Kan Europese regelgeving een bijdrage leveren aan het tegengaan van de uitholling van de belastinggrondslag in Europa?

Door: Rolph van Ovost

Het afgelopen jaar is in de politiek en in de EU rumoer ontstaan over het feit dat (grote) multinationals hun belastingdruk verlagen door gebruik te maken van belastingverdragen, rulings en brievenbusmaatschappijen. Hierbij vindt er zogenoemde uitholling van de belastinggrondslag (het winstbedrag waar uiteindelijk vennootschapsbelasting over moet worden betaald) plaats, waardoor de totale af te dragen vennootschapsbelasting wordt gedrukt. Vooral de rulings hebben de afgelopen periode op extra belangstelling van de Europese Commissie kunnen rekenen.

Fiscale rulings worden onder andere toegepast om regelingen inzake verrekenprijzen te bevestigen[1]. Met verrekenprijzen (of transfer prices) worden de prijzen bedoeld die voor commerciële transacties tussen verschillende concernonderdelen worden berekend. Verrekenprijzen beïnvloeden de hoogte van de belastbare winst aan concernentiteiten die in verschillende landen zijn gevestigd. Door deze verrekenprijzen kan een multinational winst verschuiven en voorkomen dat haar dochterondernemingen in landen waar ze actief zijn een “normale bijdrage” (de zogenaamde fair share) leveren aan de belastingopbrengst[2]. Indien het bedrijf zeker wil zijn van de fiscale aanvaardbaarheid van verrekenprijzen kan ze met de fiscus in overleg treden. Indien dat overleg tot een resultaat leidt waar beiden zich in kunnen vinden wordt dat vastgelegd in een ruling. In principe is dan ook met rulings niets mis, want de fiscus heeft die immers zelf als betrokken partij gesloten. Een punt is wel dat het niet altijd even duidelijk is wat nu de ‘juiste’ zakelijke prijs is. Aldus kan ook bij een ruling dus nog wel wat winst worden verschoven in vergelijking tot een transactie tussen voltrekt onafhankelijke partijen. Ook de Europese Commissie is er bang voor dat rulings de belastinggrondslag negatief kunnen beïnvloeden[3]. Zaterdag 17 januari 2015 pleitten de commissarissen Margrethe Vestager (mededinging) en Pierre Moscovici (belastingen) in Trouw voor een hernieuwde inspanning om een gezamenlijke belastinggrondslag voor bedrijven van de grond te krijgen. Ze stelden voor om de conceptrichtlijn van de CCCTB (Common Consolidated Corporate Tax Base)  – kort gezegd een eenduidige winstgrondslag voor multinationals - in 2015 nieuw, of opnieuw leven in te blazen. De conceptrichtlijn is indertijd mede vanwege de financiële crisis niet verder gekomen dan het voorstadium van conceptrichtlijn[4].

Kan de CCCTB een oplossing bieden?

De CCCTB bevat regels die voor alle ondernemingen dezelfde grondslag voor heffing van de vennootschapsbelasting bepalen. De bedoeling is dat in de lidstaat waar de hoofdvestiging van een concern is gelegen aangifte wordt gedaan van de resultaten van het gehele concern. Hierdoor hebben onder andere verliezen in de ene staat invloed op winsten in een andere lidstaat. Door de samenvoeging van de resultaten is geen sprake van problemen in de transfer pricing, die vaak de katalysator zijn voor het verplaatsen van de winst; rulings die daarop betrekking hebben worden dan verleden tijd. De winst wordt dan vervolgens door middel van een sleutel verdeeld over de lidstaten waarin het concern actief is[5].

Keuzerecht

Een probleem van de CCCTB is echter dat het een optioneel systeem is. Elke onderneming kan voor de CCCTB kiezen. (art. 6 Concept richtlijn). Dit betekent dat elk bedrijf gaat berekenen welke regeling voor hem gunstig is, de CCCTB of het vennootschapsbelastingsysteem van de werklanden. Is er geen voordeel zullen ze er niet voor kiezen. Het Europees parlement heeft voorgesteld de CCCTB voor de Europese vennootschappen (SE’s en SCE’s) na twee jaar “proefdraaien” verplicht te stellen en voor de overige vennootschappen die Europees actief zijn na vijf jaar. Dat zou er in elk geval toe leiden dat op termijn de keuzemogelijkheid verdwijnt.

Conclusie

Als de CCCTB een vrijblijvende belastinggrondslag blijft, kan het voor sommige multinationals een uitkomst zijn. Als ze al goede en mogelijk voordelige rulings hebben met de fiscus, zullen die bedrijven zeker niet kiezen voor de CCCTB. Als de CCCTB verplicht wordt voor bedrijven die in de EU actief zijn wordt de grondslag voor de bedrijven hetzelfde, waardoor er een gelijkwaardiger speelveld ontstaat. Daardoor zal het verschil in belastingdruk door rulings en ontgaansconstructies in de EU afnemen, en kan de CCCTB een oplossing zijn. Om het tot een succes te maken moet de vrijblijvendheid er in elk geval af. Of multinationals dan routes zullen kiezen die buiten Europa omgaan is waarschijnlijk, maar een vraag die alleen door invoering kan worden beantwoord. Of Nederland moet instappen in de CCCTB? Vooralsnog is de opbrengst voor Nederland negatief, en zijn de afgesloten rulings economisch te belangrijk. Dus alleen instappen als de afdracht aan de EU voor Nederland wordt verminderd met het economische nadeel dat we leiden met de invoering.

[1] Er zijn veel soorten tax-rulings. Doorgaans wordt onder een ruling verstaan; “een schriftelijke uitleg van de belastingdienst hoe een belastingregeling in een concrete situatie uitwerkt”. Zo kunnen partijen zekerheid verkrijgen over bepaalde handelingen en welke fiscale gevolgen er aan die handelingen verbonden zijn.

[2] Er wordt dan in landen met een hoge belastingdruk weinig winst gemaakt.

[3] Waarbij er naar vele afspraken (rulings) tussen concerns en belastingdiensten wordt gekeken. De Commissie is bang dat in sommige afspraken belastingvoordelen zijn gegund aan grote concerns. Dit zou staatssteun kunnen inhouden.

[4] Concept richtlijn van 16 maart 2011 Com (2011) 121 definitief.

[5] Hoofdstuk XVI van de Conceptrichtlijn.


Publicatiedatum: 23 februari 2015