Zesde Monitor Georganiseerde Criminaliteit: onderzoek naar cocaïnesmokkel en liquidaties

Georganiseerde criminaliteit in Nederland laat zich moeilijk vangen in eenvoudige trends. Dat blijkt uit de zesde rapportage van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit, die op 15 januari 2026 is gepubliceerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). In het onderzoek staan twee zware criminaliteitsvormen centraal: cocaïnesmokkel en liquidaties. Op basis van zestien recente opsporingsonderzoeken en een flink aantal oude zaken biedt het rapport inzicht in zowel hardnekkige patronen als opvallende veranderingen binnen de georganiseerde misdaad. Aan het onderzoek werkte Robby Roks, universitair hoofddocent Criminologie aan Erasmus School of Law, mee. 

De Monitor Georganiseerde Criminaliteit

Sinds 1997 analyseert de Monitor Georganiseerde Criminaliteit grootschalige opsporingsonderzoeken naar zware en georganiseerde criminaliteit. Door deze onderzoeken over een lange periode en volgens een vaste methodiek te bestuderen, ontstaat een uniek beeld van hoe criminele samenwerkingsverbanden functioneren, hoe verdachten zich ontwikkelen en hoe de opsporing daarop reageert. “In totaal zijn inmiddels bijna tweehonderd zaken over allerlei verschijningsvormen van georganiseerde misdaad onderzocht. Voor deze zesde rapportage hebben we specifiek gekeken naar cocainesmokkel en liquidaties”, aldus Roks. Deze delicten zijn onderzocht aan de hand van vier terugkerende thema’s: de modus operandi, criminele samenwerkingsverbanden, criminele levenslopen van verdachten en de aanpak door politie en justitie. Voor cocaïnesmokkel is bovendien gekeken naar ontwikkelingen over een periode van 25 jaar. 

Hardnekkige continuïteit

Een van de belangrijkste conclusies uit het rapport is dat er sprake is van een opmerkelijke mate van continuïteit. Ondanks maatschappelijke veranderingen, technologische ontwikkelingen en intensivering van de opsporing blijken veel kenmerken van georganiseerde criminaliteit door de tijd heen verrassend stabiel. Roks: “De Monitor Georganiseerde Criminaliteit is sinds het begin belangrijk in het tegenwicht bieden aan bepaalde beelden over georganiseerde misdaad. Zo bestaat het beeld van hiërarchisch georganiseerde groeperingen, zoals we bijvoorbeeld zien in films en series. De opsporingsonderzoeken die wij hebben bestudeerd laten echter zien dat criminele samenwerkingsverbanden doorgaans fluïde van aard. Het gaat om flexibele netwerken met een beperkte kern en daaromheen wisselende uitvoerders en facilitators.” Ook de criminele levenslopen van verdachten laten weinig verandering zien. Verdachten raken gemiddeld op dezelfde leeftijd betrokken bij georganiseerde criminaliteit als hun tegenhangers van decennia geleden. De start van criminele carrières en de doorstroom naar de georganiseerde misdaad volgen daarmee al jaren vergelijkbare patronen. 

Veranderingen in smokkelmethoden

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat georganiseerde criminaliteit zich voortdurend aanpast. Dat geldt met name voor de cocaïnesmokkel. “Er is een diversiteit aan smokkelmethoden. Daarbij zien we nog steeds heel klassieke smokkelmethoden, maar er zijn ook nieuwe aanpassingen en werkwijzen. Ook zie je dat de smokkel niet alleen via de Rotterdamse haven gebeurt, maar dat Nederlandse criminele samenwerkingsverbanden ook actief zijn in andere Europese havens”, aldus Roks. Een opvallende ontwikkeling is de toegenomen afhankelijkheid van ‘hulp van binnenuit’. Door strengere controles en beveiligingsmaatregelen is het voor criminele netwerken steeds lastiger geworden om cocaïne zonder interne ondersteuning binnen te brengen. Onderschepte versleutelde communicatie biedt in recente zaken concreet zicht op corruptie binnen bedrijven en, in sommige gevallen, bij overheidsinstanties. Deze aanpassingen illustreren het adaptieve vermogen van criminele samenwerkingsverbanden. 

Liquidaties en georganiseerd geweld

Roks vertelt: “Voor het eerst in de Monitor Georganiseerde Criminaliteit hebben we ook een aantal grote liquidatiezaken onderzocht en dat was in eerdere rondes nog niet op deze manier gedaan”. De onderzoekers onderscheiden bij liquidaties een strak georganiseerde werkwijze, bestaande uit opeenvolgende fases zoals opdrachtverlening, voorbereiding, uitvoering, vlucht en nasleep. Binnen deze processen is sprake van een duidelijke rolverdeling, waarbij uitvoerende rollen vaker wisselen dan organiserende rollen. Liquidaties vormden de afgelopen jaren een belangrijk aandachtspunt in beleid en opsporing, maar het onderzoek laat zien dat het aantal liquidaties recent is gedaald. Welke factoren aan deze afname ten grondslag liggen, is niet eenduidig vast te stellen. Juist daarom benadrukken de onderzoekers het belang van verder onderzoek om deze ontwikkeling beter te kunnen duiden. 

De centrale rol van communicatie

Net als in eerdere monitorrondes blijkt zicht op communicatie cruciaal voor de opsporing. Inzage in versleutelde PGP-berichten heeft een grote impact gehad op het blootleggen van criminele netwerken, zowel bij cocaïnesmokkel als bij liquidatieonderzoeken. Met name bij complexe liquidatiezaken maakte deze data het mogelijk om losse onderzoeken aan elkaar te koppelen en bredere netwerken zichtbaar te maken. Roks licht toe: “De communicatie via PGP wordt door de opsporingsdiensten wel eens beschreven als een game changer, omdat het zicht geeft op zaken die in meer traditionele manieren van werken niet aan het licht kwamen. Ook voor dit onderzoek hebben de PGP-berichten veel nieuwe inzichten opgeleverd. Tegelijkertijd zag je hierdoor dat bepaalde van de door ons bestudeerde zaken minder diepgaande informatie bevatte, simpelweg omdat er via de communicatie via PGP meer dan voldoende bewijs was om tot een veroordeling te komen. Maar daardoor werd niet altijd duidelijk hoe de samenwerking is ontstaan of hoe verdachten elkaar hebben leren kennen”. 

Verdachten steeds minder in beeld

Een andere opvallende bevinding betreft de achtergrond van verdachten. In vergelijking met eerdere cohorten hebben verdachten in recente zaken vaker geen of nauwelijks justitiële voorgeschiedenis voordat zij in beeld komen voor georganiseerde criminaliteit. Dat staat haaks op het beeld van een geleidelijke doorgroei vanuit kleinere criminaliteit. Deze ontwikkeling maakt vroegtijdige interventie lastig. Wanneer personen niet eerder bekend zijn bij politie en justitie, ontbreken aanknopingspunten voor preventief optreden. 

Implicaties voor beleid en opsporing

De bevindingen uit de zesde monitorrapportage bieden belangrijke aanknopingspunten voor beleid en praktijk. “Het onderzoek wijst vooral ook op de wisselwerking tussen de opsporing en criminele samenwerkingsverbanden. En dat vraagt om reflectie. Bijvoorbeeld: meer focus op het bestrijden van drugs in grote havens kan leiden tot verplaatsingseffecten, bijvoorbeeld naar kleinere havens.”, zegt Roks. Ook de inzet van datagedreven opsporing, mede gebaseerd op PGP-data, roept vragen op over prioritering, capaciteit en blinde vlekken. Het rapport onderstreept dat keuzes in de opsporing mede bepalen welk beeld van georganiseerde criminaliteit ontstaat.

Naast Roks werkten ook onderzoekers van het WODC en de Vrije Universiteit mee aan dit onderzoek. De onderzoekers zijn Claire van den Eeden, Vere van Koppen, Heleen Goes, Sanne van Deuveren en Lara Krijger.

Universitair Hoofddocent
Meer informatie

Het rapport 'Georganiseerde criminaliteit in Nederland: cocaïnesmokkel en liquidaties' en de aanbiednota bij het onderzoek zijn te raadplegen via deze link

Benieuwd naar de factsheet die bij het onderzoek hoort? Klik hier.

Gerelateerde content
Hoe komt cocaïne via slimme smokkelmethoden de Rotterdamse haven binnen? En hoe kan deze smokkel gestopt worden?
Robby Roks Universiteit van Nederland

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen