De ogen en oren van de universiteit in Brussel

Meri Georgievska-van de Laar is nu een jaar EU-liaison officer bij Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze kijkt met plezier terug op een jaar de ‘ogen en oren’ van de universiteit in Brussel zijn: “Samen met onze onderzoekers kan ik kansen faciliteren. Wanneer ze onderzoeksideeën of -onderwerpen hebben waarmee ze aan de slag willen, maar er is geen sprake van een ‘feasible call’, kunnen we ons buigen over de agendabepaling of het onderwerp onder de aandacht brengen van beleidsmakers. Die het vervolgens kunnen vertalen naar een potentiële financieringsmogelijkheid.”

Wat doet een EU-liaison officer?
“Het is mijn taak om de universiteit dichter bij Europees beleid en de Europese onderzoeksagenda te brengen. En andersom: om internationale kansen en ontwikkelingen naar de universiteit te brengen. Het uiteindelijke doel is afstemming van de onderzoeksagenda's, om zoveel mogelijk betrokken te raken bij door de EU gefinancierde onderzoeksprogramma's en -projecten, zoals Horizon Europe.

Een belangrijk deel van mijn werk bestaat uit het praten met diverse collega's. En door gesprekken met mensen van diverse universiteiten en afdelingen ben ik me gaan realiseren dat veel dingen op een interdepartementale en interdisciplinaire manier kunnen worden gedaan. Dit is tegenwoordig ook belangrijk: het grootste deel van de EU-financiering gaat naar multidisciplinair onderzoek.”

Bij wat voor soort netwerken ben je betrokken, en waarom zijn deze belangrijk voor de universiteit?
“Ik ben betrokken bij een aantal verenigingen en netwerken die in Brussel actief zijn, zoals de European Association of Social Sciences and Humanities (EASSH), de European Universities Association (EUA) en Science|Business. Ik ben ook lid van de klankbordgroepen voor Horizon van de nationale RVO, het netwerk van Nederlandse EU-verbindingsfunctionarissen, VSNU en Neth-ER. Naast de academische netwerken, zijn we sinds september vorig jaar lid van het Science|Business-netwerk, waarin de academische wereld, beleidsmakers en de industrie samenkomen.”

“Dit sluit aan bij de huidige normen: het grootste deel van de EU-financiering gaat naar multidisciplinair onderzoek”

Wat is volgens jou de grootste uitdaging voor Erasmus Universiteit Rotterdam als het gaat om de betrokkenheid bij Europese netwerken en financiering?
“De grootste uitdaging is om lid te worden van één van de meest prestigieuze netwerken, zoals de League of European Research Universities of het Gilde van Europese Onderzoeksuniversiteiten. Dat zijn gesloten clubs die een elitair lidmaatschap hanteren voor een beperkt aantal universiteiten. Zij staan in hoog aanzien, genieten het respect van beleidsmakers in Brussel, en ze mogen regelmatig aan tafel aanschuiven. We hebben in het verleden wel geprobeerd lid te worden maar tot nu toe zonder succes. We zullen het opnieuw proberen, deze keer gaan we het anders aanpakken.

Lid worden van verenigingen en netwerken is geen doel op zich. We moeten ernaar streven het meeste uit de lidmaatschappen te halen door actieve betrokkenheid en deelname aan verschillende evenementen, deskundigengroep, en werkprocessen van deze verenigingen, waar meningen en standpunten worden gecreëerd, waar aanbevelingen voor de beleidsmakers worden opgesteld, waar partnerschappen voor projecten worden opgezet en besproken, enz. En hier zie ik de uitdaging voor de EUR. Actieve betrokkenheid van de wetenschappelijke gemeenschap van de EUR is noodzakelijk. Zelf kan ik aanwezig zijn bij verschillende evenementen en bijeenkomsten, en ik probeer ons zo goed mogelijk te vertegenwoordigen, maar wat ik zie, en wat nodig is, zijn decanen, hoogleraren, en onderzoekers die samen met collega's van andere universiteiten aan tafel zitten. Hier moeten we dus ook nadenken over onze strategische benadering van de verenigingen en netwerken, met specifieke doelen en mensen die toegewijd zijn aan het bereiken van maximale impact voor de EUR.

Als het gaat om Europese financiering, is er, wat ik tot nu toe heb gezien, een enorm potentieel in onze onderzoeksgemeenschap. Er is ook interesse. De SSH wordt steeds belangrijker, vooral omdat de EU ernaar streeft om maatschappelijke en economische problemen op een holistische manier aan te pakken, met een multidisciplinaire benadering van onderzoek. Kijkend naar wat de programmeringsdocumenten van de EU bieden, kan de EUR echt veel doen, en veel meer dan wat we tot nu toe hebben gedaan. ”

Hoe kun je onderzoekers helpen vanuit jouw functie?
“Eén ding dat ik kan doen is hun ervaringen en succesverhalen delen, en onze onderzoekers onder de aandacht brengen van bredere netwerken en een breder publiek. Hun zichtbaarheid in de Brusselse arena vergroten.
Samen met onze onderzoekers kan ik kansen faciliteren. Wanneer ze onderzoeksideeën of -onderwerpen hebben waarmee ze aan de slag willen, maar er is geen sprake van een ‘feasible call’, kunnen we ons buigen over de agendabepaling of het onderwerp onder de aandacht brengen van beleidsmakers. Die het vervolgens kunnen vertalen naar een potentiële financieringsmogelijkheid. Ook heel belangrijk is onderzoekers samenbrengen en samenwerking bevorderen op het gebied van multidisciplinaire onderwerpen. Neem bijvoorbeeld AI – iedere faculteit bij ons doet onderzoek naar AI. Ik ben heel blij dat we eindelijk een AI-taskforce hebben en ik hoop dat we samen in de nabije toekomst een grotere financieringsmogelijkheid kunnen identificeren en nastreven.”

“Neem bijvoorbeeld AI – iedere faculteit doet onderzoek naar AI. Ik ben heel blij dat we eindelijk een AI-taskforce hebben”

Kun je een paar interessante onderzoeksprojecten noemen die je tot nu toe hebt gezien?
“Ik heb met onderzoekers van verschillende faculteiten gesproken en ben al zeer interessante ideeën en projecten tegengekomen. Ik ben bijvoorbeeld onder de indruk van de reikwijdte van het werk van Erasmus Centre for Data Analytics. RSM-professor Stefano Puntoni liet me een glimp zien van zijn onderzoek naar psychologische reacties op het vervangen van menselijke werknemers door robots. De conclusies zijn interessant en verrassend. Mensen zien bijvoorbeeld liever dat werknemers door andere menselijke werknemers worden vervangen (en niet door robots), maar paradoxaal genoeg slaat deze voorkeur om als het gaat over het vooruitzicht om hun eigen baan te verliezen.

Professor Klaus Heine van ESL is voorzitter van ons Jean Monnet Centre of Excellence voor digitaal bestuur, waar hij zich onder andere buigt over de vraag of er bij kunstmatige intelligentie sprake van een rechtspersoonlijkheid zouden moeten zijn. Waarom zouden gegevens eigendom zijn van een bedrijf, individuen of de staat? Waarom zou een op AI gebaseerd systeem niet een zekere mate van juridische autonomie hebben om de samenleving te dienen? Intrigerend is het niet?

Universitair hoofddocent Jason Pridmore van ESHCC doet onderzoek naar gemedieerde desinformatie en overtuigingen van burgers. En hoe ‘deep fakes’ in social media aanzienlijke gevolgen hebben voor democratische processen en het gebruik van social media om mensen te overtuigen. 

Julia Wittmayer van DRIFT leidt een boeiend project over sociale innovaties in energietransities. Zes steden en zes onderzoeksinstellingen in Europa maken gebruik van technieken om uit te zoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat sociale innovaties de transitie van het gebruik van fossiele brandstoffen naar een duurzamer energiesysteem versnellen.

Samen met Professor Peter Scholten bij ESSB hebben we gewerkt aan een heel groot voorstel voor een Erasmus+-project dat, als het slaagt, zal leiden tot een Europese universiteitsalliantie van acht universiteiten in acht postindustriële steden door heel Europa. Het doel is een innovatieve en duurzame interuniversitaire samenwerking tot stand te brengen, met als kenmerken: superdiversiteit, sociale inclusie en het bevorderen van maatschappelijke impact. Dit is een onderdeel van het grote vlaggenschipprogramma van de Europese Commissie dat erop gericht is transnationale allianties te creëren die de universiteiten van de toekomst zullen worden.

En dan is er natuurlijk ons Frugal Innovation Team bij ISS in Den Haag, onder leiding van professor Peter Knorringa, waar onderzoek wordt verricht naar uitdagingen op het vlak van de interactie tussen technologie, ondernemerschap en ontwikkeling.

Meer informatie

 

Als u meer wilt weten over Europese netwerken, hun activiteiten en mogelijke kansen, neem dan contact op met Meri Georgievska-van de Laar (EU-liaison Officer) door een e-mail te sturen naar  researchservices@eur.nl.