Regeringen zetten centrale banken regelmatig onder druk om de rente te verlagen, in de veronderstelling dat ruimer monetair beleid hun kansen bij verkiezingen vergroot. Op basis van 385 parlements- en presidentsverkiezingen in 18 landen tussen 1900 en 2020 vinden onderzoekers Yao Chen, Florian van Genderen en Felix Ward van Erasmus School of Economics geen bewijs dat een renteverlaging zittende regeringen helpt om meer stemmen te behalen.
Geen aantoonbare electorale winst
In hun discussion paper “Does Easy Money Win Elections?” schatten de onderzoekers het effect van renteveranderingen op het stemaandeel van zittende regeringen. Een eenvoudige vergelijking van rentes en verkiezingsuitslagen zou misleidend zijn. Centrale banken verlagen de rente vaak wanneer het slecht gaat met de economie, en een zwakke economie kost regeringen stemmen. Bovendien dringen regeringen die verwachten te verliezen mogelijk het hardst aan op een lagere rente. De onderzoekers kijken daarom naar landen die hun munteenheid hadden gekoppeld aan die van een ander land en kapitaal vrij over de grens lieten stromen. Deze landen moesten de rente van dat andere land volgen, waardoor hun rente meebewoog met de economische omstandigheden in het buitenland in plaats van in het eigen land. Net als politieke druk verandert dit de rente ten opzichte van het niveau dat de centrale bank zelf zou hebben gekozen.
De resultaten laten zien dat een gebruikelijke renteverlaging (0,91 procentpunt over een regeerperiode) naar schatting geen verandering oplevert in het stemaandeel van de zittende regering. De onderzoekers kunnen grote electorale voordelen uitsluiten. Een bescheiden effect blijft mogelijk, maar zou alleen van belang zijn bij verkiezingen die beslist worden door een zeer kleine marge.
De uitkomsten blijven hetzelfde bij verschillende alternatieve analyses. Zo onderzoeken Chen, Van Genderen en Ward of kiezers vooral reageren op het monetaire beleid in het laatste jaar vóór de verkiezingen, of het effect verschilt wanneer de economie zwak is of de inflatie hoog, en of renteverhogingen andere gevolgen hebben dan renteverlagingen. Geen van deze analyses levert bewijs dat een ruimer monetair beleid tot electorale winst leidt.
Alleen mogelijk doorslaggevend bij nek-aan-nekraces
De onderzoekers bekijken ook of renteverlagingen verkiezingsnederlagen hadden kunnen voorkomen. In de onderzochte periode verloren zittende regeringen in 104 gevallen hun parlementaire meerderheid of het presidentschap. Op basis van de centrale schatting zou een gebruikelijke renteverlaging geen van deze nederlagen hebben voorkomen. Bij de bovengrens van het geschatte effect, met een eenzijdige betrouwbaarheid van 95 procent, hadden 15 nederlagen mogelijk kunnen worden voorkomen. Het ging daarbij steeds om verkiezingen met kleine verschillen.
Implicaties voor de onafhankelijkheid van centrale banken
Regeringen die centrale banken onder druk zetten om de rente te verlagen, gaan ervan uit dat dit zich uitbetaalt in het stemhokje. Deze studie ondersteunt deze veronderstelling niet. De economische kosten van zulke politieke druk zijn daarentegen wel aangetoond. Eerder onderzoek laat zien dat politieke druk op centrale banken de inflatie en de inflatieverwachtingen opdrijft zonder dat de productie stijgt. Druk uitoefenen op de centrale bank brengt dus duidelijke economische kosten met zich mee, terwijl de electorale opbrengst beperkt lijkt.
De conclusie van de auteurs is dan ook dat de verkiezingsuitslagen van de afgelopen eeuw geen bewijs bieden voor het idee dat 'easy money' regeringen aan de macht houdt. De meest waarschijnlijke electorale winst van een renteverlaging is verwaarloosbaar, en een grote winst kan worden uitgesloten. Hooguit kan een bescheiden effect de doorslag geven bij uitzonderlijk spannende verkiezingen.
- Universitair Hoofddocent
- Promovendus
- Universitair Hoofddocent
- Meer informatie
Voor vragen neemt u contact op met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 641 846.
- Gerelateerde content
