen. Die bepaalt uiteindelijk mede wat de stamcel wel of niet gaat kunnen. De komende jaren zit daar de uitdaging. Een doorbraak in dat onderzoek zal zorgen dat we sneller gaan.

In de praktijk zijn de eerste resultaten met disease modelling al realiteit. Het zit nu nog in de experimentele fase. Een orgaan maken gaat langer duren. Ik hoop het natuurlijk nog mee te maken, al verwacht ik dat het eerder ná dan vóór mijn pensioen werkelijkheid wordt. Het zou orgaantransplantatie overbodig maken, maar zelfs nadat de eerste patiënten een gekweekt orgaan krijgen, moet je nog zeker vijf tot tien jaar wachten om te kijken of dat ook echt goed functioneert.

Het zou toch fantastisch zijn om het nog mee te mogen maken.

Zeker. Iedereen die in de biomedische wetenschap werkt, is op de één of andere manier gemotiveerd om impact te hebben. Iedereen heeft wel vrienden, kennissen of familieleden die ziek zijn. Ik heb zelf een broer verloren aan darmkanker en je voelt dan meteen weer hoe kwetsbaar de mens is. Je moet niet de illusie hebben dat je mensen op korte termijn beter gaat maken, maar je kunt op langere termijn wel een bijdrage leveren. Met kleine stapjes kan je onderzoek wel degelijk een impact hebben op de samenleving en uiteindelijk op individuele patiënten. Dat motiveert enorm.

Dit artikel verscheen eerder op Medical Delta.