Hoe maak je producten en diensten toegankelijk voor miljoenen mensen met een minimaal inkomen?

Prof.dr. Peter Knorringa is Hoogleraar Private sector & Ontwikkeling aan het International Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag, een onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hiernaast is hij directeur van het Centre for Frugal Innovation in Africa (CFIA) – een onderzoekssamenwerking tussen Leiden, Delft en Rotterdam. Vanuit dit centrum doet hij onderzoek naar de potentie van frugal innovations.

Frugal innovation is het ontwikkelen van slimme ontwerp-oplossingen die relatief geavanceerde producten, diensten of systemen binnen het bereik kunnen brengen van miljoenen mensen met een minimaal inkomen. Het gaat om het (her)ontwerpen van deze producten of systemen, tegen substantieel lagere kosten en met een langere levensduur, zonder dat er wordt ingeboet aan functionaliteit. Voorbeelden zijn: betaalbare waterzuiveringsapparatuur, mobiele geldoverdrachtservices (M-PESA) of draagbare medische instrumenten met basis-diagnostische functies.

Wat doet u voornamelijk, en op welke manier heeft dit impact? 
“Mijn onderzoek gaat veelal over de uiteenlopende rollen en impact van het bedrijfsleven op ontwikkeling. Binnen het CFIA streven we ernaar veel verschillende actoren bij projecten te betrekken, en zo breed mogelijk naar de effecten van frugal diensten en producten te zoeken. We richten ons op vraagstukken gerelateerd aan de SDG’s, waaronder het bevorderen van inclusieve en duurzame industrialisering en het stimuleren van innovatie.

Kunt u een voorbeeld geven van onderzoek?
“Een voorbeeld van één van onze huidige projecten is een uitgebreide literatuurstudie naar de werkelijke impact of impactsoorten van frugal innovations en in welke context ze het beste werken. In een ander onderzoeksproject, samen met de Nederlandse bedrijven Philips en Hatenboer-Water, hebben we onderzocht hoe bedrijven producten toegankelijk kunnen maken voor grote groepen consumenten met een minimaal inkomen. Bedrijven zijn belangrijke partners voor ons. Als we vanuit theoretisch onderzoek een stap willen maken naar meer toegepast onderzoek of zelfs prototyping, heb je bedrijven nodig.”
 

"Het is interessant om te kijken hoe technologieën benut worden, ook in armere gebieden, en mogelijkheden bieden qua werkgelegenheid"

Het Nederlandse familiebedrijf Hatenboer-Water, gespecialiseerd in drinkwaterbehandeling, wilde met Dutch Water Limited (DWL) op een zo goedkoop mogelijke manier schoon drinkwater produceren voor de bevolking in de grote steden van Kenia. In de buurt van Mombasa zette het Schiedamse bedrijf een kleine drinkwaterfaciliteit op, waar tijdens hoogtijdagen 140 lokale mensen 10.000 jerrycans per dag vullen. Dit was één van de cases uit een groot, onlangs afgerond, CFIA onderzoeksproject. Het project was gericht op het ontwikkelen van businessmodellen die winstgevendheid combineren met het creëren van maatschappelijke waarde voor de lokale bevolking. Een andere case uit hetzelfde onderzoek gaat over hoe Philips in 2014 het eerste Community Life Center (CLC) van Afrika opzette in een voormalig vervallen dorpshuis, in nauwe samenwerking met de provincie en lokale gemeenschap van Kiambu County, een gebied nabij Nairobi. Het Centre for Frugal Innovation in Africa is behalve werkzaam in Leiden, Delft en Rotterdam ook lokaal vertegenwoordigd in India en Kenya. Er worden nu onderzoeks- en educatiemogelijkheden verkend in Zuid-Afrika.


In een interview in ea. magazine (voorjaar 2018) zei u: ‘Er is een ongekend potentieel onder de lokale bevolking. Veel mensen zijn bezig met innovaties die niet gezien worden, of niet serieus genomen worden. Als ik die mensen een steuntje in de rug kan geven, heb ik mijn werk als wetenschapper goed gedaan.’ Kunt u dat uitleggen?
We hebben bijvoorbeeld een project gedaan in Libanon over Syrische vluchtelingen aldaar en hoe zij nieuwe ondernemingen starten om zichzelf in werk te voorzien. Het project onderzocht het gebruik van ICT's door vluchtelingen in kwetsbare omgevingen, en hoe dit hun levensonderhoud positief kan beïnvloeden. Er zijn veel nieuwe ondernemers en kleine ondernemingen, voor een deel in de informele sector. Het is één van de manieren om aan werk te komen. Wanneer iemand een lokale Airbnb of Uber probeert op te zetten, is dat eigenlijk ook een vorm van frugal innovations. Het is interessant om te kijken hoe technologieën toepasbaar zijn en benut worden, ook in armere gebieden, en mogelijkheden bieden bijvoorbeeld op het gebied van werkgelegenheid.
 Je ziet ook in de armste gebieden in Afrika waar we onderzoek doen, en waar men heel weinig onderwijs heeft genoten, nog steeds goede ondernemers opstaan. Dat soort mensen heb je overal wel – maar ze moeten wel een kans krijgen. Dat is ook wat we proberen uit te vinden: waar en wanneer kun je mensen het beste helpen in de goede richting? Welke opstapjes kunnen we verzinnen? We zijn op zoek naar de patronen, en willen helpen met het opzetten van beleid om dat ondernemerschap te stimuleren.” 

Professor