"Soms moet je druk zetten op een staat of internationaal bedrijf om de naleving van mensenrechten te bereiken"

Universitair docent Jeff Handmaker begon zijn carrière als mensenrechtenadvocaat in Zuid-Afrika in de jaren negentig. Sinds 2007 werkt hij als rechtssocioloog op het gebied van ‘Law, Human Rights and Development’ bij het International Institute of Social Studies (ISS) in Den Haag, een onderdeel van de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Mijn onderzoeksthema op dit moment is 'legal mobilisation'. Wat is de verhouding tussen het recht en de politieke omstandigheden? Hoe kun je zorgen dat bepaalde rechten een sociale transformatie kunnen aanwakkeren?”

Bij ISS worden SDG’s als referentiekader gebruikt in al het onderwijs en onderzoek. Handmaker zegt: “Mensenrechten is één van de dingen waarnaar ikzelf onderzoek doe. Niet alleen hoe mensenrechtenverdragen eruitzien, maar ook hoe – en of – deze verdragen functioneren in complexe maatschappijen. Welke invloed heeft politiek op het naleven ervan, zowel lokaal als globaal?"

Kunt u een voorbeeld noemen uit uw onderzoek?
“We kijken bijvoorbeeld hoe internationale misdrijven worden aangepakt. Via verschillende instituties kun je misdrijven aanpakken, onder andere via het Internationale Strafhof. Maar wie doet het? Het is mogelijk om een dader aan te pakken in het land waar hij vandaan komt, of waar de slachtoffers vandaan komen, maar ook waar hij naartoe gaat. We zoeken eigenlijk manieren om de ‘social justice’, de rechtvaardigheid, te vergroten. Vaak spelen ngo’s hierin een rol, internationale organisaties zoals Amnesty International en lokale organisaties zoals de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq.”

Misdrijven zijn iets anders dan mensenrechtenschending?
“Het is eigenlijk een specifieke vorm van mensenrechtenschending. De grote meerderheid van mensenrechten hebben te maken met staatsverplichtingen; wat de staat moet doen, of niet mag, om burgers te beschermen. Sommige verplichtingen zijn duidelijker dan anderen. Een staat mag geen mensen martelen. Andere verplichtingen wordt geleidelijk gerealiseerd in lijn met de economische ontwikkeling: de staat moet zorgen dat er voldoende onderwijs- of watervoorzieningen zijn.

Misdrijven hebben te maken met wat een individu heeft gedaan, soms in zijn officiële functie: bijvoorbeeld als militair of als ambtenaar. Het misdrijf kan indirect alsnog vanuit de staat komen. Juridisch en politiek gezien is dit complex.”

Draagt jullie onderzoek bij aan het minder complex maken?
“Het is belangrijk om de context waarin (mensen)rechtenschendingen plaatsvindt, te begrijpen. En hoe het recht wordt gehandhaafd. Dit gebeurt namelijk niet altijd via de rechtbank. Er bestaan acties om bedrijven aansprakelijk te stellen voor misdrijven in de kledingindustrie. De basis hiervan zijn mensenrechten, maar het zijn geen juridische zaken: ze kunnen aangestuurd zijn door ngo-campagnes of petities. Als mensen een campagne willen voeren omdat ze geen avocado’s meer willen kopen uit Israël wegens internationale misdrijven, is dat ook een voorbeeld van het handhaven van mensenrechten.”

"Uiteindelijk willen we relevante informatie verschaffen die gebruikt kan worden om mensenrechtenschending tegen te gaan. In eerste instantie is dat bedoeld voor juristen, voor ngo’s en andere belangengroepen"

Maar uiteindelijk kopen we toch allemaal goedkope T-shirts en avocado’s?
“Ja dat is lastig. Er is alleen een relatief elitaire groep mensen die zich hierover zorgen maakt en daarnaar handelt. Het wordt interessant als de minister zegt: ‘We willen dit niet meer’, of: ‘Dit overtreedt internationaal recht’. Uiteindelijk moet het op dat niveau opgelost worden, maar het kan beginnen bij kleinere, burgerlijke initiatieven.”

Op welke manier gaat jullie onderzoek mensenrechten ten goede komen?
“Samen met prof. Karin Arts heb ik het boek Mobilising International Law for 'Global Justice' (2019, CUP) samengesteld. Eén van de doelen is informatie verschaffen aan internationale juristen en internationale organisaties die werken op dit gebied, zodat zij een beter begrip krijgen van de invloed van politiek op (mensen)rechten. Het boek gaat bijvoorbeeld over hoe de strijd tegen buitenlandse corruptie wordt gevoerd, en de strijd tegen kinderontvoeringen. Hiernaast geeft het voorbeelden van hoe sommige steden mensenrechten handhaven, als het op landelijk niveau niet lukt.
De belangrijke vraag is: welke mogelijkheden bestaan er om dit soort zaken te voeren? Juristen zijn geneigd het recht te herhalen in de hoop dat het uiteindelijk gerespecteerd worden. Maar soms moet je druk zetten op een staat om rechtvaardigheid te bereiken. Het is lastig om een staat, of een multinationaal bedrijf of instelling aansprakelijk te stellen voor mensenrechtenschending, maar het is wel gebeurd in het verleden, bijvoorbeeld via boycots, desinvesteringen, sancties of andere acties of petities. Het is de Nederlandse organisatie Urgenda bijvoorbeeld gelukt. De 
Urgenda-klimaatzaak in 2015 tegen de Nederlandse regering was de eerste ter wereld waarin burgers vaststelden dat hun regering een wettelijke plicht heeft om klimaatverandering die een gevaar vormt, te voorkomen. Er zijn dus mogelijkheden, wij kijken welke rol het recht daarin speelt.”

Noem je dit niet activisme?
“Activisme wordt geschuwd in de academische wereld, maar het heeft wel raakvlakken, ja. Als academicus vind ik het belangrijk om te zorgen dat mijn onderzoek verdedigbaar is en relevant. Ik weet niet of mijn invloed groter is via internationale congressen en wetenschappelijke publicaties, of via de pers, een artikel in Metronieuws, NOS of Al Jazeera – daarom doe ik het allebei.
Uiteindelijk willen we relevante informatie verschaffen die gebruikt kan worden om mensenrechtenschending tegen te gaan. In eerste instantie is dat bedoeld voor juristen, voor ngo’s en andere belangengroepen. Maar we vinden het ook belangrijk om in conversatie te blijven met beleidsmakers, met rechters, met de politiek en in zekere zin met het brede publiek.”

Universitair Docent
Faculteit
International Institute of Social Studies