"Soms zijn wetten er niet om het openbaar belang te beschermen, ondanks de officiële retoriek"

Prof.dr. Alessandra Arcuri is hoogleraar International Law aan Erasmus School of Law en maakt deel uit van het Erasmus Initiative Dynamics of Inclusive Prosperity. Ze vindt het belangrijk internationale wetten kritisch te bekijken. Ze onderzoekt bijvoorbeeld de belangrijke rol die internationale wetgeving zou kunnen spelen (en daar niet altijd in slaagt) bij het behalen van de SDG12: verantwoorde consumptie en productie.

Op basis van cijfers van de VN zegt ze: “We leven in een wereld waarin de wereldwijde materiële consumptie de 92 miljard ton heeft bereikt. Dat is een toename van 250 procent vergeleken met de jaren zeventig. De wereldwijde materiële voetafdruk neemt exponentieel toe, waarbij rijke landen het meest bijdragen aan dit onhoudbare verbruik van natuurlijke hulpbronnen. Welk verband is er tussen internationale wettelijke afspraken en deze cijfers? Zou internationale wetgeving ervoor kunnen zorgen dat we ons verbruik verkleinen? Of verergert ze de status quo?

Bedoelt u dat verantwoorde productie en consumptie eigenlijk inhoudt: minder productie en consumptie ?
“Het verminderen van de totale hoeveelheid goederen die worden geproduceerd en geconsumeerd is onderdeel van de oplossing, ja. Maar alleen als we alle gevolgen van ons productie- en consumptiegedrag voor het milieu en de maatschappij aanpakken, kunnen we zeggen dat we verantwoord produceren en consumeren.”

Hoe kunnen we verantwoorde productie en consumptie op internationaal niveau bevorderen, met behulp van wetgeving?
“Er zijn veel manieren waarop wetten verantwoorde productie- en consumptiepatronen kunnen bevorderen. In Europa hebben we bijvoorbeeld afgesproken geen illegaal gekapt hout te importeren. Met deze maatregel lossen we misschien niet alle problemen rondom ontbossing op, maar het is wel een stap in de goede richting. Of denk aan de wetten die producten reguleren die door kinderen of slavernij zijn gemaakt. In de afgelopen jaren zien we dat er steeds meer van dergelijke wetten worden aangenomen. De vraag is of ze ver genoeg gaan.”

Waarom bent u daar sceptisch over?
“We hebben te maken met een zeer scheef systeem waarin transnationaal kapitaal in hoge mate wordt beschermd, terwijl de wettelijke bescherming van het milieu en mensen relatief beperkt is vergeleken met de bescherming van grote bedrijven. Buitenlandse investeerders hebben bijvoorbeeld veel afdwingbare rechten wanneer ze in hun ogen oneerlijk worden behandeld. Neem het Duitse bedrijf dat olie en gas produceert en dreigt Nederland voor de rechter te slepen, omdat de Nederlandse overheid de productie van elektriciteit met kolencentrales wil verbieden. Dit bedrijf zegt: "Wij zijn naar Nederland gekomen met de verwachting winst te maken, dus klagen we de overheid aan omdat die dat tegenwerkt.” En helaas bestaan er internationale verdragen die het indienen van dergelijke claims toestaan. 
Dit soort juridische uitdagingen staan haaks op het tegengaan van klimaatverandering. Als een bedrijf een andere staat mag aanklagen voor het introduceren van milieuwetgeving omdat het bedrijf anders verlies lijdt, heeft dat enorme gevolgen. Zelfs als de staat een zaak wint, kost het de staat veel geld om haar keuzes te verdedigen, en dat geld zou geïnvesteerd kunnen worden in doelen met een groter maatschappelijk belang. Wat ik probeer uit te zoeken is wat deze wetten inhouden en waarom ze zijn aangenomen. Welke belangen beschermen ze echt? Soms zijn wetten er niet om het openbaar belang te beschermen, ondanks de officiële retoriek.”

"Het ongeluk in Bhopal is een voorbeeld van hoe juridische instellingen eigenlijk niét-duurzame consumptie en productie stimuleren in plaats van verantwoordelijkheid”

Wat heeft dat te maken met de SDG12?
“Heel veel! Veel internationale verdragen werken een extractivistisch economisch model in de hand, waarmee niet-duurzame wijzen van productie en consumptie in stand worden gehouden, in plaats van dat er aandacht wordt besteed aan verantwoorde productie en consumptie. Als buitenlandse investeerders veel rechten krijgen, zijn multinationals vrijwel niet aansprakelijk. Kijk bijvoorbeeld naar hoe Shell en ENI zaken hebben gedaan in Nigeria. Of denk aan een van de ergste industriële ongelukken in de wereldgeschiedenis: de giframp in Bhopal in India in 1984. Meer dan 500.000 mensen raakten gewond door methylisocyanaatgas, meer dan 20.000 mensen kwamen om. Nog grotere aantallen hebben nu nog steeds te maken met de schade aan het milieu. De uitgekeerde schadevergoeding was belachelijk laag en er is geen echt herstel van de omgeving geweest, ondanks dat de slachtoffers verschillende pogingen hebben gedaan om gerechtigheid te krijgen. Met zo’n scheef juridisch systeem kan verantwoorde productie en consumptie niet worden gestimuleerd.
Het ongeluk in Bhopal is een voorbeeld van hoe juridische instellingen eigenlijk niét-duurzame consumptie- en productiepraktijken in de hand hebben gewerkt in plaats van het nemen van verantwoordelijkheid te stimuleren.”

Wat moeten we doen om ons consumptie- en productiegedrag verantwoord te maken?
“Als we duurzamere productie- en consumptiepatronen willen creëren, moeten we wetten en regelgeving serieus aanpakken. Als rechtskundig wetenschapper is het mijn taak aan te geven waar de regelgeving tekortschiet en bloot te leggen wat er achter de officiële retoriek schuilt. Door te laten zien dat er tegenstrijdigheden zitten in een systeem dat duurzaamheid beweert te stimuleren, maar in feite extractivisme bevordert, hoop ik het tij te keren. De advocaten die ik in de toekomst hoop te zien, zijn mensen die niet alleen proberen zoveel mogelijk geld te verdienen, maar ook kijken hoe ze niet alleen hun cliënt, maar ook de maatschappij, echt van dienst kunnen zijn.”

In uw werk geeft u aan dat er problemen zijn met de concepten van de SDG's zelf, wat bedoelt u daarmee? 
“Een van mijn bezwaren is dat de doelen die moeten worden behaald om tot ‘verantwoorde productie en consumptie’ te komen, vaag zijn. Het draait allemaal om bereidheid. De oplossingen zijn gebaseerd op pure vrijwilligheid: ‘Laten we proberen om het op een of andere manier ietsje beter te doen'.”

En een vrijwillige benadering gaat problemen niet oplossen?
“Precies. Neem het werk van Tim Bartley. Hij houdt zich bezig met ontbossing en particuliere regulering. Hij heeft veldwerk uitgevoerd en onderzoek gedaan naar het FSC-certificaat voor hout. In een interview op Erasmus Universiteit legde hij uit dat als FSC hogere standaarden probeert in te voeren, de productie onmiddellijk naar een ander rechtsgebied wordt verplaatst. Hij wees ons ook op een van de schandalen rondom de Rana Plaza-ramp in Bangladesh (waarbij meer dan 1000 mensen om het leven kwamen), namelijk dat de fabriek gecontroleerd was naar aanleiding van initiatieven gericht op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat geeft wat mij betreft duidelijk aan hoe ineffectief een vrijwillige aanpak is. We moeten strengere regels opstellen en dat vooral op wereldwijd niveau doen.”

Uschrijft ook over de spanning tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden, kunt u deze uitleggen?
“Wie heeft er echt baat bij productie- en consumptiepatronen? De consumptie per hoofd van de bevolking in rijke maatschappijen is veel hoger dan de consumptie per hoofd van de bevolking in ontwikkelingslanden. Er is veel onderzoek waaruit blijkt dat rijkere landen en transnationale bedrijven winst maken met de natuurlijke hulpbronnen uit ontwikkelingslanden op een manier die het milieu schaadt, en deze landen als afvalbak gebruiken. Als we duurzaamheid in productie- en consumptiepatronen daadwerkelijk willen aanpakken, moeten we deze fundamentele onevenwichtigheid erkennen.”

Praat u ook met beleidsmakers hierover?
“Ik word soms uitgenodigd door beleidsmakers in Brussel of in Nederland. Afgelopen december werd ik bijvoorbeeld uitgenodigd door DG FISMA van de Europese Commissie om te komen praten over de hervorming van investeringswetten in Europa. 
Afgelopen juni hebben we een conferentie georganiseerd op de campus over de pesticide die het meest in de wereld wordt gebruikt. Hiernaast hebben we een open brief geschreven aan een VN-orgaan dat nu toezicht houdt op een van de belangrijkste herzieningsprocessen voor het internationale investeringsregime.” 

Is het moeilijk om Europese of internationale wetten of regelgeving te veranderen?
“Ja, heel moeilijk. Veel moeilijker dan het veranderen van een nationale wet. Je moet als land ook blijven voldoen aan Europese en internationale wetgeving. Bovendien zijn veel hedendaagse uitdagingen mondiaal, zoals klimaatverandering. Als natiestaat kan je deze problemen niet alleen oplossen. Hoewel het moeilijk is voortgang te boeken op internationaal niveau, is het daarom toch de moeite waard om daaraan te blijven werken.”
 

Professor
Faculteit
Erasmus School of Law
Meer informatie

In een eerder interview licht prof.dr. Alessandra Arcuri haar onderzoek toe: “Het is belangrijk om te beseffen dat we elkaars veiligheidsnormen en -regelgeving moeten erkennen om ervoor te zorgen dat globalisering doet wat het moet doen. Bij veel internationale afspraken wordt daarom de wetenschap aangehaald om conflicten over verschillende regelgeving op te lossen. Om die reden richt een belangrijk deel van mijn onderzoek zich op het raakvlak tussen wetgeving en wetenschap op een mondiaal niveau."