Belasting kan best simpel zijn

Het lijkt natuurlijk mooi: een belastingstelsel dat voor iedere belastingplichtige optimaal rekening houdt met alle persoonlijke omstandigheden. Een belastingstelsel op maat, voor elk van de circa 17 miljoen inwoners, levert rechtvaardigheid op. Het is echter duidelijk dat dit zijn prijs heeft: de prijs van complexiteit, onbegrijpelijkheid, omvangrijke regels en hoge uitvoeringskosten voor burgers, bedrijven en overheid.

Dat willen we niet. Het systeem moet simpel en eenvoudig zijn, begrijpelijk en met lage kosten en lage tarieven. Zie daar de spanning waar we als samenleving mee te maken hebben. Er moet een middenweg worden gevonden.

De afgelopen decennia is het fiscale stelsel er bepaald niet eenvoudiger op geworden. Dat geldt voor burgers, maar ook voor ondernemingen. We zijn de weg in geslagen dat we te veel rekening willen houden met de individuele omstandigheden. Boosdoeners zijn vooral politici, die met regelmaat het fiscale stelsel gebruiken - of beter misbruiken - om douceurtjes uit te delen aan dezen en genen. En die met het fiscale stelsel ons gedrag willen beïnvloeden: hogere accijns om het roken tegen te gaan, een fietsfaciliteit om de werknemer uit de auto te krijgen, een aftrekpost om te innoveren, een heffingskorting om inkomenspolitiek te bedrijven en zo kan ik nog lang doorgaan. Naast het fiscale stelsel hebben we ook nog de toeslagen. Dat systeem is minstens net zo complex. Zo’n 6 miljoen huishoudens hebben ermee te maken en ook daarbij gaat het om veel geld.

Kan dat allemaal anders? Jawel, maar dan moeten we er in elk geval vanaf dat met ieders persoonlijke omstandigheden rekening wordt gehouden. Het belastingsysteem wordt daarmee ruwer, maar ook robuuster.

We moeten ook af van de inkomensplaatjes: zodra wijzigingen in het fiscale stelsel worden voorgesteld, is een van de eerste punten waarover politici zich druk maken wat de inkomenseffecten zijn. Daaraan ligt al de veronderstelling ten grondslag dat de bestaande inkomensverdeling de juiste is. Maar wat is juist? En wat is een te groot inkomenseffect? Treedt dat effect eigenlijk wel op? En als het een groot effect is, kan vereenvoudiging dan meer in de tijd worden gespreid? Kortom, daar kom je wel uit en moet je vooral niet paniekerig over doen.

Een punt waaraan niet heel veel kan gebeuren, is de omvang van de totale belastingopbrengst. Die bedraagt, inclusief de premies voor de sociale verzekeringen, circa 240 miljard euro. Dat geld is nodig om de collectieve uitgaven te financieren. Alleen als we daarin heel fors snoeien, kan de belastingdruk omlaag. Dat is geen reëel perspectief. De tarieven kunnen echter wél naar beneden, namelijk door allerlei aftrekposten, vrijstellingen en tegemoetkomingen af te schaffen. Dat levert veel eenvoud op. Hoge tarieven verstoren bovendien de economie.

Hoog tijd dus om maar eens wat voorstellen te doen. In de eerste plaats wijs ik op de voorstellen die de Commissie Van Dijkhuizen, waarvan ik lid was, afgelopen jaar heeft gedaan. Zij adviseerde onder meer diverse fiscale faciliteiten (aftrekposten, vrijstellingen e.d.) af te schaffen en de tarieven in de loon- en inkomstenbelasting terug te brengen tot twee tarieven, 34% en 46%. Daarnaast heeft ze voorgesteld een deel van het toeslagensysteem te vereenvoudigen. Dat is een aardige eerste stap, maar is lang niet voldoende. Waar kunnen we nog meer aan denken? Het toeslagensysteem zelf moet fors worden teruggesnoeid. Het systeem is bedoeld voor de onderkant van de samenleving, maar begunstigt ook allerlei middengroepen. Daar moeten we vanaf.

Een tweede maatregel betreft de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Dit is een extreem complexe regeling die ruim 10 miljard euro kost. In weinig landen bestaat een dergelijke faciliteit en de huizenmarkt doet het elders veelal beter dan in Nederland. Daar hebben we die aftrek dus niet voor nodig.

Dan zijn er de kostenvergoedingen die werkgevers aan werknemers verstrekken. Ook daarvoor zien we een buitengewoon complex en administratief bewerkelijk systeem, waarin belastingvrijstellingen voor vergoedingen voor pc’s, telefoon, de maaltijd, de fiets, fitness en ga zo maar door zijn geregeld. In totaal scheelt belastingvrijstelling bij kostenvergoedingen de overheid zo’ n 10 miljard aan inkomen dat niet belast wordt. Daarvan afstappen kan een belangrijke bijdrage leveren aan tariefverlaging. Bovendien leidt dat tot omvangrijke administratieve lastenverlichting voor bedrijven en overheid.

Weer een andere maatregel betreft de btw: onlangs heeft het CPB daarover een nuttig rapport gepubliceerd dat erop neerkomt dat het lage tarief geen functie vervult en dat ook de vrijstellingen zouden moeten worden teruggesnoeid. Daarop inspelen levert veel geld op en leidt tot een forse administratieve lastenverlichting.

Tot slot zou bij een grote herzieningsoperatie van de belastringen de belastingdruk op arbeid moeten worden verlaagd en die op (vervuilende) consumptie worden verhoogd.

Er is zeker nog meer mogelijk, mits we maar niet bang zijn voor inkomenseffecten en allerlei veranderingen. En let wel: hetgeen we aan belastingopbrengst met bovenstaande aanpak binnenhalen, moet linea recta terug naar de burger via tariefverlaging; vooral op arbeid. Dat levert economische groei op en een concurrerender fiscaal stelsel.


Publicatiedatum: 31 maart 2014