Klimaatbeleid begint niet bij het individu, maar bij de samenleving

Op Prinsjesdag presenteert het kabinet de Miljoenennota. Welke plek heeft klimaatverandering en het terugdringen van de uitstoot daarin? Socioloog Irene van Oorschot onderzoekt hoe klimaatverandering sociaal wordt geleefd en ervaren: "Vooral mensen in slechte sociale huurwoningen voelden deze zomer wat klimaatverandering doet." Wat er volgens haar ontbreekt in de Miljoenennota is dat we klimaatverandering alleen als een technisch, en niet als een sociaal vraagstuk bekijken.

De wortels van de klimaatcrisis liggen volgens Van Oorschot op de plantages

Om iets te kunnen oplossen moet je ook weten waar het vandaan komt. Waar is de basis gelegd voor klimaatverandering? "Het gaat niet om de poppetjes, maar om de achterliggende structuren die ertoe leiden dat natuur iets is geworden wat we kunnen uitputten en vervuilen", vertelt Van Oorschot. 

De industriële revolutie is daarin belangrijk, maar volgens Van Oorschot ontstond de fundamentele breuk tussen mens en natuur al eerder: op de plantages in de door Europese mogendheden gekoloniseerde gebieden. "Daar zie je historisch twee logica's samenkomen: die van ecologische versimpeling, en die van raciale classificatie."

"Ecologische versimpeling betekent dat je ergens één gewas verbouwt. Dat gaat ten koste van veel biodiversiteit. Je kiest één gewas dat snel groeit, zoals katoen, suiker of indigo. Uiteindelijk raakt de grond uitgeput. Daarnaast speelden raciale classificaties een rol, waarbinnen bepaalde mensen - tot slaaf gemaakte mensen bijvoorbeeld - het meest geschikt waren om het zware werk te doen. Dat leert ons dat het niet zozeer de fabriek is, maar de plantage, waar moderne constructies van ras, en het onderscheid tussen mens en natuur echt vorm kregen."

Oude Rotterdamse haven met de Willemsbrug.
Jonathan van Rijn

Daar ligt volgens de socioloog een belangrijk deel van de ontstaansgeschiedenis van de klimaatcrisis. Ze stelt dat we nog steeds leven in het tijdperk van de plantage. "Je ziet in onze landbouw nog steeds monocultuur. Het werk wordt nu veelal gedaan door Oost-Europese arbeidsmigranten, die geregeld onder erbarmelijke omstandigheden werken en in de praktijk onvoldoende worden beschermd. Dat zie je in heel Europa. In de Verenigde Staten leunt de landbouwsector sterk op het werk van migranten uit Latijns-Amerika, onder wie mensen zonder verblijfsstatus."

Deze manier van landbouw bedrijven put de bodem uit, waardoor kunstmest nodig is om gewassen te kunnen blijven verbouwen. In Nederland draagt dit weer bij aan de stikstofproblematiek, waar natuurgebieden, bossen en bomen onder lijden.

Hoe gaat het met de Nederlandse bossen?

Want ook daar doet Van Oorschot onderzoek: in het bos. Bijvoorbeeld bij Staatsbosbeheer. Ze sprak met boswachters en liep met hen door de bossen. "Bos is lang een ondergeschoven kindje geweest in het gesprek over natuurbescherming. De afgelopen tien jaar is dat aan het kantelen, vooral doordat de effecten van klimaatverandering op bossen steeds duidelijker worden. Boswachters zien dat heel sterk terug, vooral in bossen op hoge zandgronden, zoals de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug: kalere takken, beukenlanen die het opgeven en de inheemse eik die het zwaar heeft. Voor boswachters wordt heel zichtbaar dat het bos langzaam afsterft."

portretfoto Irene van Oorschot

"Ons bos is niet goed vertegenwoordigd, terwijl het bos zo’n belangrijke plek is"

Irene van Oorschot

Socioloog

Stikstof speelt daar ook een cruciale rol in. Toch gaat de stikstofcrisis vooral over boeren en niet over boswachters. "Ons bos is niet goed vertegenwoordigd, terwijl het bos zo’n belangrijke plek is: ecologisch, sociaal, en ook gedeeltelijke economisch. We hebben meer landbouwgrond dan bos, maar ik denk dat we minder boeren hebben dan mensen die van bos genieten. De vraag die mij altijd bezighoudt in mijn werk is: wiens waardering van ons land, onze gedeelde aarde, doet er precies toe? Die vraag ga ik nu ook Europees vergelijkend bestuderen in mijn nieuwe ERC Starting Grant."

In slechte sociale huurwoningen wordt klimaatverandering voelbaar

Volgens Van Oorschot zit er ook een probleem in de manier waarop we over klimaatverandering praten. In sociaalwetenschappelijk onderzoek wordt het vaak gethematiseerd als een object waar je in kan geloven of niet, en een mening over kan hebben. Daardoor komt het buiten onszelf te staan, alsof het niet van ons is. Van Oorschot deed daarom in Rotterdam onderzoek naar hoe mensen klimaatverandering ervaren. "Dan zie je dat mensen ook in Rotterdam echt geraakt worden door klimaatverandering. Vooral mensen die wonen in versteende wijken met weinig bomen en in sociale huurwoningen waaraan al decennia weinig is gedaan, ondervinden de gevolgen. De warmte blijft daar in de zomer lang hangen. Dat kan tot gezondheidsschade leiden. Dan wordt klimaatverandering echt voelbaar."

De grote vraag is: hoe lossen we dit op? "Je ziet dat mensen voortdurend oplossingen improviseren: lakens voor de ramen hangen, je baby wat vaker in een koel bad doen en vaker bij je oma langsgaan om te kijken of ze genoeg drinkt. De aanpak wordt zo de verantwoordelijkheid van individuen. Die focus op individuele aanpassingen zie je ook breder, als mensen wordt verteld dat ze beter, duurzamer moeten consumeren, bijvoorbeeld, terwijl grote bedrijven op belastingvoordelen en subsidies kunnen rekenen."

Een persoon staat op de markt met twee zakken paprika's in zijn handen.
Jelte Lagendijk

De regering moet de klimaatcrisis als een collectief probleem behandelen, vertelt Van Oorschot. "Als je naar de ervaringen van mensen kijkt wordt duidelijk dat we iets moeten doen aan de inrichting van onze steden. Ook moeten we aanpakken dat mensen in zeer slechte sociale huurwoningen leven, die vaak ook nog eens gebouwd zijn op het oude klimaat. Het gaat om het collectiviseren van het probleem. Dat gebeurt nu te weinig. De oplossing wordt bij mensen zelf gelegd, terwijl zij die niet alleen kunnen realiseren."

"Vanuit mijn vak verwacht ik teleurgesteld te zijn in de Miljoenennota. Ik denk dat het probleem daarin niet serieus genoeg wordt genomen, terwijl er tegelijkertijd collectieve middelen naar subsidies voor vervuilende industrieën blijven gaan", vertelt ze. Zo bedroegen die subsidies in de vorm van belastingvoordelen voor fossiele industrieën in 2023 nog tussen de 39,7 en de 46,4 miljard euro.

Hoe komen we dichter bij een oplossing?

We leven in een kapitalistisch systeem. Dat voelt voor velen als een tweede natuur. We weten niet beter. Volgens Van Oorschot ligt daar niet alleen de oorsprong van het probleem, maar juist ook het startpunt van de oplossing: "In dit systeem heeft natuur alleen bestaansrecht wanneer het ergens economische waarde creëert. Als dat de grond is waarop we onze systemen bouwen dan is het moeilijk om binnen het systeem een daadwerkelijk werkzame oplossing te vinden."

portretfoto Irene van Oorschot

"Het kan niet zo zijn dat er geen alternatieven zijn voor kapitalisme"

Irene van Oorschot

Socioloog

"Het goede nieuws is: dit is niet onveranderlijk", vertelt de wetenschapper. "Als voorbeeld: ooit gold in Europa het goddelijk recht van koningen, die niemand behalve God verantwoording verschuldigd waren. Uiteindelijk veranderde dat, omdat mensen die orde niet langer accepteerden. Structuren, ook al lijken ze zo onoverkomelijk, zijn niet onaantastbaar. Het is moeilijk om over alternatieven na te denken, maar het kan wel. De mens loopt al tienduizenden jaren op deze aardbol rond en het kapitalisme is ongeveer vijfhonderd jaar oud. Dus het kan niet zo zijn dat er geen alternatieven zijn. Die alternatieven aftasten is de kern van een democratie."

Mensen zijn niet gek

Kapitalisme gaat over bezit en dat heeft volgens Van Oorschot ook een ecologische dimensie. "In ons systeem kun je iets in de wereld tot jouw eigendom maken, zodat andere mensen er geen gebruik van kunnen maken. Maar uiteindelijk delen we hier alles: water, lucht, grond en bomen. Waarom vinden we het dan normaal dat sommige bedrijven of mensen exclusief aanspraak kunnen maken op zaken waarvan we allemaal afhankelijk zijn? Op zoek naar alternatieven moet je die vanzelfsprekendheid los proberen te laten."

Volgens Van Oorschot sluit het overheidsbeleid onvoldoende aan bij wat mensen om zich heen waarnemen. Dat heeft gevolgen voor de samenleving. “Mensen gaan twijfelen aan hun waarneming. Ze zien dat het weer verandert. Vroeger waren de zomers niet zo heet, waren de bomen half augustus niet zo geel en had je ’s nachts minder last van de hitte. Veel mensen voelen dat er iets niet goed zit. Doordat klimaatverandering door sommige politici in twijfel wordt getrokken, twijfelen mensen aan hun eigen waarneming: 'Ben ik nou gek? Zie ik dit niet goed?' Maar ik denk niet dat ze gek zijn. Je zintuiglijke waarneming is ook een manier van weten en kennen. Die mag je serieus nemen."

Volgens Van Oorschot kan dit jaar de boeken ingaan als een jaar waarin veel Europeanen opnieuw heel direct voelen wat klimaatverandering voor hun leven betekent, onder meer door de bosbranden en het gevoel van gevaar dat daarmee gepaard gaat. "Een goed moment voor de regering om hier meer oog voor te hebben", sluit de socioloog af.

Onderzoeker
Meer informatie

Persvragen? Marjolein Kooistra, communicatie / persrelaties Erasmus School of Social and Behavioural Sciences
email: kooistra@essb.eur.nl | 06 83676038

Meer lezen over andere onderzoeken? Kijk op Erasmus Extra.

Gerelateerde content
Met deze subsidie gaat Irene van Oorschot onderzoeken hoe de veerkracht van Europese bossen tegen klimaatgerelateerde risico's vorm krijgt.
portretfoto Irene van Oorschot
We worden steeds ouder. Daarom is het belangrijker dan ooit dat je op een fijne manier oud kunt worden in je eigen wijk. We spreken met expert Anna Nieboer.
Een vrouw loopt met haar hond door het park.

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen