Niet steeds meer voor controle naar het ziekenhuis, maar meer meten, monitoren en informatie vanuit huis. In het Flagship Consultation Room 2030 kijken onder meer artsen, engineers, ontwerpers, economen en gedragswetenschappers hoe we met behulp van technologie een deel van de zorg thuis kunnen doen. Dit levert niet alleen veel tijdsbesparing op voor artsen en patiënten, maar ook meer zorg op maat.
De druk op de zorg neemt steeds verder toe, mede door vergrijzing en een groeiend tekort aan personeel. Het gebruik van technologie kan het systeem ontlasten, maar veel digitale tools vinden hun weg niet naar de zorgpraktijk. Gevolg is dat patiënten niet altijd zorg krijgen die is afgestemd op hun behoeften en onnodig vaak naar het ziekenhuis moeten afreizen. Dit laatste is ook weer een belasting voor zorgverleners. Het verplaatsen van een deel van de zorg van het ziekenhuis naar huis biedt hierbij uitkomst.
In het Flagship Consultation Room 2030 wordt onderzocht hoe de toekomst van de zorg er met behulp van digitale tools en slim gebruik van data kan uitzien.

Prof. dr. J.M. (Joke) Hendriks, vaatchirurg en afdelingshoofd chirurgie en lid Raad van Bestuur Erasmus MC.
Wat onderzoeken jullie in het Flagship Consultation Room 2030?
"We kijken naar de mogelijkheden om zorg die we tot op heden in het ziekenhuis deden deels of volledig te verplaatsen naar huis. Vandaar de subtitel: Continuity of Care from Hospital to Home. De focus hierbij ligt op de spreekkamer, omdat dit de toegangspoort is tot de zorg. Van daaruit hopen we een transitie van de zorg in gang te zetten. In het Flagship onderzoeken we voor verschillende zorgpaden en patiëntengroepen of we met behulp van digitale middelen, zoals monitoringsapps of diagnostische tools, de zorg vanuit huis kunnen optimaliseren."
Wat is de grootste meerwaarde van het verplaatsen van de zorg naar huis?
"Het heeft zowel voordelen voor de zorgverlener als de zorgontvanger. Bijvoorbeeld als het gaat om tijdsbesparing. Nu gaan patiënten één of meerdere keren per jaar naar het ziekenhuis voor controle, terwijl er eigenlijk niks is veranderd aan hun gezondheid of klachten. Als je dat al weet door bijvoorbeeld een digitale monitoringstool is een ziekenhuisbezoek helemaal niet nodig. Een arts kan deze gegevens dan ontvangen via een app, zodat die op de hoogte is van de medische situatie. Daarnaast zorgt het zelf doen van metingen ervoor dat iemand meer controle heeft over zijn of haar gezondheid."
Waarom is het belangrijk dat jullie hierbij samenwerken met TU Delft en de Erasmus Universiteit?
"TU Delft heeft veel expertise op het gebied van technologie en ontwerp. De Erasmus Universiteit heeft een wat meer reflectieve blik op wat we aan het doen zijn. Waar lopen patiënten en zorgverleners tegenaan, wat werkt wel en wat niet en wat is er nodig voor structurele verandering? Ook kijken ze welke financieringsmodellen we kunnen ontwikkelen om bepaalde oplossingen interessant te maken voor zorgverzekeraars.
De bundeling van expertises helpt ons echt vooruit. Niet alleen vanwege kennisdeling en toegang tot een groot netwerk, maar ook omdat we allemaal op een andere manier naar het vraagstuk kijken. Een arts wil bijvoorbeeld het liefst snel een concrete oplossing voor een probleem dat zich vandaag voordoet, terwijl een ontwerper veel conceptueler denkt en verder vooruit kijkt. Daar moest ik in het begin best aan wennen. Maar vergezichten dagen juist uit om voorbij de dagelijkse waan te kijken en mee te denken over welke stappen we moeten zetten om ergens te komen."

Meer zorg vanuit huis vraagt ook meer van de patiënt. Hoe houd je de zorg toegankelijk voor iedereen?
"Van een deel van de patiënten weten we dat ze minder ziekenhuisbezoeken en meer regie over hun medische toestand als zeer prettig ervaren. Je ziet dat ook in de maatschappij, bijvoorbeeld door de toename van smartwatches waarmee mensen thuis metingen kunnen doen. Tegelijkertijd weten we dat niet iedereen digitaal even goed onderlegd is en dat een deel van de mensen behoefte heeft aan fysieke afspraken. Maar als we een deel van de zorg naar huis weten te verplaatsen, is er juist voor mensen die liever fysiek met een arts spreken meer ruimte om naar de spreekkamer te komen.
Het is een misverstand te denken dat we alles gaan vervangen door technologie en dat iedereen maar apps moet gaan gebruiken. We moeten voor een brede groep iets bieden. Uiteindelijk blijven de arts en patiënt samen verantwoordelijk voor het zorgtraject. Alleen gaat de inrichting hiervan er anders uitzien en krijgen patiënten hier meer controle over. Ik zie dat als iets positiefs. Ik vind dat we mensen best mogen stimuleren om wat meer in de lead te zijn van hun gezondheid, ook als het gaat om preventie. Aan artsen de taak om mensen te voorzien van informatie en wanneer nodig de juiste zorg te bieden."
Wat zijn de obstakels om een transitie in de zorg teweeg te brengen?
"We lopen tegen verschillende dingen aan. Een daarvan is financiering. Als je iets toevoegt aan het zorgsysteem, moet er ook weer iets af. We merken dat verzekeraars en overheden terughoudend zijn met het financieren van digitalisering in de zorg. Daarnaast lopen sommige initiatieven tegen wet- en regelgeving aan, bijvoorbeeld als het gaat om privacy. Wanneer technologie wordt gezien als een medisch hulpmiddel geldt sinds 2021 in de EU de MDR-verordening. Deze moet de veiligheid en kwaliteit garanderen. Dat is natuurlijk belangrijk, maar de keerzijde is wel dat het veel geld en tijd kost om aan te tonen dat iets voldoet aan alle strenge eisen en gecertificeerd te krijgen. Verder is het soms lastig om bepaalde onderzoeksvragen door de medisch-ethische commissie (metc) heen te krijgen. Hierdoor lukt het niet altijd om iets uiteindelijk te implementeren in de dagelijkse praktijk of gaat er veel tijd overheen. En als iets lang duurt dan loop je het risico dat een technologie of tool alweer achterhaald is."
Waar hoop je dat het Flagship uiteindelijk toe leidt?
"Ik zou het heel mooi vinden als we dit op de lange termijn kunnen voortzetten, bijvoorbeeld in de vorm van een center of expertise. Ook andere landen worstelen met uitdagingen in de zorg en werken aan verbeteringen, maar wat we hier in Rotterdam en Delft doen is uniek. Dankzij het Flagship kunnen we zowel aan de zorg in Nederland als het buitenland de waarde van technologie laten zien. De eerste jaren hebben we al hele mooie stappen gezet om de zorg vanuit huis te verbeteren. Dat werkt heel motiverend. De zorg beetje bij beetje vooruithelpen, daar kom ik elke dag mijn bed voor uit."

Prof. dr. ir. R.H.M. (Richard) Goossens, hoogleraar Physical Ergonomics TU Delft
Wat is de rol van TU Delft binnen dit Flagship?
"Op technologisch vlak richten we ons op twee aspecten. Enerzijds heb je de ontwerpkant, waarbij de gebruiker centraal staat. Dat is ook mijn vakgebied. Het andere aspect is meer de engineering, dus de technologie die je kunt inzetten bij bijvoorbeeld het meten van iemands medische toestand. Denk aan sensortechnologie, maar ook aan chips die informatie kunnen halen uit een druppel bloed of urine. Deze kun je dan weer koppelen aan apps."
Kun je een aantal voorbeelden noemen van projecten?
"Een hele mooie vind ik PregnaDigit. In dit project worden zwangere vrouwen met een hoog risico thuis gemonitord. Aan de hand van meetapparatuur die in het project is ontwikkeld, kunnen ze zelf hun bloeddruk bijhouden of een hartfilmpje van hun ongeboren baby maken. Zolang deze binnen de veilige en verantwoorde marge blijft, hoeven ze niet naar het ziekenhuis voor controle. Een vergelijkbaar project loopt voor patiënten met longfibrose. Met een apparaat waarin ze uitademen, kunnen patiënten zelf bijhouden of hun longfunctie achteruitgaat en of ze medicatie moeten nemen. Beide projecten hebben al voor honderden uren aan ziekenhuizenbezoeken bespaart. Als je dit omrekent naar kosten en potentie van opschaling ervan kom je uit op miljoenen euro's aan besparing van zorgkosten.
In een ander project kijken we naar het inzetten van een avatar; een virtuele assistent. Hoe reageren patiënten hierop, welke voorkeuren hebben ze als het bijvoorbeeld gaat om hoe zo'n avatar eruitziet en hoe zorg je dat de informatievoorziening betrouwbaar is? Het mooie aan dit Flagship is dat we dit soort dingen niet alleen onderzoeken, maar ook uitproberen. We zijn een kraamkamer van innovatieve technologie, met Erasmus MC als podium."

Betekent dat dat de fysieke spreekkamer uiteindelijk verdwijnt?
"Dat verwacht ik wel. Ik denk dat het ziekenhuis op termijn alleen nog een plek zal zijn voor bijvoorbeeld operaties en acute zorg. Het zorgsysteem zal op de schop gaan en de zorgrelatie tussen de zorgverlener en patiënt zal er heel anders uit gaan zien. Door het slim inzetten van technologie zullen patiënten zelf veel meer beschikken over hun medische data en meer zelf doen. De arts kijkt hierbij van een afstandje mee en beschikt over de meest actuele medische kennis. Over een jaar of twintig zullen we op ons huidige systeem terugkijken als een goed functionerend, maar wel inefficiënt systeem."
Hoelang zal het nog duren voordat dit de realiteit is?
"Sommige innovaties zijn al de werkelijkheid, zoals de monitoring van zwangere vrouwen en patiënten met longfibrose. Soms worden we ook ingehaald door de realiteit. Toen we begonnen met het Flagship bespraken we een systeem waarbij gesprekken tussen een arts en patiënt met behulp van intelligente opnameapparatuur kunnen worden opgenomen en vastgelegd in een verslag. Met als grote voordeel dat de arts niet steeds naar een scherm hoeft te kijken, maar zich kan focussen op het gesprek. Als je dit verder uitwerkt, zou je aan de hand van kernwoorden uit het verslag ook automatisch een bestelling kunnen doen bij de apotheek. Door alle ontwikkelingen met AI en ChatGPT wordt dit op sommige plekken al toegepast.
De grote uitdaging zit in het veranderen van het zorgsysteem als geheel. DRIFT — een onderzoeksinstituut van EUR op het gebied van transitie-wetenschap — heeft heel mooi laten zien dat we aan de vooravond staan van een transitie in de zorg. Wat je vaak ziet aan een bestaand systeem dat op instorten staat, is dat er allerlei reparaties worden gedaan aan dingen die eigenlijk al niet meer werken. Dat gebeurt nu voornamelijk in de zorg. Er wordt gewerkt aan deeloplossingen, terwijl iedereen weet dat er radicale verandering nodig is. Met onze multidisciplinaire aanpak kunnen we de transitie een noodzakelijke richting geven."
Video: Lof der Geneeskunst: De spreekkamer van de toekomst


Prof. dr. ir. CTB (Kees) Ahaus, hoogleraar Health Services Management & Organisation Erasmus School of Health Policy & Management (links)
Kay Duit, PhD-student Health Services Management & Organisation Erasmus School of Health Policy & Management (rechts)
Wat onderzoeken jullie vanuit de EUR in dit Flagship?
Kees: "We willen in beeld brengen wat er verandert aan de kosten als je een deel van de zorg naar huis verplaatst, welke kostenvoordelen dit oplevert en welke alternatieve bekostigingsmodellen er zijn. Als het gaat om het bekostigen van de zorg gaat het nu vaak over afrekenen op basis van fee-for-service (FFS). Dat betekent dat een zorgverzekeraar een zorgaanbieder betaalt voor de zorg die het levert aan een patiënt in het ziekenhuis. Wanneer een groter deel van de zorg thuis plaatsvindt, maakt een ziekenhuis weliswaar minder kosten, maar heeft het ook minder inkomsten. Wat betekent dat? Welke alternatieve bekostigingsmodellen zijn er? En hoe betrekken we zorgverzekeraars hierbij? Om innovaties in de zorg te laten slagen, is het cruciaal dat er voor alle partijen een prikkel is om een verandering te omarmen."

Hoe maak je zo'n kostenplaatje?
Kay: "Een van de zorglijnen waar we naar kijken is de acute geboortezorg. Dit doen we in het project PregnaDigit. We kijken aan de hand van een methodologie — time driven activity based costing — welke kosten er zijn wanneer een vrouw met een complexe zwangerschap in het ziekenhuis zou worden opgenomen en wanneer ze zelf de bloeddruk kan meten en een hartfilmpje kan maken van de ongeboren baby in de fijne huiselijke omgeving. Bij een ziekenhuisopname heb je bijvoorbeeld meer kosten aan personeelsinzet en een bed, maar aan de inzet van een apparaat voor thuismetingen zijn ook kosten verbonden. In een model kijk ik heel gedetailleerd naar alle kosten. Onder aan de streep komt daar dan uiteindelijk een verschil uit. Ik hoop het kostenplaatje voor de acute geboortezorg in Erasmus MC en de thuismonitoring eind dit jaar klaar te hebben.
In een project over thuismonitoring van longfibrose, genaamd SUITS, kijken we nog iets breder en nemen we ook de maatschappelijke kosten mee. Als iemand naar het ziekenhuis moet, betekent dat dat die persoon tijdelijk minder kan werken. Vaak moet er ook een kennis of familielid mee voor vervoer naar het ziekenhuis, dat kost weer geld. Wanneer je zulke kosten meeneemt, krijg je weer een ander model dan als je puur naar de kosten voor de zorgaanbieder kijkt. Er zijn dus meerdere manieren waarop je kunt kijken naar de kosten van digitale interventies of verplaatsing van de zorg."
Jullie kijken ook naar alternatieve bekostigingsmodellen. Hoe zorg je ervoor dat meer zorg vanuit huis voordelig is voor alle partijen?
Kees: "Een van de mogelijkheden is door in plaats van fee-for-service te kijken naar shared savings. Bij zo'n financieringsmodel spreken zorgaanbieders en zorgverzekeraars af om kostenbesparingen met elkaar te delen. Je kijkt dus niet naar de opbrengsten die je misloopt, maar naar de kostenbesparing door de zorg van het ziekenhuis naar huis te verplaatsen. Je compenseert dus als het ware het financiële nadeel voor een ziekenhuis over een bepaalde periode. Door deze manier van bekostigen ga je van een volumeprikkel bij fee-for-service — hoe meer zorg, hoe meer inkomsten — naar een waardeprikkel, waarbij de belangen van zowel het ziekenhuis, de zorgverzekeraar, de patiënt en de maatschappij centraal staan, ook voor de langere termijn."
Kay: "Het shared savings-model geeft ziekenhuizen ook een prikkel om een innovatie überhaupt te gaan testen of onderzoeken. Met de huidige bekostigingsmodellen krabbelen ze vaak voor of tijdens een pilot-fase al terug, omdat ze bang zijn dat opbrengsten lager uitvallen of dat het de afspraken complexer maakt. Terwijl een innovatie op de langere termijn voordelig uitpakt. Als er geen ruimte is om een innovatie te testen, zal het de weg sowieso niet vinden naar de standaard praktijk. Ook is het belangrijk om eerst goed uit te zoeken of een innovatie een vervanging is of boven op bestaande zorg komt. In dat laatste geval wordt het eigenlijk altijd duurder, en dat wil je niet."
Waar liggen de voornaamste uitdagingen?
Kay: "Een van de grote uitdagingen is om partijen te overtuigen van het feit dat we nieuwe manieren van bekostiging moeten vinden. Verandering levert vrijwel altijd weerstand op. De zorg is van oudsher traag in adoptie van innovaties, met name als het gaat om de invoering van nieuwe behandelingen en medicatie. Dat is logisch, want voordat je iets nieuws gaat implementeren, moet elk aspect tot in perfectie zijn getest. Het is alleen jammer dat dat behoudende ook is doorgesijpeld naar andere onderdelen binnen de zorg, zoals de bekostigingsmodellen. Als daar wat meer ruimte zou zijn voor innovatie, zou dat veel sneller profijt kunnen opleveren. Ik zou het mooi vinden als we met ons onderzoek een wetenschappelijke onderbouwing kunnen leveren om veranderingen daadwerkelijk in de praktijk te kunnen laten plaatsvinden."

Convergence Health & Technology
Erasmus MC, TU Delft en Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) werken nauw samen in een toonaangevend nationaal samenwerkingsverband: Convergence Health & Technology. Wij integreren op unieke wijze technologische, medische en sociale wetenschappen om de grootste zorguitdagingen van de 21e eeuw aan te pakken — in Nederland én internationaal. We brengen open, trans disciplinaire teams samen met een sterke focus op implementatie. Dit versnelt innovaties, leidt tot concrete marktresultaten en genereert nieuwe kennis die de gezondheidszorg blijvend transformeert.
- Meer informatie
Meer informatie? Neem contact op met Fien Bosman, Wetenschapsvoorlichter Health & Care TU Delft op f.j.bosman@tudelft.nl.
- Gerelateerde content
- Gerelateerde links
- Lees hier alles over het samenwerkingsverband Convergence
Op zoek naar meer informatie over het domein Health & Technology binnen Convergence? Kijk dan hier!

