Onderzoek van Erasmus School of Economics laat zien dat buitenlandse coaches vooral waardevol zijn wanneer zij kennis uit een succesvollere voetbalcultuur meebrengen. Culturele afstand kan daarbij een obstakel vormen, maar internationale ervaring helpt om die kloof te overbruggen.
De aanstelling van de Spanjaard Xavi Hernández als bondscoach van het Nederlands elftal roept de vraag op of een buitenlandse coach Oranje daadwerkelijk succesvoller kan maken. Uit onderzoek van Erasmus School of Economics blijkt dat het antwoord genuanceerd is. Niet het feit dat een coach uit het buitenland komt, bepaalt het succes, maar vooral de kennis en ervaring die hij meebrengt.
Sporteconoom Thomas Peeters, co-auteur van het wetenschappelijke artikel “Manager migration, learning-by-hiring, and cultural distance in international soccer”, onderzocht de prestaties van nationale voetbalteams en de internationale mobiliteit van bondscoaches. Het onderzoek laat zien dat landen beter kunnen gaan presteren wanneer zij een coach aantrekken uit een land met een hoger niveau van voetbalkennis en -expertise.
Buitenlandse coach brengt kennis mee
Het enkele aantrekken van een buitenlandse coach leidt volgens het onderzoek niet automatisch tot betere prestaties. De herkomst en expertise van de coach zijn bepalend. Een coach uit een succesvoller voetballand kan kennis en ervaring meenemen die in het gastland minder aanwezig zijn. Dit wordt ook wel learning-by-hiring genoemd: organisaties leren door mensen met waardevolle kennis van buiten aan te trekken.
Voor Nederland is Xavi in dat opzicht een bijzondere keuze. Buitenlandse coaches worden doorgaans aangetrokken door landen die minder succesvol zijn en hopen zo kennis uit een sterkere voetbalcultuur binnen te halen. Nederland behoort zelf al tot de traditionele voetballanden met veel expertise. Xavi maakt daardoor de omgekeerde beweging: van de ene sterke voetbalcultuur naar de andere. Spanje was bovendien de afgelopen jaren succesvoller dan Nederland.
Culturele afstand kan een obstakel zijn
Het onderzoek van Peeters met co-auteurs Enrico Pennings (Erasmus School of Economics), Brian M. Mills (University of Texas) en Hojun Sung (Incheon National University), laat tegelijkertijd zien dat culturele verschillen de effectiviteit van een buitenlandse coach kunnen beperken. Hoe groter de culturele afstand tussen coach en land, hoe kleiner het positieve effect op prestaties. Internationale ervaring blijkt echter te helpen om die culturele verschillen te overbruggen. Bij coaches met meer dan drie jaar internationale ervaring is het negatieve effect van culturele afstand niet langer statistisch significant. Volgens Peeters is de komst van Xavi naar Nederland daarom niet per definitie een vreemde keuze. ‘Als landen slecht presteren, komt zo'n buitenlandse trainer vaak pas.’ Tegelijkertijd is Xavi geen typische buitenlandse coach: ‘Hij komt juist uit een zeer succesvolle voetbalcultuur en heeft al internationale ervaring opgedaan’, aldus Peeters.
Het onderzoek suggereert ten slotte dat internationale coaches kunnen bijdragen aan het verkleinen van prestatieverschillen tussen landen, doordat zij kennis vanuit sterkere voetbalculturen verspreiden. De onderzoekers verwachten dat dit mechanisme mogelijk ook buiten de sport relevant is, bijvoorbeeld in sectoren waarin managers internationaal bewegen en veel kennis moeilijk expliciet overdraagbaar is.
- Professor
- Professor
- Meer informatie
Zie ook dit artikel van RTL Nieuws.
Voor vragen neemt u contact op met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer bij Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 641 846.
- Gerelateerde content
