Onderzoekers stellen hardnekkige aannames in de gedragswetenschappen ter discussie en pleiten voor inclusiever onderzoek

Een studie van o.a. universitair hoofddocent Jan Stoop (Erasmus School of Economics) laat zien dat raciale en etnische verschillen in belangrijke gedragskenmerken, zoals competitiviteit en risicobereidheid, even groot zijn als de bekende genderkloof die decennialang economisch en psychologisch onderzoek heeft gevormd.

Gedragsverschillen gaan verder dan gender

Op basis van een grote, nationaal representatieve steekproef van Amerikaanse volwassenen en met behulp van gestimuleerde gedragsexperimenten toont de studie aan dat niet-Spaanse witte Amerikanen doorgaans minder competitief zijn en meer bereid zijn risico’s te nemen dan zwarte en Latijns-Amerikaanse deelnemers. Opvallend genoeg zijn deze raciale en etnische verschillen vergelijkbaar in omvang met de verschillen die traditioneel aan gender worden toegeschreven.

Genderpatronen gelden niet voor alle groepen

Het onderzoek onthult ook een verrassende wending: genderkloven in gedrag zien er niet hetzelfde uit binnen alle raciale en etnische groepen. Terwijl witte en Latijns-Amerikaanse vrouwen over het algemeen minder competitief zijn en meer risico mijden dan mannen binnen hun groepen (patronen die al lange tijd worden benadrukt in de gedragswetenschappen) laten zwarte vrouwen geen dergelijk verschil zien ten opzichte van zwarte mannen.

‘Deze bevindingen stellen enkele van de meest algemeen geaccepteerde conclusies in het gedragswetenschappelijk onderzoek ter discussie,’ merkt Jan Stoop op. ‘Veel van wat we denken te weten over genderverschillen is gebaseerd op steekproeven die grotendeels wit zijn.’

Een blinde vlek in de gedragswetenschappen

Al jarenlang bekritiseren wetenschappers de gedragswetenschappen vanwege het gebruik van beperkte “WEIRD”-steekproeven (westers, hoogopgeleid, geïndustrialiseerd, rijk en democratisch), vaak afkomstig van studentenpopulaties. Hoewel onderzoekers steeds vaker verschillen tussen landen bestuderen, is variatie binnen de Verenigde Staten grotendeels onderbelicht gebleven, met name langs raciale en etnische lijnen.

De nieuwe studie suggereert dat deze tekortkoming serieuze gevolgen kan hebben voor de manier waarop onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd en toegepast, vooral in beleidscontexten waarin gedragsinzichten worden gebruikt om economische en maatschappelijke uitkomsten te verklaren.

Waarom inclusie nu belangrijk is

Nu meer dan 40% van de Amerikaanse bevolking zich identificeert als niet-wit, stellen Jan Stoop en zijn co-auteurs dat het negeren van raciale en etnische diversiteit het risico met zich meebrengt dat grote delen van de samenleving structureel verkeerd worden weergegeven.

‘Onze resultaten laten zien dat een bijna exclusieve focus op gender, terwijl ras en etniciteit buiten beschouwing blijven, een blinde vlek creëert in het gedragswetenschappelijk onderzoek die vergelijkbaar is met het oorspronkelijke vertrouwen op “WEIRD”-steekproeven,’ concludeert Stoop.

Universitair Hoofddocent
Meer informatie

Lees hier voor het wetenschappelijke artikel, getiteld: “The racial and ethnic gap in behavioral measures rivals the gender gap in the United States” van Aurelie Dariel, John C. Ham, Nikos Nikiforakis en Jan Stoop. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ronald de Groot, Media & Public Relations Officer aan de Erasmus School of Economics: rdegroot@ese.eur.nl, 06 53 641 846.

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen