Zijn trainers van de beste voetbalclubs eigenlijk middelmatig?

De Correspondent
Erasmus School of Economics

Volgens econoom Marko Terviö zijn de meeste bekende voetbaltrainers zogeheten middelmatige supersterren, bijvoorbeeld Dick Advocaat. Hoewel het plausibel klinkt dat deze middelmatige trainers hun lange carrières te danken hebben aan het old boys network, zijn er ook andere, rationele redenen. In een artikel van De Correspondent legt Thomas Peeters, sporteconoom aan Erasmus School of Economics, deze redenen uit en onderbouwt hij de theorie van Terviö aan de hand van zijn onderzoek.

In het artikel van Terviö worden middelmatige supersterren (mediocre superstars) gedefinieerd als mensen met middelmatige talenten, terwijl ze opereren op belangrijke en zichtbare plekken in hun markt. De reden dat ze deze posities weten te behouden hoewel er ook andere, onbekende maar getalenteerdere mensen zijn, is vanwege hun zichtbaarheid en het simpele feit dat ze al belangrijke posities bezetten: omdat bedrijven weten wat ze in huis halen als ze deze mensen aannemen als CEO, trainer of manager, zijn ze meer gewild en staan ze op het lijstje van 'veilige gokken'. Anderen krijgen niet de kans om hun meerwaarde aan te tonen, totdat de voormalige middelmatige supersterren met pensioen gaan. Aangezien deze mensen echter op een comfortabele positie zitten en een goed salaris verdienen, duurt dit erg lang. Om Dick Advocaat nog maar eens te noemen: hij is reeds 73 jaar oud, maar nog steeds actief en erg gewild als trainer. 

Eureka-moment

Toen Peeters het artikel las, ervoer hij naar eigen zeggen een 'Eureka-moment': volgens Peeters lijkt de voetbalindustrie deze theorie op het eerste gezicht exact te volgen. Voetbalspeler worden constant in de gaten gehouden, wat ertoe leidt dat ze de allerbeste spelers moeten zijn en constant moeten presteren om deel uit te mogen maken van een gerespecteerd voetbalteam. De meeste voetbaltrainers blijken echter redelijk oud te zijn en niet al te best. Om dit te onderzoeken, heeft Peeters een dataset gebruikt die de prestaties van Engelse voetbalclubs en trainers van de afgelopen 40 jaar bevat. Dit is de beste proxy om deze prestaties te beoordelen, aangezien de voetbalindustrie zich niet goed leent voor double blind experimenten waarbij nieuwe, onervaren trainers de kans zouden krijgen om zich te bewijzen in prestigieuze divisies. 

De data lijkt in overeenstemming te zijn met de theorie van Terviö: Peeters wijst op het feit dat de prestatiebeoordelingen van de trainers laten zien dat ze gemiddeld gezien een 4 of 5 op een schaal van 1 tot 10 krijgen. Uit het onderzoek bleek nog iets merkwaardigs: men zou verwachten dat Engelse voetbalclubs in het algemeen gebruikmaken van zulke beoordelingen als minimumgrens bij het aannemen van een nieuwe trainer. De gemiddelde nieuwe, onervaren trainer heeft eenzelfde score als het gemiddelde van de industrie, maar hebben uiteraard wel nog groeipotentie. Uit de data blijkt echter dat vele trainers die zelfs onder het gemiddelde scoren, aangenomen worden. In Peeters artikel, geschreven in samenwerking met Terviö en Stefan Szymanski ('The Survival of Mediocre Superstars in the Labor Market’), bieden ze een mogelijke uitleg voor dit gegeven: zekerheid. Peeters: 'als je als club tegen degradatie vecht’, zegt Peeters, ‘dan is dat precies wat je wilt'. Dit is verstandig, aangezien een club die degradatie probeert te voorkomen niet op zoek zou moeten zijn naar een onontdekte supertrainer: de competitie winnen is op een dergelijk punt zeer onwaarschijnlijk, terwijl het gevaar op degradatie reëel is. 

De effecten van nieuwe trainers kansen geven

Als de slechtste middelmatige supersterren het veld zouden ruimen voor nieuwe trainers, dan zou voetbal als geheel een kwaliteitsimpuls krijgen. Volgens berekeningen van Peeters zou de kwaliteit van de trainers als geheel toenemen met 0,1 standaarddeviatie. Dit getal klinkt niet heel opwindend, maar Peeters licht de betekenis ervan op een krachtige wijze toe: 'dat zijn twee of drie Jürgen Klopps, Pep Guardiola’s of José Mourinho’s per generatie. Dat lijkt me toch niet weinig’. Voor degenen die niet bekend zijn met de voetbalwereld: deze trainers worden beschouwd als de beste trainers van hun generatie, harde werkers en innovators. 

Meer informatie

U kunt het volledige artikel van De Correspondent, 1 april 2021, hier lezen.