Wanneer wordt gezond-zijn een illusie? Jos de Mul over de prepatiënt

Campus woudestein in de zomer

Emeritus hoogleraar wijsgerige antropologie Jos de Mul publiceerde op 10 april 2026 een essay in het NRC onder de titel De geneeskunde transformeert: hoe artsen ziektes steeds beter kunnen voorspellen. Daarin verkent hij een van de meest urgente filosofische en maatschappelijke vragen van dit moment: wat betekent het voor ons mens-zijn wanneer geneeskunde niet langer reageert op ziekte, maar ziekte probeert te voorspellen?

Van symptoom naar statistiek

De Mul opent zijn betoog persoonlijk en concreet. Sinds zijn 55e verjaardag neemt hij deel aan bevolkingsonderzoek voor darmkanker en ondergaat hij jaarlijkse preventieve check-ups. Zijn bloedwaarden, bloeddruk en BMI worden afgezet tegen een risicotabel met 512 vakjes in groen, geel en oranje. Ondanks een gezonde leefstijl belandt hij — simpelweg vanwege zijn leeftijd — in een geel vakje, met het advies om mogelijk een bloeddrukverlagend middel te overwegen.

Dit persoonlijke voorbeeld is illustratief voor een structurele verschuiving in de geneeskunde. Waar artsen vroeger in actie kwamen bij klachten, richten zij zich nu steeds meer op de toekomst. In het computertijdperk wordt het menselijk lichaam gedigitaliseerd, opgeslagen in databases en geanalyseerd door AI-algoritmen. De Raad voor Gezondheid en Samenleving sprak in dit verband al van Iedereen bijna ziek (2024): door systematische opsporing van risicofactoren wordt de gezonde burger gaandeweg een prepatiënt.

AI als medisch orakel

De filosofische kern van het essay ontvouwt zich in een gedachtenexperiment. Charlotte is bezorgd over alzheimer — haar moeder en zus zijn eraan gestorven. De Mul schetst een toekomstscenario waarin een arts een reeks biomarkers verzamelt — epigenetische veranderingen, metabolieten, eiwitten in het bloed, bacteriën in de ontlasting — en een AI deze vergelijkt met patronen uit een database van miljoenen patiënten. Op basis daarvan wordt bepaald of en wanneer Charlotte alzheimer zal ontwikkelen, en of zij behoort tot de 76,8 procent van de prepatiënten bij wie een preventief medicijn de ziekte kan voorkomen.

Het scenario is bewust uitdagend. Want hoewel dergelijke AI-tools inmiddels inderdaad beter scoren dan artsen bij de detectie van tumoren, benoemt De Mul drie fundamentele beperkingen:

1. Populaties zijn geen individuen. AI-voorspellingen zijn altijd populatiestatistieken. Recent proefschriftonderzoek (Lieke Kuiper, The Age of Biomarkers, 2026) laat zien dat biomarkers het verouderingsproces steeds adequater kunnen voorspellen — maar ook dat de klinische vertaling naar het individu problematisch blijft. Weten dat 9 procent van een risicogroep binnen tien jaar een hartaanval krijgt, zegt niets over of die specifieke persoon daartoe behoort.

2. Correlatie is geen causaliteit. Biomarkers hangen samen met ziekten, maar zijn er niet noodzakelijk de oorzaak van. De Mul gebruikt een treffend voorbeeld: er is een duidelijke correlatie tussen bosbranden en ijsjesverkoop — maar ijsjes eten veroorzaakt geen bosbranden. Zonder begrip van onderliggende causale mechanismen bieden biomarkers geen solide basis voor therapeutisch ingrijpen.

3. Het leven is onvoorspelbaar. Leven is inherent stochastisch en chaotisch. Zelfs bij identieke biomarkers kunnen uitkomsten tegengesteld zijn. Organismen zijn open systemen die voortdurend nieuwe toestanden scheppen — een kans van 9 procent wordt plotsklaps 100 procent als iemand morgen onder de tram loopt.

De risico's van overbehandeling

De Mul wijst op een concreet en actueel gevaar: overbehandeling. Als een voorspelling leidt tot een medische ingreep terwijl de aandoening zich zonder ingrijpen niet of nauwelijks zou hebben ontwikkeld, zijn de gevolgen soms onomkeerbaar. Bij 20 procent van alle ontdekte borsttumoren is sprake van overdetectie. Onderzoek van het Erasmus MC (2019) toont aan dat bij vrouwelijke dragers van het BRCA2-gen een preventieve borstamputatie de overlevingskansen niet verhoogt ten opzichte van strikte controle — wat de preventieve ingreep voor een deel van die vrouwen feitelijk overbodig maakt.

Noodlot in een nieuw jasje

De essay eindigt met een even nuchtere als indringende observatie: zelfs als individuele voorspellingen wél mogelijk zouden zijn, is het de vraag of ze geluk brengen. Als Charlotte te horen krijgt dat ze met zekerheid alzheimer zal krijgen, maar dat er een preventief medicijn bestaat — en vervolgens blijkt dat ze dit door financiële drempels of beleidsmatige voorwaarden niet kan krijgen — doemen talloze politieke en morele dilemma's op. En als de ziekte al na drie jaar wordt voorspeld zodat ze niet in aanmerking komt voor het medicijn, dan brengt de voorspelling haar niet verlossing maar depressie.

De Mul verbindt zijn analyse met zijn bredere filosofische werk over tragiek en het noodlot, waarover hij recent de zesde druk van zijn boek De domesticatie van het noodlot publiceerde (Boom, 2025). Zijn kernstelling: de hoop dat voorspellende geneeskunde het noodlot volledig elimineert, miskent dat technologie ook nieuwe vormen van noodlot schept. De wetenschap dat je over enkele jaren ernstig ziek zult worden, maar dat er geen behandeling beschikbaar of betaalbaar is — is dat bevrijding, of een nieuwe gedaante van het tragische?

Meer informatie

Het volledige essay verscheen in het NRC van 10 april 2026. Meer werk van Jos de Mul is te downloaden via www.demul.nl.

Voor persvragen kunt u een email sturen naar onze persvoorlichter: Eddie Adelmund (adelmund@esphil.eur.nl

Gerelateerde content
Afscheidsconferentie De plaats van de mens in het Antropoceen Menselijke condities: natuur, cultuur, technologie ter ere van het afscheid van Jos de Mul

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen