Wie is er bang voor Google Home?

Anouk Mols

Hey, Google, luister je me af? Anouk Mols, promovendus aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, onderzoekt of we bang zijn voor Siri en slimme speakers zoals de Google Home, die sinds vorige week in Nederland verkrijgbaar is. Of vinden we eventuele dataverzameling helemaal niet zo erg zolang we ‘s ochtends met onze slimme speaker het koffieapparaat kunnen aanzetten?

Hoe ben je bij dit onderwerp terechtgekomen?

‘Mijn onderzoek maakt deel uit van een Amerikaans-Nederlands project, waarbij we kijken naar verschillende technologieën en hoe mensen die in het dagelijks leven gebruiken, en welke overwegingen ze daarbij maken ten opzichte van privacy en surveillance. We willen voorbij het idee dat consumenten niet om privacy zouden geven, want we zien juist in kleine handelingen dat men er wel om geeft. Bijvoorbeeld doordat ze de blauwe vinkjes op Whatsapp uitzetten.

Momenteel ben je bezig met onderzoek naar slimme speakers en intelligente persoonlijke assistenten, zoals Siri op de iPhone. Hiervoor heb je een enquête gehouden en focusgroepen georganiseerd onder medewerkers van de Erasmus Universiteit. Hoe ging dat?

‘Ik heb een Google Home-speaker in een kamer gezet en mensen ermee laten praten. Bij sommige focusgroepen zaten mensen die bijvoorbeeld al een Amazon Alexa hadden uit de Verenigde Staten, of een Google Home, maar ook mensen die er helemaal geen ervaring mee hadden. De Google Home was gekoppeld aan de tv en lampen hier, dus veel mensen vroegen daarnaar, want dan konden ze ook zien wat er gebeurde - dat de lampen uit- en aan gingen, of dat Netflix aanging op de televisie. Vooral praktische zaken dus, maar veel mensen stelden ook ‘fun-vragen’, zoals: ‘Hey Google, vertel me een grapje.’

Google Home

Was dat in lijn met de resultaten van je enquête?

‘Ja, grotendeels wel. Daaruit bleek dat intelligente persoonlijke assistenten op smartphones in Nederland veel worden gebruikt voor die ‘fun’-vragen - meer dan in de VS. ‘Rap voor me, kun je beatboxen’, dat soort zaken. Ze vonden het bij de focusgroepen ook grappig om te zien wat de Google Home dan anders doet dan Siri. Maar mensen gaven ook aan de assistent voor praktische dingen te gebruiken, zoals routebeschrijvingen en onderweg iemand bellen.’

Zagen de EUR-medewerkers zichzelf nu of in de toekomst een slimme speaker gebruiken?

‘Niet per se; de meeste mensen vonden het onwennig. Ze gaven aan het ongemakkelijk vinden om hardop tegen een apparaat te praten, zelfs thuis. Dat was een grote belemmering voor mensen om ‘m te gebruiken. Maar wat wel grappig is: hoewel men aangaf de toegevoegde waarde van een slimme speaker niet te zien, dachten ze wel dat het een succes zou worden.’

Waren ze niet bang om afgeluisterd te worden?

‘Jawel. Bijna iedereen gaf ook aan dat als ze een slimme speaker zouden gebruiken, ze deze nooit op de slaapkamer zouden zetten, maar wel in de woonkamer. Er zit trouwens een mute-knop op, die ik in de focusgroepen ook gebruikte als mensen klaar waren met de speaker testen. Maar dan zeiden ze: denk je nu echt dat de speaker wel uitstaat? Ze bleken dus behoorlijk wantrouwig. Dat had voor hen ook te maken met dat de Google Home nu Nederlands begrijpt. Tegelijkertijd gaven ze aan vooral bang te zijn dat staten als Rusland en China hen zouden afluisteren, en dat ze dat niet verwachtten van de Nederlandse overheid - die vertrouwen ze wel.

In het algemeen kon ik vier soorten gebruikers onderscheiden: de ‘sceptici’, die de speaker niet vertrouwden omdat ze van techgiganten zijn, de ‘opgevers’, die aangaven dat zoveel bedrijven al data over hen verzamelden dat zo’n speaker het verschil ook niet meer maakt, de ‘gewone critici’, die wel bezwaren hadden maar zichzelf in de toekomst wel een speaker zien gebruiken, en de ‘tech-enthusiasts’ die de Google Home heel fijn vonden en ‘m zeker wilden gebruiken.’

Hebben mensen behalve het ‘afluisterargument’ nog andere bezwaren tegen slimme speakers?

‘Ja, ik hoorde ook regelmatig dat men bang is om lui en afhankelijk te worden van een apparaat en zodoende de controle uit handen te geven. Wat ook grappig was: bijna iedereen benoemde de speaker als een ‘hij’ of ‘zij’, dus niet als een object. Een aantal mensen gaf aan bang te zijn dat een Google Home hun familie zou desocialiseren. Dat hun kind bijvoorbeeld niet meer aan hen zou vragen: ‘Goh, pap, ik moet een spreekbeurt houden over de Tweede Wereldoorlog, kun je me daar iets meer over vertellen?’, maar dat ze tegen de speaker zouden zeggen: ‘Hey Google, geef me informatie over de Tweede Wereldoorlog’.’

Hoe zie jij de toekomst van deze apparaten voor je?

‘Ik denk dat slimme speakers een groter succes worden dan de intelligente assistent op de telefoon. Slechts 15 procent van de ondervraagden gebruikte die wel eens, dat vind ik niet zo veel. Ik denk dat dit groter wordt omdat de hele familie hem aan kan sturen. Tegelijkertijd denk ik niet dat iedereen over twee jaar zo’n ding heeft - het blijft denk ik voor techliefhebbers.’

Heb je zelf een slimme speaker in huis?

‘Ja! Maar ik merk dat ik hem toch vaak uitzet bij persoonlijke gesprekken. En dan bedoel ik niet met de mute-knop, maar echt de stekker eruit. Gewoon voor de zekerheid.’

Meer informatie

Lees hier meer over het onderzoek van Anouk Mols.