Testimonials

Testimonials

225 resultaten

  • Alumni in the Spotlight | Mr. dr. Munish Ramlal

    Mr. dr. Munish Ramlal - Beleidsadviseur Nationale Ombudsman

    Dan stond ik ineens college te geven voor duizend man en soms aan vrienden. Geweldig!
    Munish Ramlal
    Dan stond ik ineens college te geven voor duizend man en soms aan vrienden. Geweldig!

    Munish Ramlal (1982) heeft op jonge leeftijd al een heel EUR-leven achter de rug. Hij kwam ooit binnen als mr.drs.-student en kwam zo in aanraking met Erasmus School of Law (ESL). Daar bleef hij ook na zijn afstuderen actief. Hij was wetenschappelijk medewerker, promoveerde, begeleidde student-assistenten en was actief als manager external affairs. In 2012 zette hij een moeilijke stap door de EUR achter zich te laten en aan de slag te gaan als beleidsadviseur van de Nationale Ombudsman.

    Stil

    Wie met Munish Ramlal spreekt merkt dat Ramlal zelfverzekerd overkomt en welbespraakt is. Dat is niet altijd het geval geweest zo vertelt hij. “Vroeger was ik een stille, dat is sinds de studietijd wel anders.” Ramlal behoort tot een eerste generatie studenten. Hij kwam van het gymnasium en koos voor het mr.drs.-programma in Rotterdam. “Daar kwam ik in een andere wereld terecht met veel diversiteit en vrijheid. Ik leerde dat allemaal kennen tijdens de Eurekaweek.” Van huis uit had hij een ‘niet lullen maar poetsen’-mentaliteit meegekregen die hij uiteraard terugvond in Rotterdam. “Ondanks dat ik nog een tijd bij mijn ouders bleef wonen, voelde ik me daardoor snel thuis.”

    Waar economie minder beviel was Ramlal wel heel tevreden over rechten. “Hoewel de studie me niet veel moeite kostte heb ik het toch gedaan. Met name prof. Marc Loth, toen hoogleraar Inleiding tot de rechtswetenschap was een echte inspirator.” Tijdens zijn studie werd Ramlal mentor van eerstejaarsstudenten. “Daar heb ik in feite mijn angst om te spreken overwonnen. Als zo’n groep studenten je vragend aankijkt moet je wel. Ik heb van het mentorschap misschien nog wel meer profijt gehad dan van de studie zelf.”

    Munish Ramlal is ook nog ambassador geweest en lid van de faculteitsraad. Het was daarom ook niet zo gek dat hij binnen de faculteit bekend was. Na zijn afstuderen werd hij door decaan Marc Loth gevraagd om docent te worden voor de oefenrechtbank. “Dan stond ik ineens college te geven voor duizend man en soms aan vrienden. Geweldig! Hoe groter hoe beter!” Na twee jaar stopte Ramlal omdat hij advocaat wilde worden. “Bij het advocatenkantoor waar ik de sfeer mocht proeven in mijn tijd als docent, was ik na een week alweer weg. Dat leverde een gespannen afscheidsgesprek op, maar ik wist al snel dat de bedrijfscultuur daar niet bij me paste.”

    'Wat nu?'

    “Na mijn abrupte afscheid zat ik wel even met het gevoel van ‘wat nu'? Toen stelde decaan Loth voor om te promoveren en zo kwam ik terecht bij hoogleraren Suzan Stoter en Nick Huls die een spannend rechtssociologisch onderzoek wilden starten.” Dat was, na de inspirerende colleges en de vraag om docent te worden, de derde keer dat Marc Loth een belangrijke rol in Ramlals leven speelde. “Ik wilde echter niet voltijds alleen maar promoveren. Ik kreeg gelukkig de ruimte om een tijd bij het ministerie te werken, om een programma voor student-assistenten op te zetten en ik werkte een tijd voor de afdeling Development.” Ramlal promoveerde op een proefschrift met als titel ‘Naar een glazen wetgevingshuis’. Dit proefschrift gaat over de invloed die lobbyisten hebben bij de ambtelijke voorportalen waar wetsvoorstellen worden geschreven.

    Ruim een jaar na zijn promotie trok Ramlal de deur van de EUR achter zich dicht en vertrok hij om beleidsadviseur van de Nationale Ombudsman te worden. Daar adviseert hij als staflid de Nationale ombudsman. “Het was moeilijk om weg te gaan bij ESL, maar ik heb er geen spijt van. Ik heb geleerd dat soms wisselen van omgeving je heel veel brengt.”


    Publicatiedatum: 1 september 2014
    Aangepast: 26 april 2018

    Munish Ramlal
  • Alumni in the Spotlight | Mr. Jeroen Recourt

    Mr. Jeroen Recourt - Tweede Kamerlid PvdA

    Het goed functioneren van onze waardevolle democratische rechtsstaat gaat niet vanzelf, dat vergt onderhoud. Juristen moeten dat onderhoud plegen
    Jeroen Recourt
    Het goed functioneren van onze waardevolle democratische rechtsstaat gaat niet vanzelf, dat vergt onderhoud. Juristen moeten dat onderhoud plegen

    Mr. Jeroen Recourt is na een carrière bij de reclassering en als rechter (zowel in Amsterdam als op Aruba) inmiddels alweer enige tijd actief als Tweede Kamerlid voor de PvdA.

    Ongeschoold

    Op de vraag waarom Jeroen Recourt aan Erasmus School of Law is gaan studeren, vertelt hij een anekdote: "Ik werkte bij de reclassering in Dordrecht op het bureau alternatieve straffen dat toen dreigde te worden gesloten. Een collega stond tijdens een discussie op en zei: 'Hoe kan dat nou, we zijn hier zo goed bezig. We hebben een jurist, een pedagoog en zelfs een ongeschoolde!' Na enig nadenken realiseerde ik mij dat ik die ongeschoolde was en het leek me hoog tijd daar verandering in te brengen."

    Vanuit zijn werk voor de reclassering had Recourt al interesse voor het strafrecht ontwikkeld, vandaar dat hij in deeltijd Rechtsgeleerdheid ging studeren. Dat beviel goed: "Rechten paste mij als een jas." Professor Winkel is Recourt bijgebleven omdat hij heel enthousiast college gaf en altijd een brilletje op het bord tekende bij belangrijke zaken. Wat hij toen niet begreep, maar later wel is gaan waarderen, is waarom hij privaatrechtelijke boeken van professor Van Dunné moest lezen terwijl de inhoud voor de praktijk niet relevant was. Later begreep hij dat dit bij de academische vorming hoorde.

    Mijn tip: “Volg niet alleen juridische vakken, maar ook vakken die reflecteren op het recht of multidisciplinaire vakken.”

    .

    Raio

    Na zijn afstuderen is Recourt toegelaten tot de Raio (Rechterlijk ambtenaar in opleiding). Dit heeft hij als een fantastische tijd ervaren. Tijdens de opleiding is hij in het kader van een stage een jaar beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van de PvdA geweest. Na een carrière als rechter heeft hij zich in 2010 verkiesbaar gesteld voor het Kamerlidmaatschap en werd hij de jurist van de Tweede Kamerfractie van de PvdA.

    Het werk als politicus bevalt Recourt heel goed. "Het is een eervolle en maatschappelijk relevante baan. Er zit wel een dubbelheid aan de functie: aan de ene kant is het ambacht, hard werken om wetten te controleren, amendementen indienen et cetera. Daarnaast, en dat staat bijna los van de inhoud, heb je de enorme media aandacht voor incidenten. Ook dat hoort erbij."

    Waardering

    Recourt heeft in zijn werkzaamheden ontzettend veel plezier van zijn studie Rechtsgeleerdheid. In Rotterdam had je veel zogeheten 'integratievakken' waarbij meerdere disciplines met elkaar verbonden werden, daar heeft hij veel aan gehad. Door zijn brede opleiding is hij ook breed inzetbaar. "Ik waardeer mijn studie enorm."

    Aan studenten wil hij twee dingen meegeven. "Allereerst dat het voor een goed jurist belangrijk is om niet alleen juridisch inhoudelijke vakken te volgen, maar ook vakken te volgen die reflecteren op het recht. Daarnaast komen veel juristen op hoge functies in het openbaar bestuur bij de overheid terecht. Ik vind dat wij samen verantwoordelijk zijn voor het goed functioneren van de waardevolle democratische rechtsstaat. Dat gaat niet vanzelf, de rechtsstaat vergt onderhoud. Juristen moeten dat onderhoud plegen. Er is weinig begrip en daardoor draagvlak voor het systeem van checks and balances. Juristen hebben dat begrip wel en moeten daarom zorgdragen voor de democratische rechtsstaatgedachte."

    Publicatiedatum: 18 maart 2014

    Jeroen Recourt
  • Alumni in the spotlight | Mr. Hein van Oorschot

    Hein van Oorschot - Voorzitter college van bestuur NHTV Breda

    Realiseer je dat je op de universiteit meer een manier van denken leert dan een vak
    Hein van Oorschot
    Realiseer je dat je op de universiteit meer een manier van denken leert dan een vak

    Mr. Hein van Oorschot is voormalig burgemeester van Delft en voormalig voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Nu vervult hij dezelfde functie aan de NHTV Breda.

    Hein van Oorschot zat in Leiden op school en was een echte bèta-scholier. Hij oriënteerde zich op geologie en ging naar de open dag van die studie in Leiden. "Daar bleek echter dat die studie wel erg veel natuur- en scheikunde bevatte en dat het beeld dat ik had van op laarzen door de modder in Afrika banjeren, niet klopte. Ik zou vooral veel in een lab zitten."

    Banjeren in de modder

    "Nadat geologie niks voor mij bleek te zijn wist ik het niet meer. Op advies van mijn vader deed ik een test en daar kwam een vreselijk advies uit: Nederlands, sociologie, economie of rechten. Met Nederlands had ik het idee dat je alleen maar leraar kon worden, sociologie was in die tijd toch vooral iets voor linkse activisten, economie had mijn vader gedaan en viel om die reden al af, dus bleef rechten over."

    De keuze voor Rotterdam was er vooral vanwege het relatief grote aandeel economie in de studie. "Ik wist meteen dat ik geen specifiek juridisch beroep zou gaan beoefenen en wilde me breed oriënteren. Mijn interesse lag toen al vooral in beleid. Daarnaast wilde ik graag uit huis, dus was Leiden geen optie. Maar de hoofdreden om voor Rotterdam te kiezen was de combinatie met economie."

    Mijn tip: “Je studie is meer dan alleen studeren, dus probeer je breed te ontwikkelen en jezelf te vormen. Het opdoen van levenservaringen is net zo belangrijk als het vergaren van kennis.”

    .

    Leuke dingen

    Van Oorschot begon de studie voorspoedig, maar besloot na het eerste semester om de focus iets te verleggen en ook leuke dingen naast de studie te doen. "Veel vakken rondde ik vanuit de boeken af, ik bezocht maar enkele colleges en dan vooral vanwege de geweldige docenten.”

    Naast zijn studie werd Van Oorschot lid en later praeses van studentenvereniging Laurentius. Ook werd hij landelijk voorzitter van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV). De studie en zijn studententijd hebben hem heel veel geleerd: "de sociale empathie, je eerste contacten leggen, het organiseren van dingen." Van Oorschot schreef twee scripties en doordat die Staats- en Bestuursrechtelijk van aard waren studeerde hij in dat rechtsgebied af. Uit zijn tijd in Rotterdam heeft hij drie dingen meegenomen: "De analytische manier van denken van een jurist, het kunnen leidinggeven en organiseren, hoewel ik dat later heb uitgebouwd in de praktijk, en een aantal vrienden uit mijn jaarclub van Laurentius, waarmee ik nog steeds twee keer per jaar een weekend wegga."

    Levenservaringen en kennis

    “Je studie is meer dan alleen studeren, dus probeer je breed te ontwikkelen en jezelf te vormen. Ga op kamers en werk aan een sociaal leven. Het opdoen van levenservaringen is net zo belangrijk als het opdoen van kennis. Realiseer je ook dat je op de universiteit meer een manier van denken leert dan een vak. 70% van de studenten werkt na tien jaar in een andere sector dan waarin ze zijn afgestudeerd.

    Focus je daarnaast niet alleen op de grote bedrijven. Het is veel leuker om bij een middelgroot bedrijf bijvoorbeeld een breed inzetbare directiesecretaris te worden en daar met je poten in de klei te staan, dan om je te focussen op een klein onderdeel bij een groot bedrijf. Dat werkt bevredigender en die kleinere bedrijven en daarmee Nederland hebben dat trouwens ook nodig.”

    Publicatiedatum: 6 maart 2014
    Aangepast: 26 april 2018

    Hein van Oorschot
  • Alumni in de Spotlight | Mr. André Seebregts

    Mr. André Seebregts - Strafrecht advocaat en mede-oprichter Seebregts&Saey Strafrechtadvocaten

    Met bevlogen mensen keihard werken.
    Logo Erasmus School of Law
    Met bevlogen mensen keihard werken.

    André Seebregts (1971) is strafrechtadvocaat en medeoprichter van het Rotterdamse kantoor Seebregts & Saey Strafrechtadvocaten. Hij is tevens lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (specialisten vereniging). Hij studeerde eerst economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Na het afronden van die studie heeft hij ook de studie rechtsgeleerdheid in Rotterdam afgerond, aan Erasmus School of Law.

    Economie en rechten

    André Seebregts is in feite rechten in Rotterdam gaan studeren doordat hij er eerder al was begonnen aan de studie economie. “Ik kwam naar Rotterdam voor economie, maar het leek me zeer interessant om rechten erbij te doen.” Dat het ‘zeer interessant’ was bleek snel. Je hoeft het woord ‘strafrecht’ bij Seebregts maar te laten vallen of hij veert en fleurt helemaal op. “Ik ben groot liefhebber van het strafrecht. Wat mij daarin aanspreekt is dat het semi-intellectueel is, maar daarnaast ook ‘met je poten in de modder’. Een benadering die overigens wel bij Rotterdam past. Wat mij het meest aanspreekt is het elke dag weer zorgen dat het openbaar ministerie zich aan de regels houdt.” Toch was het meer dan strafrecht alleen dat Seebregts aan rechten beviel.

    “De studie in het algemeen is mij goed bevallen, ook arbeidsrecht en ondernemingsrecht vond ik leuk. Strafrecht trok alleen meer omdat dat het échte (klassieke) advocatenwerk is. Zeker in het begin ren je van zaak naar zaak en sta je vaak te pleiten in de rechtbank. Later schuif je meer op van de ‘gestolen chokotoff’-zaken naar grotere zaken. Zo behandelt ons kantoor nu veel terrorisme zaken. In dergelijke zaken gaan de autoriteiten vaak tot het randje van hetgeen toelaatbaar is. Of er overheen. De belangen voor mensen zijn in het strafrecht enorm. Of het nou gaat om een langdurige gevangenisstraf of een uitlevering naar een ander land. Ook dat aspect spreekt me erg aan.”

    Way of life

    Seebregts is geboren in het buitenland en had ook het idee om na zijn afstuderen in het buitenland te gaan werken. Het in aanraking komen met strafrecht gooide wat dat betreft roet in het eten. “Ik wist na mijn studie dat ik in het strafrecht verder wilde. Dat ik daarvoor mijn buitenlanddroom moest opgeven had ik daar graag voor over. Het avontuur dat ik in het buitenland zocht vond ik nu in het strafrecht. Ik reis vrij veel voor mijn werk, bijvoorbeeld voor het horen van getuigen of het spreken met cliënten. Onlangs ben ik nog op verzoek van een mensenrechtenorganisatie als internationaal waarnemer aanwezig geweest bij een proces in Egypte. Ik ontmoet tijdens die reizen  veel interessante, gedreven mensen. Dat werkt inspirerend. Met bevlogen mensen keihard werken is het mooiste dat er is.” Seebregts werkt hard, maar ziet dat zelf eigenlijk niet zo. “Het is bij mij niet zo dat ik werk tot 5 uur en dan pas begin te leven, strafrecht is voor mij een “way of life”. Dat zie je wel meer bij mensen die het aardig doen in dit vak. Ik ben er continu mee bezig en dat is ook de charme van het vak.” Zijn advocaatstage van drie jaar deed Seebregts nog bij andere kantoren, direct nadat die stage erop zat, begon hij zijn eigen kantoor. “Ik had naast mijn studie al een eigen bedrijf in administratiewerkzaamheden, het ondernemen zat er bij mij dus al vroeg in.” Seebregts let in zijn aannamebeleid, los van of iemand goede cijfers haalde tijdens de studie, op wat hij de ‘can do-mentaliteit’ noemt. “Het is door de aard van de strafrechtpraktijk van belang dat advocaten geen 9 tot 5 mentaliteit hebben. Onze cliënten houden namelijk ook geen rekening met normale werktijden. Niemand die je vraagt ‘schikt het als ik aanstaande dinsdagochtend een bank overval?’ Men doet maar en wij moeten opspringen en gaan rennen. Het voordeel van ondernemer zijn is dat je zelf mag kiezen met wie je werkt”. Seebregts kantoor bestaat inmiddels vijftien jaar en hij heeft niet de ambitie om qua aantal veel groter te worden. “Acht advocaten is voor ons kantoor een mooi aantal. Je hebt voldoende kritische massa om uitstekende kwaliteit te kunnen leveren en het is toch nog overzichtelijk. De ambitie is nu vooral om nog mooiere zaken nog beter te doen.”

    Erasmus Universiteit Rotterdam

    Seebregts is zijn tijd aan de Erasmus nog niet vergeten. Dat blijkt onder andere uit het feit dat zijn kantoor in Rotterdam is gevestigd, maar het kantoor is ook een official partner van Erasmus School of Law. Seebregts zegt daarover: “Ik heb een goede opleiding genoten aan de EUR en heb er ook een mooie tijd gehad. We vinden het ook van belang dat studenten zo goed mogelijk worden opgeleid. En ik blijf vanuit de praktijk natuurlijk nieuwsgierig naar het niveau van de alumni van Erasmus School of Law. De helft van de advocaten van ons kantoor hebben aan Erasmus School of Law gestudeerd.” Over wat Seebregts aan huidige studenten wil meegeven is hij heel duidelijk: “Kies wat je leuk vindt, werk hard en zorg dat je met bevlogen mensen werkt.”

    Publicatiedatum: 14 juli 2014

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Mr. dr. Vincent Mul

    Vincent Mul - Senior rechter Rechtbank Rotterdam

    Kijk goed rond, ga zien dat het ook anders kan en neem dan de juiste beslissing.
    Vincent Mul
    Kijk goed rond, ga zien dat het ook anders kan en neem dan de juiste beslissing.

    Mr. dr. Vincent Mul is vice-president van de Rechtbank Rotterdam. Daarvoor was hij werkzaam als docent/onderzoeker aan Erasmus School of Law. In die tijd promoveerde hij op het proefschrift ‘Banken en Witwassen’ bij prof. Hans de Doelder. Die had hij dan weer leren kennen toen De Doelder decaan was en Mul studentbestuurslid van de faculteit, tijdens zijn studie rechten. Uiteindelijk zei Mul in 2005 de faculteit toch vaarwel, om voltijds als rechter aan de slag te gaan.

    Maatschappij

    Vincent Mul is niet gaan studeren met een duidelijk toekomstbeeld. “Ik had meerdere interesses en dat leidde er ook toe dat ik mij voor meerdere studies had ingeschreven. Mijn betrokkenheid bij de maatschappij maakte dat ik uiteindelijk voor rechten koos.” Waar de keuze voor rechten duidelijk behoorlijk goed overdacht is, bleek de keuze voor Rotterdam een veel pragmatischere grondslag te hebben: “Rotterdam was dichtbij waar ik woonde en ik vond het leuk om nog een tijd bij mijn ouders te blijven wonen.”

    Dat de keuze voor Rotterdam eentje was die praktisch gestuurd was betekent niet dat de keuze niet beviel. “Het is me uitstekend bevallen. Ik heb er uiteindelijk zes jaar gestudeerd en ben in die tijd ook lid geweest van het faculteitsbestuur. Een functie die me redelijk wat tijd kostte. Na mijn tijd op het faculteitsbureau mocht ik aan de slag als student-assistent van prof. Hans de Doelder. Als je me vraagt wat me is bijgebleven dan zou ik moeten zeggen dat ik het toch wel bijzonder vind bij de laatste lichting van prof. Ter Heide te horen, alvorens hij letterlijk stierf in het harnas. Hij overleed in de lift op weg naar een college. Dat maakte wel indruk op me. Daarnaast waren er in die tijd wel meer bijzondere dingen. Zo hadden we een hoogleraar Staatsrecht, Van Maarseveen, die anarchist was.”

    Mijn tip: “Denk serieus na over een togaberoep, dat ligt het meest in het verlengde van de studie. Maar ga ook buitenspelen. Bekijk hoe het ook anders kan en neem dan de juiste beslissing.”

    .

    Strafrecht

    Hoewel Mul eerst in de richting van het privaatrecht ging, trok het strafrecht hem al snel meer. Zo schreef hij een scriptie over de strafrechtelijke aspecten van de fusie. Na het afstuderen bleef hij zoals hij het zelf zegt ‘hangen’ bij strafrecht. Hij werkte veel samen met prof. De Doelder, die hem vervolgens ook aanraadde te gaan promoveren. Dat wilde Mul wel, maar dan niet fulltime. Dat resulteerde erin dat Mul naast zijn promotie aan de slag ging voor het Erasmus Centre for Penal Studies (ECPS). “Binnen het ECPS haalden we fondsen op voor de faculteit door middel van extern gefinancierde klussen. Zo gaven we veel cursussen aan politie en justitie en deden we behoorlijk wat advieswerk.”

    Na de afronding van zijn proefschrift in 1999 werd Mul al snel rechter-plaatsvervanger. In 2005 volgde de overstap naar de rechterlijke macht. “Het was wel lastig om na achttien jaar afscheid te nemen van de universiteit. De collage van mijn afscheidsfeestje hangt daarom nog altijd op mijn werkkamer. Daar staat tegenover dat ik wel iets heel leuks ging doen. Mijn werk als rechter voelt nog net wat echter dan het werk op de universiteit. Daar kan je nog wel een foutje maken, zij het beperkt. Hier is dat totaal anders. Datzelfde geldt voor deadlines, die moeten gehaald worden. Punt. De impact van je werk is heel anders. Dat maakt het uitdagend en leuk. Ik heb er nog geen seconde spijt van gehad.”

    Buitenspelen

    Aan rechtenstudenten wil hij dan ook het volgende meegeven: “Denk serieus na over een togaberoep, want dat ligt het meest in het verlengde van de studie. Maar ga ook ‘buitenspelen’. Kijk goed rond, ga zien dat het ook anders kan en neem dan de juiste beslissing.”

    Publicatiedatum: 31 juli 2014
    Aangepast: 26 april 2018

    Vincent Mul
  • Alumni in the Spotlight | Mr. Martijn Snoep

    Mr. Martijn Snoep - Partner en voormalig Managing Partner De Brauw Blackstone Westbroek

    Het belangrijkste is dat je het recht écht leuk vindt.
    Logo Erasmus School of Law
    Het belangrijkste is dat je het recht écht leuk vindt.

     Martijn Snoep (1968) is nadat hij klaar was met zijn studie nog een jaar gebleven aan Erasmus School of Law (ESL), om te werken aan een proefschrift. Na dat jaar waarin hij "verdronk in eenzaamheid" is hij aan de slag gegaan bij De Brauw, waar hij tijdens zijn studie ook al gewerkt had. Inmiddels is hij daar voorzitter van het bestuur of te wel managing partner geweest en is hij nu weer teruggekeerd naar zijn juridische praktijk als partner.

    Horeca imperium

    Martijn Snoep was geen typische student, waar hij ook geen typische middelbare scholier was. Hij ging naar school in Hoorn en wilde helemaal niet studeren. Zijn doel was om de horeca in te gaan. Ondernemingsgezind als hij al op jonge leeftijd was wilde hij niet één café, maar dan wel gelijk een horeca imperium. Een gesprek met zijn favoriete docent geschiedenis en tevens decaan op school bracht hem echter op een ander spoor. Voordat hij een definitief besluit zou nemen ging hij eerst naar een middelbare school in Amerika. En zo geschiedde. Na afronden van zijn 'high school' kreeg Snoep echter geen beurs voor een goede universiteit, waardoor hij door geldgebrek terug moest naar Nederland. Tegen iedereen die het horen wilde had Snoep echter geroepen "nooit meer terug naar Nederland te komen." Hij zocht dus een plek waar hij in relatieve anonimiteit kon studeren. De keuze voor rechten kwam voort uit zijn periode in Amerika. Daar deed Snoep veel aan debatteren en de jury's daar, veelal bestaande uit advocaten, meende dat hij talent had voor de advocatuur. Daarnaast heeft Snoep altijd een belangstelling voor sociale wetenschappen gehad. Door die twee factoren kwam Snoep in Rotterdam terecht.

    Ontzettend leuk

    Snoep omschrijft de rechtenstudie in Rotterdam als een "ontzettend leuke studie, gelijk vanaf het eerste moment." De vrijheid en de sociaalwetenschappelijke inslag spraken hem enorm aan. Het is ook daarom dat hij vakken die daarover gingen (bijvoorbeeld Europese integratie, rechtstheorie, rechtssociologie en rechtseconomie) leuker vond dan de specifiek juridische vakken. Twee docenten springen er voor Snoep uit. Allereerst professor Ter Heide, die het vak inleiding tot de rechtswetenschap gaf. "Een echt heel inspirerende man, die het recht liet leven en de basis gelegd heeft over hoe ik nu nog naar het recht kijk en een juridische casus benader. Ter Heide vertelde in zijn colleges vooral verhalen en bracht die dan in een juridisch-maatschappelijke context. In de werkgroepen werden de colleges uitgewerkt waarbij je werd uitgedaagd om, zoals dat toen werd genoemd, Zelfstandig, Kritisch en Kreatief na te denken.” Daarnaast is professor Ter Kuile van grote invloed geweest op de carrière van Snoep. Ter Kuile was hoogleraar Europees institutioneel recht aan ESL, maar ook partner bij De Brauw. Snoep haalde een 10 voor een mondeling tentamen bij Ter Kuile en kreeg vervolgens het aanbod om als student-assistent bij hem aan de slag te gaan. Niet veel later kreeg hij de vraag of hij ook wat klusjes voor Ter Kuile bij De Brauw wilde doen. "Ik zei ja en ben nooit meer weggegaan". Via de advocatenstage, een medewerkerspositie en een jaar detachering bij één van de beste advocatenkantoren in New York werd Snoep in 2000 partner. Tien jaar later werd hij managing partner. Nog altijd haalt hij veel voordeel uit zijn studietijd in Rotterdam. Zo heeft Snoep in Rotterdam geleerd kritisch en onafhankelijk te zijn. Door zijn keuze voor de vrije studierichting was er relatief weinig aandacht voor juridische techniek, maar die heeft hij snel genoeg in de praktijk kunnen leren: “Een cliënt wil bovendien geen uitleg of beschouwing op een bepaald wetsartikel, maar wil gewoon een oplossing voor zijn probleem.” Daar komt meer bij kijken dan alleen juridische techniek. Juist een goed begrip van de maatschappelijke context van het recht is van belang om een goede juridische dienstverlener te worden.

    Blijf nieuwsgierig

    Snoep wil aan studenten meegeven dat je nieuwsgierig moet blijven. Zoek in je studie wat je leuk vindt en richt je daar maximaal op. Besteed daarnaast vooral ook voldoende aandacht aan de studie zelf. Dingen naast de studie doen zijn leuk en soms belangrijk, maar veel van de vaardigheden die je daarmee opdoet kun je later ook nog opdoen. Zoveel tijd als je tijdens je studie krijgt om dingen te bestuderen krijg je echter nooit meer. Voor studenten die dromen van een baan bij De Brauw heeft Snoep ook een tip. “We kijken of iemand een sprankeling in zijn ogen krijgt als die over het recht spreekt. Uiteindelijk is het namelijk het belangrijkste dat je het recht ook écht leuk vindt.”

    Publicatiedatum: 20 februari 2014
    Aangepast: 1 januari 2015

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the Spotlight | Mr. Isabelle Spindler

    Mr. Isabelle Spindler - Regional sales director Heineken

    Je carrière duurt je hele leven.
    Logo Erasmus School of Law
    Je carrière duurt je hele leven.

    Isabelle Spindler (1966) heeft geen juridisch inhoudelijke, maar een commerciële carrière. Na haar afstuderen heeft ze bij Nutricia en Bols gewerkt in marketing en sales banen. Sinds 2000 is ze werkzaam voor Heineken in verschillende commerciële banen en sinds oktober 2013 als Regional Sales Director Central & Eastern Europe. Zij studeerde rechten, aan Erasmus School of Law (ESL). Isabelle Spindler is ‘in Rotterdam gaan studeren zonder hier heel goed over te hebben nagedacht., Ze woonde in Capelle en het was dichtbij en ook al haar vrienden studeerden daar. In eerste instantie wilde ze overigens niet gaan studeren, maar haar eigen drogist openen. Ze is zelfs begonnen aan haar drogisterijopleiding, maar omdat die te simpel bleek en ze inmiddels inzag hoe leuk studeren was, heeft ze de studie rechten opgepakt.

    Commerciële wereld

    De studie is haar goed bevallen. Ze heeft veel (vooral bedrijfsjuridische en economische) extra vakken gedaan en heeft ook een aantal vakken op andere universiteiten gevolgd. Ze heeft er altijd naast gewerkt bij de SIR (voorzitster) en in een drogisterij Tijdens haar rechten studie realiseerde ze zich dat ze naar de commerciële wereld wilde. Daarom heeft ze ook Werkcollege Commerciële Beleidsvorming gedaan aan de Economische Faculteit van de EUR. Dat betekent overigens niet dat ze niet in de juridische wereld heeft rondgekeken. Ze heeft een stage bij een advocatenkantoor gedaan en is zelfs op uitwisseling naar Schotland geweest, om daar stage op een advocatenkantoor te lopen.

    "Dat beviel niet, maar door daar te kijken kon ik dat pas ervaren." Na haar afstuderen is ze inderdaad de commerciële wereld ingegaan, inmiddels werkt ze als Regional Sales Director centraal en Oost-Europa bij Heineken. Dat houdt in dat ze verantwoordelijk is voor de wijze waarop verkoop in 10 verschillende landen wordt bedreven, in de verschillende kanalen (o.a. supermarkten en horeca) en welke resultaten hierdoor behaald worden.

    Jaarclub

    Hoewel haar werk niet specifiek juridisch inhoudelijk is, heeft ze toch veel aan haar studie in haar werkzaamheden. Zo kan ze goed overweg met contracten. Ook is mededingingsrecht heel belangrijk in haar werk. "De studie is de basis, het leert je op een bepaalde manier te denken. Het stelt je in staat stof snel tot je te nemen en hoofd- van bijzaken te onderscheiden." Ze heeft ook nooit spijt gehad van haar studiekeuze. Ze werd lid van Laurentius en gaat nog steeds maandelijks uit eten met haar jaarclub en eens in de 2,5 jaar op reis. "Dat is volgens mij redelijk uniek." Aan studenten wil Spindler meegeven “dat het belangrijk is te luisteren naar wat je zelf wilt, naar je gevoel. Zodra je door hebt wat je wilt, bedenk dan een manier om daar te komen. Focus je daarnaast op het hier en nu, op je huidige baan. Laat je niet gek maken door collega's die misschien net even sneller gaan. Je hebt tijd nodig om ervaring op te doen en je carrière duurt je hele leven. En als laatste tip: blijf je altijd ontwikkelen, zowel qua kennis als qua gedrag en competenties."

    Publicatiedatum: 6 maart 2014

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Drs. Saskia J. Stuiveling

    Drs. Saskia J. Stuiveling - Voormalig President Algemene Rekenkamer

    De combinatie van theorie en praktijk maakt je waardevol.
    Logo Erasmus School of Law
    De combinatie van theorie en praktijk maakt je waardevol.

    Saskia J. Stuiveling (1945) is president van de Algemene Rekenkamer. Na haar afstuderen heeft ze even een eigen advies- en organisatiebureau gehad, waarna ze organisatie adviseur van de gemeentes werd. Vervolgens werd ze  in 1975 beleidsmedewerker van  burgemeester Van der Louw van Rotterdam en in 1981 was ze kort staatssecretaris in het kabinet Van Agt II. Ze werd daarna coördinator van de parlementaire enquête naar het scheepsbouwbedrijf Rijn-Schelde-Verolme (RSV), de eerste na-oorlogse parlementaire enquête gericht op waarheidsvinding. Na dit coördinatorschap werd ze in 1984 lid van de Algemene Rekenkamer. In 1999 werd ze president van dit Hoge College van Staat en dat is ze tot mei 2015 nog geweest. Stuiveling studeerde bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), maar ze begon in 1964 met de studie rechten aan wat toen nog de Nederlandse Economische Hoogeschool (NEH) was.

    Geen mr.

    Aan het begin van het interview drukt Stuiveling meteen op het hart dat ze technisch gezien de rechtenstudie niet helemaal afgerond heeft. “Ik heb alleen de scriptie niet gedaan, maar ik heb nog altijd de ambitie om de studie helemaal af te ronden.” Eerder was er ook in het contact met een medewerker van Stuiveling verwarring ontstaan: ‘Volgens mij heeft Stuiveling bedrijfskunde gestudeerd.’ En dat terwijl Stuiveling ooit voor rechten naar Rotterdam is gekomen. Hoog tijd om weer contact op te nemen dus. Hoewel geboren in Het Gooi, zijn de banden met Rotterdam sterk aanwezig. “Mijn moeder is Rotterdamse en mijn grootouders woonden er. Grootvader was rechter in Rotterdam.

    Tijdens de oorlog was hij eigenlijk de president van de rechtbank –zo werd hij zelfs in de wandelgangen genoemd- maar formeel hadden de Duitsers een NSB’er tot president benoemd. Grootvader was een belangrijke man in mijn leven, zeker toen mijn grootouders later naar Hilversum verhuisden. Ik lunchte in die tijd zeker tweemaal per week daar, want zij woonden het dichtst bij mijn middelbare school. Toen ik hoorde dat het mogelijk was om rechten in Rotterdam te studeren voelde het voor mij meer dan logisch dat te gaan doen.”

    Pionieren

    Stuiveling behoort tot de eerste generatie rechtenstudenten uit Rotterdam, daar de opleiding pas een jaar eerder (in 1963) begonnen was. “Ik werd lid van de RVSV, want alle meisjes werden daar lid van en ik ging wonen in de (eerste!!) meisjesunit aan het Haringvliet. Wat ook bijzonder was is dat we in die tijd pas toegelaten werden tot de studie na een gesprek met een aantal hoogleraren. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.” De studie is uitstekend bevallen. “We waren een echt pioniersploegje. We speelden een rechtbank na, bezochten gevangenissen, deden al die dingen die studeren leuk maken. Rotterdam was toen erg organisatiegericht en niet per se alleen gericht op het juridische. Het accent lag op de praktijk en we werden als juristen vooral opgeleid voor het bedrijfsleven en pas later ook voor de strafrechtketen.” Eind jaren ’60 ging Stuiveling aan de slag als assistent bij prof. Langman. Die was ook rector van de stichting Bedrijfskunde die  een postdoc opleiding verzorgde. Binnen de stichting was een groeiende behoefte aan een basisopleiding bedrijfskunde, dus die werd opgezet. Stuiveling werd ingezet als secretaris van de bouwgroep van de nieuwe studie. Tijdens haar werkzaamheden raakte ze zo geïnspireerd dat ze besloot de studie zelf te gaan volgen.

    Privaat – Publiek 

    Stuiveling was de enige vrouw in de eerste groep studenten van dertig. “Eén van de twee á drie die wisten niet het bedrijfsleven in te willen. Ik ben de studie gaan doen met het idee dat de publieke sector veel kan leren van de private sector.” Vanuit die gedachte startte ze na haar afstuderen ook haar eigen onderneming. “Ik was ongeveer de enige organisatieadviseur in Nederland die de publieke sector vanuit een marktbenadering bekeek. Voor het eerst kwamen de mensen in die sector in aanraking met iets als een business plan en het idee dat je vooruit kan denken en jezelf doelen kan stellen. Ik kreeg zoveel complimenten dat ik dacht: dit is niet goed voor me, hier moet ik snel als solo weer mee ophouden. Toen ben ik om het handwerk te leren in dienst gegaan van een organisatieadvies bureau gespecialiseerd op de lagere overheden.” Na een aantal functies te hebben bekleed in de publieke sector (zie hiervoor) is Stuiveling maar liefst zestien jaar President van de Algemene Rekenkamer geweest. Wat is haar geheim? “In de functie die ik als laatste had is elke dag anders. Het is denk ik het beste te vergelijken met hoofdredacteur van een krant, iedere dag is er iets nieuws en daar moet je wat mee. Ik heb het in deze functie goed naar mijn zin gehad. De context verandert snel, we zijn hard bezig daar op in te springen en dat begint zich aardig te ontwikkelen. Ik blijf van mening dat er in de publieke sector veel te leren valt van de private sector. Ik heb altijd gezegd dat de samenleving, als “aandeelhouder” van de publieke zaak een minstens zo goede behandeling verdienen als aandeelhouders van een private organisatie.”

    Opgestroopte mouwen

    Stuiveling ziet de EUR als de “universiteit van de opgestroopte mouwen. Je leert er met de praktijk om te gaan.” Aan studenten geeft Stuiveling mee “dat je altijd hard moet werken, kom daarbij ook achter je bureau vandaan. Voel je vooral niet beter dan mensen die werken met de handen. Je kunt alleen maar het werk doen dat je doet bij de gratie dat andere mensen met hun handen werken. Zoek tot slot altijd een mooie balans tussen theorie en praktijk. Die combinatie maakt je waardevol.” ESL-alumna Saskia J. Stuiveling is op donderdag 20 april 2017 overleden. Zij was 71 jaar oud.

    Publicatiedatum: 8 juli 2014
    Aangepast: 14 december 2015

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the Spotlight | Mr. Jeroen Terstegge

    Mr. Jeroen Terstegge - Advocaat Fusies en overnames Ploum Lodder Princen

    Het is belangrijk dat je voldoende voldoening uit het werk zelf haalt.
    Logo Erasmus School of Law
    Het is belangrijk dat je voldoende voldoening uit het werk zelf haalt.

    Jeroen Terstegge (1978) studeerde in 2007 af in de richting privaatrecht aan Erasmus School of Law. Eerder voltooide hij zijn studie Bedrijfskunde aan de Rotterdam School of Management (RSM). Hij is als advocaatmedewerker werkzaam op de sectie Ondernemingsrecht bij Ploum Lodder Princen, daarnaast is hij als buitenpromovendus nog altijd verbonden aan Erasmus School of Law.

    Conservatorium

    Jeroen behoort niet tot de categorie mensen die al op hun zesde een te groot zwart overhemd van hun vader aantrok en met een wit slabbetje tegenover zijn moeder stond te bepleiten waarom er die avond toch echt beter pannenkoeken in plaats van aardappels en groenten op het menu konden staan. Hij had juist het plan om als altviolist zijn boterham in de muziek te gaan verdienen. Nadat hij was aangenomen op het conservatorium en daar een jaar studeerde bleek echter dat, zoals hij het zelf zegt, “het talent niet matchte met de ambitie”. Hij besloot dan ook zijn blik alsnog te verleggen. Via een studie Bedrijfskunde aan RSM kwam hij uiteindelijk op de studie Rechten aan Erasmus School of Law terecht. Van zijn studie aan Erasmus School of Law herinnert Jeroen zich vooral de ‘geweldige’ colleges van prof. Winkel en prof. Lindenbergh. Ook de master is hem goed bevallen: de kleinschaligheid, het directe contact met docenten en de combinatie met de praktijk. Hij vond het een fijne faculteit om aan te studeren.

    Advocatuur

    Het duurde even voor Jeroen wist wat hij na zijn studie wilde doen. Uiteindelijk bracht een bijbaan op een advocatenkantoor in Den Haag hem op het juiste spoor. Bij Ploum Lodder Princen in Rotterdam houdt hij zich nu vooral bezig met de advisering van ondernemers en bedrijven op het gebied van ondernemingsrecht en met het begeleiden van fusies en overnames. Hoewel hij advocaat is, komt hij dus niet vaak in de rechtszaal. Dat is gelijk zijn advies aan Erasmus School of Law studenten: “advocaat is een overkoepelende term. Er zitten grote verschillen tussen wat verschillende advocaten qua werk doen. Verdiep je daar goed in voordat je gaat solliciteren.”

    Veel mr. in de rechten op de markt

    De juridische basis die Jeroen meekreeg van Erasmus School of Law was goed. “Verder leer je het werken met het recht in de praktijk. Tijdens de studie krijg je vaardigheden mee zodat je je in sneltreinvaart dingen eigen kunt maken. In die zin is de studie vormend.”. Hij ziet de juridische studie dan ook als een goede startkwalificatie. Rechten mag dan een goede startkwalificatie zijn, er komen wel veel mr. in de rechten op de markt. Een gemiddelde van een zes of een zeven tijdens je studie beperkt dan je keuze op de arbeidsmarkt. “Je moet onderscheidend vermogen hebben door iets extra’s naast je studie te doen, zeker voor de advocatuur. Dus niet alleen een focus op de studie, ook een bredere blik.” Hij beseft dat dit tegenwoordig lastig is, omdat studenten in een hoog tempo moeten studeren en vaak uit noodzaak ook een bijbaan hebben.

    Oriënteer je en kijk wat bij je past

    Jeroen wil aan studenten meegeven dat het goed is om een studentstage te lopen, als je de advocatuur in wil. “Het beste is om dat bij verschillende soorten kantoren te doen, zodat je ontdekt wat je leuk vindt en vooral wat bij je past. Probeer op die manier een goed beeld te krijgen. Het is belangrijk dat je je werk leuk en interessant vindt en dat je voldoening uit je werk haalt. Uiteindelijk is dat toch hetgene waar je het grootste gedeelte van de week mee bezig bent.”

    Publicatiedatum: 17 februari 2014

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the Spotlight | Mr. drs. Paul Tjiam

    Mr. drs. Paul Tjiam - Advocaat De Brauw Blackstone Westbroek

    De typisch Rotterdamse 'no-nonsense' mentaliteit wordt in de praktijk zeer gewaardeerd.
    Logo Erasmus School of Law
    De typisch Rotterdamse 'no-nonsense' mentaliteit wordt in de praktijk zeer gewaardeerd.

    Paul Tjiam (1981) is sinds zijn afstuderen in 2009 advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam, waar ESL alumnus Martijn Snoep managing partner is. Hij heeft zich gespecialiseerd in intellectueel eigendom en media recht. Tjiam studeerde in twee opleidingen aan Erasmus School of Law (ESL) af: rechtsgeleerdheid (master ondernemingsrecht) en criminologie. Samen met Karin de Jong en Edwin de Wit richtte hij de studievereniging Criminologie In Actie (CIA) op. Daarnaast was hij twee jaar studentbestuurslid aan de faculteit, een functie die Steven Hijink en Martijn Roos ook hebben bekleed. In rechtsgeleerdheid studeerde hij cum laude af. Alsof dat nog niet genoeg was volgde hij ook de studie algemene cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit. Ook deze studie rondde hij cum laude af.

    AMFI

    Paul Tjiam was niet altijd een cum laude student. Sterker, toen hij zijn gymnasium afrondde aan het Stanislas College in Delft had hij één zeven op zijn lijst en dat was meteen zijn hoogste cijfer. Na zijn afstuderen wilde Tjiam dan ook niet per se aan de universiteit studeren. “Doordat ik uit Delft kom associeerde ik studeren vooral met TU-studenten. Destijds was dat niet direct mijn ideaalbeeld. Daardoor had ik – ten onrechte blijkt achteraf – weinig op met de universiteit.” Tjiam probeerde het leger in te komen, maar kwam niet door de tests heen. Vervolgens koos hij om aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI) te studeren, omdat hij al van jongs af aan geïnteresseerd is in mode en kleding. Tjiam was niet helemaal op zijn plek aan het AMFI.

    “Ik merkte al snel dat ik theoretisch beter ben dan met mijn handen. Ik heb altijd de drang gehad om de beste te zijn, dat lukte daar niet. Daarbij zei een docent al na één maand tegen mij dat ik naar de universiteit moest.” Toch behaalde Tjiam eerst zijn propedeuse alvorens hij de studie vaarwel zei. Vervolgens ging Tjiam acht maanden in een weeshuis in Indonesië in de buurt van zijn familie werken om “wat tijd voor reflectie” te hebben. “Dat was vrij heftig. Je moest je wassen vanuit een emmer, ik leerde Indonesisch spreken en drie keer per dag rijst te eten. Het was wel een mooie en bijzondere tijd.”

    Indonesië 

    Tijdens zijn tijd in het weeshuis had Tjiam al besloten dat hij bij terugkomst in Nederland naar de universiteit wilde, maar wist nog niet welke studie. Zijn moeder stuurde hem geregeld studiekeuzegidsen toe. In één van die gidsen stond de studie criminologie aan de Erasmus Universiteit. “Het eerste jaar van die studie kon je kiezen voor een jaar sociologie. Ik was toen een veel grotere wereldverbeteraar dan nu en was daarom geïnteresseerd in de maatschappij. Waarom werken bepaalde aanpakken in bepaalde wijken wel en in andere niet? Vandaar dat ik via een jaar sociologie voor criminologie koos.” Eerder had Tjiam al een jaar in Amsterdam gestudeerd, waarom koos hij er dan voor om criminologie in Rotterdam te studeren? “Criminologie was een vrij nieuwe studie en werd in de folder als ‘uniek’ omschreven. Ik had daarom het idee dat je die studie alleen in Rotterdam kon doen. Tijdens de Eurekaweek leerde ik Rotterdam kennen en dat vond ik in eerste instantie niks. Ik kraakte de stad dan ook alleen maar af. Toen kreeg ik van een van mijn nieuwe medestudenten de vraag waarom ik de studie dan niet in Amsterdam ging doen. Op dat moment kwam ik erachter dat die mogelijkheid er blijkbaar was. Doordat ik me al ingeschreven had in Rotterdam en daar ook een kamer had, besloot ik te blijven. Daar heb ik achteraf geen moment spijt van gehad.”

    Pragmatisch en ambitieus

    Via criminologie kwam Tjiam in aanraking met rechtsgeleerdheid. “Materieel strafrecht was daarin het keerpunt, dat vond ik echt leuk. Ik dacht in die tijd –ook omdat ik al wat ouder was misschien– al wat pragmatischer. Ik wilde naast mijn studies criminologie en algemene cultuurwetenschappen mijn baankansen vergroten en daarom koos ik voor rechtsgeleerdheid. Dat bleek een schot in de roos. Professoren als Loth (inleiding tot de rechtswetenschap), Winkel (rechtsgeschiedenis), Nuytinck (privaatrecht) en Van Mierlo (burgerlijk procesrecht) raakten mij echt. Hun colleges waren eigenlijk anderhalf uur durend gratis entertainment.” Het was Van Mierlo (tevens advocaat en partner bij NautaDutilh) die Tjiam het duwtje naar de advocatuur gaf. “Ik deed in die tijd veel business courses en kwam toen ineens in aanraking met studenten die net zo ambitieus zijn als ik ben. Ook was ik onder de indruk van de uitstraling van de Zuidas. Ik besloot toen advocaat te willen worden bij een groot kantoor vanwege de kwaliteit en het hoge ambitieniveau. Ook hier kwam weer die drang om de beste te zijn dus boven.” Uiteindelijk solliciteerde Tjiam bij De Brauw, waar hij werd aangenomen. Dat bevalt heel goed. “Dit is een fantastische werkplek. De mensen hier zijn enorm slim en ambitieus. Wat ons bindt is een enorme liefde voor het recht. Daarnaast werken er bij het kantoor veel hoogleraren en advocaten die de absolute autoriteit zijn op hun vakgebied. Zij schrijven de handboeken voor studenten en de praktijk en zijn  vaste redacteur van Tekst & Commentaar. Dat zijn dus de mensen die het recht écht kneden. Het is voor iedere jurist genieten om met die mensen te mogen werken.”

    No-nonsense

    Aan studenten wil Tjiam meegeven dat je echt heel veel profijt kunt hebben van het doen van meerdere studies. “Het maakt je bewuster en er vindt kruisbestuiving tussen de studies plaats. Je blik wordt verbreed. Niet alleen academisch, maar je leert ook beter wat je wilt in het leven. Het komt dus je persoonlijkheid en je kennis ten goede. Je ontwikkelt een visie op de wereld en je groeit als mens. Daarnaast bevordert het natuurlijk ook je kansen op de arbeidsmarkt.” Tot slot wil Tjiam graag nog opmerken dat hij “erg positief” is over de faculteit en over de Rotterdamse studenten die via kantoorbezoeken langskomen bij De Brauw. “Rotterdamse studenten staan er ook goed op in de praktijk. Ik heb nog nooit iemand zich negatief horen uitlaten over studenten van Erasmus School of Law. Sterker, de typisch Rotterdamse ‘no-nonsense’ mentaliteit die de studenten uit Rotterdam meekrijgen wordt zeer gewaardeerd.”

    Publicatiedatum: 20 juni 2014

    Logo Erasmus School of Law

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen