Testimonials

Testimonials

225 resultaten

  • Alumni in the spotlight | Mr. Emily Dérogée-van Roosmalen

    Mr. Emily Dérogée-van Roosmalen - Lid dagelijks bestuur Nederlandse Vereniging voor Vervoerrecht

    Vaak komen dromen niet uit, maar soms gebeuren er dingen waar je nooit van had durven dromen
    Logo Erasmus School of Law
    Vaak komen dromen niet uit, maar soms gebeuren er dingen waar je nooit van had durven dromen

    Mr. Emily Dérogée-van Roosmalen is na haar afstuderen in 1974 aan de rechtenfaculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam volstrekt per toeval in het “natte” terecht gekomen en daar nooit meer van losgeraakt. Zij heeft in het zee- en vervoersrecht gewerkt, eerst bij de Nederlandse Scheepshypotheekbank en later in het scheepsnotariaat en de ‘natte’ advocatuur bij NautaDutilh en AKD. Zij was met hart en ziel betrokken bij de promotie van Nederlandse recht(spraak) en arbitrage in de wereld van het transport. “Nederland staat op plaats 2 van de wereldranglijst met haar burgerlijk rechtssysteem en mag zich dus best meer profileren!”

    DLNST

    “Op een dag vroeg prof. Frank Smeele (hoogleraar Commercial Law Erasmus School of Law, red.) of ik hem wilde helpen. Hij maakte zich zorgen over de opvolging van de generatie van de juridische ‘baby boomers’ in onze havenstad, die onvermijdelijk een keer met pensioen zouden gaan.” Mede om deze babyboomers te kunnen vervangen werd Dutch Legal Network for Shipping and Transport (DLNST) opgezet, waarvan Dérogée directeur werd. Het zou een project van zes jaar worden, dat in juni 2014 ten einde kwam. Dérogée meent dat er in die tijd veel op de rails is gezet. “De studenten namen al veel activiteiten om vertrouwd te raken met de havengebieden en het bedrijfsleven aldaar van mij over.”

    Mijn tip: “Werk en leef met passie. Stap eens weg van het idee dat je leven altijd in balans moet zijn.”

    .

    Johan van der Veekenpenning

    Bij gelegenheid van haar naderende afscheid eerde de Gemeente Rotterdam Dérogée met de Johan van der Veekenpenning, de op één na hoogste onderscheiding van Rotterdam. In het persbericht staat over haar: ‘Zij zette zich actief in voor juridisch-maritieme verbeteringen en was de drijvende kracht om de ‘natte’ arbitrage in Nederland weer op stoom te krijgen.’ Dérogée komt in aanmerking voor de penning op grond van het criterium “personen die zich gedurende een reeks van jaren in een leidinggevende functie bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de economische ontwikkeling van Rotterdam.” Overigens nam Dérogée niet helemaal afscheid, want zij zal een deel van haar taken voortzetten binnen de Nederlandse Vereniging voor Zee- en Vervoersrecht, waar zij bestuurslid van is.

    Op de vraag wat Dérogée aan studenten zou willen meegeven noemt zij twee van haar motto’s: ’Vaak komen dromen niet uit, maar soms gebeuren er dingen waar je nooit van had durven dromen’. Van die onderscheiding had Dérogée zeker nooit durven dromen. Een ander motto, dat zij wil meegeven is: ‘Life is what happens to you while you're busy making other plans’ (uit het nummer ‘Beautiful Boy’ van John Lennon). Je moet dus flexibel blijven. “Ook vind ik het belangrijk om dingen met elkaar te doen. Het helpt daarbij als mensen je aardig vinden. Wees fatsoenlijk, ook als je ergens weggaat. Ga altijd zo goed mogelijk ergens weg, je weet nooit wanneer je elkaar weer tegenkomt. Het is een kleine wereld. Maximaliseer op die manier je kansen. Stap ook weg van het idee dat jouw leven altijd in balans moet zijn. Als je werkt en leeft met passie lukt dat niet. En waarom zou je ook? Waarom moet je in balans zijn? Mensen die echt ergens voor gáán zijn toch veel leuker!”

    Publicatiedatum: 25 april 2014
    Aangepast: 12 april 2018

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Mr. Herman Jan Couwenberg 'Djanko'

    Mr. Herman Jan Couwenberg 'Djanko' - Cartoonist

    Mijn meestertitel heb ik éénmaal gebruikt, toen ik een inboedelverzekering wilde afsluiten!
    Herman Couwenberg
    Mijn meestertitel heb ik éénmaal gebruikt, toen ik een inboedelverzekering wilde afsluiten!

    Herman Jan Couwenberg (1960) is na zijn studie rechten in Rotterdam een heel andere kant op gegaan. Hij werd cartoonist en ‘Herman Jan’ werd ‘Djanko’.

    Vanzelfsprekend studeren

    Djanko was iemand die na de middelbare school niet wist welke kant hij op wilde. Het was in zijn familie vanzelfsprekend om te gaan studeren als je goed kon leren en na het afronden van zijn vwo kwam het dan ook geen moment in hem op om een creatievere opleiding te gaan volgen. “Ik kwam ook pas op latere leeftijd in contact met muziek en tekenen, waardoor het niet logisch was om daar op dat moment wat mee te doen.”

    Als echte Rotterdammer was het voor hem vanzelfsprekend om in Rotterdam te gaan studeren. Na een half jaar economie te hebben gestudeerd stapte Djanko over naar rechten. Rechten is hem best wel bevallen. “Ik had er geen passie voor, maar het was goed te behappen. Het ‘student-zijn’ vond ik minstens zo boeiend. Ik werd lid van SSR, wat voor mij wel goed was; ik werd er sociaal opener van. Daarnaast kwam ik daar in aanraking met studententoneel en studentencabaret. Ook de vrijheid beviel me. Ik had -naast periodes dat ik hard moest studeren- veel vrije tijd.”

    Inboedelverzekering

    Djanko kijkt naar zijn rechtenstudie bijna alsof het een ander leven was. Zijn meestertitel heeft hij eenmaal gebruikt, toen hij een inboedelverzekering wilde in Rotterdam Noord. Dus als je hem vraagt ‘wat heb je aan je studie gehad…?’ “Qua ervaring heb ik er geen spijt van, maar inhoudelijk heb ik er niet veel aan gehad”. Wel ontdekte hij tijdens zijn studie steeds meer dat hij grappig en gevat was. “In die tijd schreef ik al mappen vol met korte, grappige dialoogjes.” Na zijn studie ging Djanko tekeningen bij zijn dialoogjes maken en werd hij door een vriend gewezen op een competitie bij de krant Het Vrije Volk (later werd deze krant Het Rotterdams Dagblad en weer later ging deze op in het AD). Tijdens deze competitie moesten alle deelnemers cartoons bij krantenartikelen maken. Uiteindelijk werd hij aangenomen en mocht hij dagelijks een cartoon over een actueel onderwerp maken voor de voorpagina. Door de jaren heen kreeg hij er steeds meer bladen en opdrachtgevers bij. Tegenwoordig kun je zijn cartoons onder andere vinden in het AD/RD, het Feyenoord Magazine en op zijn website. De laatste jaren doet Djanko echter meer dan alleen cartoons tekenen voor bladen. Zo is hij stand-up cartoonist. Dat houdt in dat hij bij bijeenkomsten, trainingen e.d. ter plekke cartoons maakt over wat daar gebeurt. “Ik maak dan een soort verslag in cartoons, of maak pijnpunten in een bedrijf of organisatie op een leuke manier bespreekbaar.” Daarnaast doet hij steeds meer met muziek. Hij schrijft z’n eigen liedjes en is bezig met het maken van een CD. De komende jaren wil hij nog veel leuke cartoons maken. Met het vergaren van kennis houdt hij zich niet veel meer bezig. “Ik heb gemerkt dat ik voor mijn werk ruimte in mijn hoofd nodig heb.”

    Word zelf wijs

    Aan studenten wil hij meegeven dat het belangrijk is om jezelf af te vragen of je daar bent waar je wilt zijn. “Wees eerlijk naar jezelf en trek daar - indien mogelijk - je consequenties uit. Mensen die dat kunnen vind ik moedige mensen.” Djanko vindt verdere wijze raad overbodig. Tot slot geeft hij dan ook mee dat “je moet zorgen dat je geen wijze raad van anderen nodig hebt. Word zelf wijs!”

    Mijn tip: “Vraag je af of je daar bent waar je wilt zijn. Wees altijd eerlijk naar jezelf en trek daar je consequenties uit.”

    .

    Inboedelverzekering

    Djanko kijkt naar zijn rechtenstudie bijna alsof het een ander leven was. Zijn meestertitel heeft hij eenmaal gebruikt, toen hij een inboedelverzekering wilde in Rotterdam Noord. Dus als je hem vraagt ‘wat heb je aan je studie gehad…?’ “Qua ervaring heb ik er geen spijt van, maar inhoudelijk heb ik er niet veel aan gehad”. Wel ontdekte hij tijdens zijn studie steeds meer dat hij grappig en gevat was. “In die tijd schreef ik al mappen vol met korte, grappige dialoogjes.”

    Na zijn studie ging Djanko tekeningen bij zijn dialoogjes maken en werd hij door een vriend gewezen op een competitie bij de krant Het Vrije Volk, dat later opging in het AD. Tijdens deze competitie moesten alle deelnemers cartoons bij krantenartikelen maken. Uiteindelijk werd hij aangenomen en mocht hij dagelijks een cartoon over een actueel onderwerp maken voor de voorpagina. Door de jaren heen kreeg hij er steeds meer bladen en opdrachtgevers bij. Tegenwoordig kun je zijn cartoons onder andere vinden in het AD/RD en het Feyenoord Magazine.

    De laatste jaren doet Djanko echter meer dan alleen cartoons tekenen voor bladen. Zo is hij stand-up cartoonist. Dat houdt in dat hij bij trainingen en andere bijeenkomsten ter plekke cartoons maakt over wat daar gebeurt. “Ik maak dan een soort verslag in cartoons, of maak pijnpunten in een bedrijf of organisatie op een leuke manier bespreekbaar.”

    Daarnaast doet hij steeds meer met muziek. Hij schrijft zijn eigen liedjes en is bezig met het maken van een CD. De komende jaren wil hij nog veel leuke cartoons maken. Met het vergaren van kennis houdt hij zich niet veel meer bezig. “Ik heb gemerkt dat ik voor mijn werk ruimte in mijn hoofd nodig heb.”

    Word zelf wijs

    Aan studenten wil hij meegeven dat het belangrijk is om jezelf af te vragen of je daar bent waar je wilt zijn. “Wees eerlijk naar jezelf en trek daar - indien mogelijk - je consequenties uit. Mensen die dat kunnen, vind ik moedige mensen.” Djanko vindt verdere wijze raad overbodig. Tot slot geeft hij dan ook mee dat “je moet zorgen dat je geen wijze raad van anderen nodig hebt. Word zelf wijs!”

    Publicatiedatum: 5 maart 2014
    Aangepast: 12 april 2018

    Herman Couwenberg
  • Alumni in the spotlight | Mr. Hamith Breedveld

    Mr. Hamith Breedveld - Notaris en lid van het Dagelijks Bestuur Loyens & Loeff

    In mijn tijd was Rotterdam een progressief bolwerk
    Logo Erasmus School of Law
    In mijn tijd was Rotterdam een progressief bolwerk

    Hamith Breedveld was notaris en fulltime lid van het Dagelijks Bestuur van Loyens & Loeff N.V. Daarvoor was hij verbonden aan de praktijkgroep Vastgoed. Daarnaast was hij docent aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Grotius academie.

    Progressief bolwerk

    Hamith Breedveld begon meer dan veertig jaar geleden met studeren aan de EUR. Hij noemt zijn studiekeuze achteraf ‘tamelijk nonchalant.’ Rotterdam sprak hem het meeste aan en daarmee kwam hij in een progressief bolwerk terecht. Breedveld betitelt de keuze voor Rotterdam als een ‘geweldige keuze.’ Het was een andere tijd, de tijd waarin studenten de macht grepen en in opstand kwamen tegen het ‘autoritaire regime’ dat tot dan toe de universiteiten gedomineerd had. Dat ging gelukkig niet ten koste van de kwaliteit.

    Breedveld herinnert zich nog goed inspirerende docenten als Sanders, Hulsman en Ter Heide. De laatste was een begenadigd docent, maar ook een acteur en stand-up comedian. Hij kon een zaal echt bespelen, begon de colleges ook altijd met een casus aan de hand van een krantenartikel. Dat toepassen op de praktijk van kennis is een fundament waarop Breedveld nu nog altijd teert. Andere dingen die hij uit de studie meegenomen heeft zijn het systematisch en logisch denken.

    Zoek het maar uit met de hele handel

    Na het afronden van zijn studie moest Breedveld in militaire dienst. Dat was wel even wennen voor iemand die zich op de universiteit juist zo had verzet tegen autoriteit. Na het ’afstompproces’ in het leger zocht hij verdieping. Die vond hij in een studie Notarieel recht in Leiden. Daarmee ging Breedveld van het meest progressieve bolwerk naar het meest conservatieve. Echter, de progressieve aanpak had zijn voorkeur: “In Rotterdam werd je opgeleid tot ‘ZKK’-jurist (Zelfstandig, Kritisch, Kreatief). Je werd ondergedompeld in een tsunami van standpunten en arresten en dan zocht je het op je tentamen maar uit met de hele handel.” Daarmee was hij academisch bezig: “Verkondig je standpunt en onderbouw”, een vaardigheid waarvan hij tot op de dag van vandaag plezier heeft.

    Breedveld zit nu dertig jaar in het vak en vergelijkt zijn werk met topsport. “Je bent constant op het hoogste niveau bezig.” Nu is het echter tijd voor de volgende generatie, Breedveld is er ‘klaar mee’ en geeft het stokje graag over aan de volgende generatie.

    Meer dan alleen studeren

    Wat voor studenten volgens Breedveld heel belangrijk is, is dat studeren meer is dan alleen studeren. “Probeer daarom net iets méér te doen. Alleen college volgen kan iedereen, pak en benut je kansen.” Het is volgens Breedveld nu een stuk aangenamere tijd om te studeren dan in zijn tijd. Recruiters zitten tegenwoordig overal, maak daar gebruik van.

    Mocht je als student ambitie hebben om bij Loyens & Loeff te gaan werken dan is het zeker van belang dat je iets extra’s naast je studie doet. Dat kan in de vorm van een bestuur of buitenlandervaring, maar denk zeker ook aan vrijwilligerswerk. Je zit als student aan de goede kant van de streep, je moet dan iets teruggeven aan de maatschappij.”

    Tot slot wil Breedveld benadrukken dat je moet genieten van je studententijd. “Het is soms onwaarschijnlijke armoede, maar het lukte toch altijd om rond te komen. Een heerlijke tijd.”

    Publicatiedatum: 5 maart 2014
    Aangepast: 12 april 2018

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Mr. Takvor Avedissian

    Mr. Takvor Avedissian - President rechtbank Overijssel

    U komt net van de middelbare school en denkt heel wat te weten, maar u weet nog helemaal niks. Vergeet dus alles en begin opnieuw
    Logo Erasmus School of Law
    U komt net van de middelbare school en denkt heel wat te weten, maar u weet nog helemaal niks. Vergeet dus alles en begin opnieuw

    Mr. Takvor Avedissian is de eerste president van de nieuwe fusierechtbank Overijssel. Voordat hij president van de rechtbank werd, is hij wetgevingsjurist in Den Haag geweest en was hij als teamleider/jurist werkzaam bij het Bureau voor rechtshulp in Utrecht. Sinds het einde van de jaren negentig werkt hij als rechter, later als teamvoorzitter in Rotterdam, vervolgens als sectorvoorzitter/bestuurslid in Haarlem en nu als president in Overijssel (Zwolle en Almelo). 

    Trots

    Takvor Avedissian is een echte Rotterdammer, iets waar hij ook trots op is. Dat betekent niet dat hij blind voor de Erasmus Universiteit heeft gekozen, maar uiteindelijk gaf zijn gevoel voor Rotterdam wel de doorslag. Avedissian komt van een middelbare school waar een sterke debatcultuur heerste. Hij heeft daarnaast sterke interesse in de maatschappij, politiek en actualiteit. Avedissian rondde zijn middelbare school overigens cum laude af en omdat hij meerdere talenten had, onder andere voor econometrie, kon hij kiezen welke kant hij op zou gaan. Zijn motto is echter: 'Volg je hart, je passie en je gevoel!' en dat bracht hem bij de studie Rechtsgeleerdheid in Rotterdam.

    Avedissian omschrijft zijn studie in Rotterdam als een 'prachtige tijd.' Hij herinnert zich het eerste college van prof. mr. Ter Heide die toen zei: "U komt net van de middelbare school en denkt heel wat te weten, maar u weet nog helemaal niks. Vergeet dus alles en begin opnieuw." Ter Heide was een meester in het koppelen van recht aan de actualiteit en het recht in context brengen. 

     

    Mijn tip: “Volg je hart, dat geeft energie. Maar steek ook zelf energie in je studie, daar heb je later veel profijt van. Sommige dingen zijn namelijk niet alleen studie-, maar ook levenslessen.”

    .

    ZKK

    In de tijd dat Avedissian studeerde, gold in Rotterdam de zogenaamde ZKK-attitude: Zelfstandig, Kritisch, Kreatief. Voor Avedissian werkte dat geweldig: "De formule klopte helemaal. Je leerde je te ontwikkelen in zelfstandig en onafhankelijk denken. Je leerde kritisch naar dingen te kijken (in de woorden van Ter Heide: "It ain't necessarily so") en je leerde te zoeken naar het verleggen van grenzen, naar andere wegen om in Rome te komen.” 

    Avedissian deed ook veel naast zijn studie. Hij werkte bij de Rechtswinkel Schiedam (waar hij werd aangenomen door degene die hij nu zijn vrouw mag noemen) en leerde daar hoe het recht in de praktijk werkt. Hij was redacteur bij het juridische faculteitsblad en was student-assistent bij prof. Akkermans, de latere rector magnificus van de universiteit. Uiteindelijk rondde hij ook zijn rechtenstudie (zowel in de richting Staats- en Bestuursrecht als Strafrecht) cum laude af. 

    Rotterdamgevoel

    Avedissian vertelt aan het eind van het interview spontaan over zijn twee oudste zoons die ook in Rotterdam studeren, eentje zelfs aan Erasmus School of Law. Hij zit nu in dezelfde collegebanken als zijn vader en hij krijgt les van hoogleraren die in de studietijd van Avedissian nog universitair docent waren. Ook zijn zoons ervaren de aantrekkingskracht van Rotterdam. “Dat Rotterdamgevoel laat zich moeilijk in woorden vangen, maar daar horen toch zeker kernwaarden bij als ondernemerschap, lef, creativiteit, veerkracht, niet-lullen-maar-poetsen, doe-maar-gewoon en openheid.” 

    Wat Avedissian wil meegeven aan studenten is dat het belangrijk is je hart te volgen en er dan ook écht voor te gaan. Een levensles van zijn vader is: 'Haal alles eruit wat erin zit.' Dat maakt dat het niet vrijblijvend is. “Als je je hart volgt, geeft dat energie, maar je moet er ook energie in stoppen. Later heb je daar veel profijt van. Sommige dingen uit je studie zijn namelijk niet alleen studie-, maar ook levenslessen.” Zo voelt Avedissian zich nog altijd ZKK-jurist en heeft hij nog steeds gevoel bij de faculteit. Sterker, een stemmetje achter in zijn hoofd blijft roepen dat het nog niet afgerond is en de kans is dan ook groot dat we Takvor nog eens op de faculteit terugzien, voor zijn promotie. 

     

    Publicatiedatum: 17 februari 2014
    Aangepast: 12 april 2018

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Mr. Paul Arlman

    Mr. Paul Arlman - Oud-voorzitter Transparency International Nederland

    In Rotterdam creëren wij juristen die een gesprek met een econoom kunnen voeren zonder om te vallen
    Paul Arlman
    In Rotterdam creëren wij juristen die een gesprek met een econoom kunnen voeren zonder om te vallen

    Mr. Paul Arlman was één van de eerste rechtenstudenten in Rotterdam. Hij heeft in zijn carrière gewerkt bij het Ministerie van Financiën, de Wereldbank, de effectenbeurs, en als lobbyist in Brussel. Na zijn pensioen is hij voorzitter van Plan International geweest. Tevens was hij voorzitter van Transparency International (TI) Nederland. De basis legde hij aan Erasmus School of Law (ESL) en de Universiteit van Nice.

    Niet omvallen

    Wat Paul Arlman aansprak in Rotterdam was dat er relatief weinig rechtenstudenten waren. “Hierdoor kende iedere hoogleraar je bij naam. Ik kreeg een een-op-eengesprek van een uur met professor Sanders (bouwdecaan Erasmus School of Law, red.) vóór ik in Rotterdam ging studeren.” Daarnaast was het economisch profiel van Rotterdam belangrijk. “Sanders zei daarover: in Rotterdam creëren wij juristen die een gesprek met een econoom moeten kunnen voeren zonder om te vallen.”

    Arlman omschrijft zijn studie in Rotterdam als een goede basis. Hij werd lid van het Rotterdamsch Studenten Corps en was voorzitter van het landelijk juridisch studentencongres. Daar leerde hij hoe een evenement te organiseren, iets waar hij in zijn carrière baat bij heeft gehad. Twee studies ziet Arlman overigens als “onzin, tenzij het echt twee studies zijn en niet te doen wanneer er 90% overlap zit.” Ook lid worden van een studentenvereniging kan hij warm aanbevelen.

    Mijn tip: “Handel altijd integer en blijf verre van corruptie. In je studie en later in je werk.”

    .

    Cultureel begrip

    Arlman is een groot voorstander van studeren in het buitenland: “99 van de honderd studenten vinden het leuk om ergens anders te studeren en houden er goede herinneringen aan over. Behalve dat het leuk is, is het ongelooflijk nuttig voor je talenkennis. Niet alleen behoorlijk, maar goed Engels spreken is een voorwaarde voor een internationale carrière. Eigenlijk moet je daarnaast nóg een vreemde taal beheersen. Het belang daarvan wordt totaal onderschat. Je hebt een gigantisch voordeel in onderhandelingen als je iemand in zijn eigen taal kunt aanspreken. Cultureel begrip maakt een enorm verschil.” Zijn jaren in de board van de Wereldbank hebben dat nog eens onderstreept.

    Na zijn afstuderen ging Arlman aan de slag bij het Ministerie van Financiën. Hij heeft daar geleerd “dat het niet erg is om een fout te maken, maar wel om tweemaal dezelfde fout te maken.” In zijn internationale functies heeft Arlman ervaren dat het, als je optreedt namens Nederland belangrijk is om je doel voor ogen te houden. “Realiseer je daarbij dat wij vandaag in Europa op zijn best tot de middengroep behoren, weliswaar wel met een aantal belangrijke sectoren.”

    Goed fundament

    Na zijn pensioen in 2005 werd Arlman onbezoldigd voorzitter van Plan International. Deze op kinderen gerichte ontwikkelingsorganisatie beschikt niet alleen over een eigen interne auditfunctie, maar wordt ook gecontroleerd door financiële en programma audit comités en externe accountants. Voor kwaliteitsbewaking en reputatie (ook ten opzichte van donoren) zijn dat cruciale voorwaarden. Volgens Arlman is het voor studenten belangrijk later ook op onbezoldigde basis actief te worden. Hij heeft wel gemerkt in zijn loopbaan dat de fundamenten van het recht je echt goed worden bijgebracht in Rotterdam.

    Arlman was daarnaast voorzitter van Transparency International Nederland, de organisatie die strijdt tegen corruptie. Ook in Nederland is er sprake van achterstallig onderhoud op het gebied van integriteit zoals het NIS-rapport (National Integrity System, red.) van TI liet zien. De boetes die de Verenigde Staten opleggen zijn torenhoog en ze trekken zich niks aan van jurisdictie: “Elk Nederlands bedrijf handelt in of met Amerika, je ontkomt er niet aan.” Aan studenten wil Arlman meegeven verre te blijven van corruptie, om vijf redenen: “het mag niet, het is economisch slecht, het is politiek ongewenst, het is ethisch onjuist en als dat allemaal niet overtuigend genoeg is, het schaadt je eigenbelang.”

    Publicatiedatum: 24 maart 2014
    Aangepast: 12 april 2018

    Paul Arlman
  • Alumni in the spotlight | Prof. mr. Lodewijk Rogier

    Prof. mr. Lodewijk Rogier - Emeritus-hoogleraar Inleiding Staats- en Bestuursrecht

    Creëer je eigen uitdagingen
    Logo Erasmus School of Law
    Creëer je eigen uitdagingen

    Prof. mr. Lodewijk Rogier was van 2005 tot zijn afscheid in 2014 hoogleraar Inleiding Staats- en Bestuursrecht aan Erasmus School of Law. Daarvoor was hij bijzonder hoogleraar in het Bestuursstrafrecht. De focus van Rogier ligt op bestuursrecht. Dat is best bijzonder aangezien Rogier ooit strafrechtelijk is afgestudeerd. Rogier was tevens hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA).

    Nederlands Economische Hogeschool

    Prof. mr. Rogier studeerde aan wat toen nog de Nederlands Economische Hogeschool (voorganger van de Erasmus Universiteit Rotterdam) was. Hij rondde zijn studie Nederlands Recht in vier jaar af. Na zijn militaire dienst kwam hij bij de gemeente Rotterdam als medewerker bij het bureau wijkaangelegenheden. Ondanks een carrière met opgaande lijn (waarbij Rogier uiteindelijk hoofd van het bureau politiezaken werd) besloot Rogier in 1986 vrij resoluut om weg te gaan. Zijn behoefte aan diepgang dreef hem terug naar de faculteit waar hij docent bij de sectie Staats- en bestuursrecht werd.

    Mijn tip: “Volg je nieuwsgierigheid en doe vooral dingen die je leuk vindt. Allen dán kun je er écht goed in worden.”

    .

    Grensgebied

    Gezien zijn voorgeschiedenis bij de gemeente en zijn achtergrond vanuit het strafrecht begaf Rogier zich al vrij snel op het grensgebied tussen het Strafrecht en Staats- en Bestuursrecht. Hij schreef dan ook een proefschrift over het una via-beginsel, het beginsel dat handhavers in principe altijd moeten kiezen voor hetzij strafrechtelijke, hetzij punitieve bestuursrechtelijke handhaving. Maar onderwijs geven was nieuw voor Rogier. Het was aanvankelijk lastig om de dingen die je weet gestructureerd over te brengen.

    Lodewijk Rogier heeft in een tijd gestudeerd waarin alles ter discussie leek te staan. Studenten waren activistischer en hielden zich meer met maatschappelijke vraagstukken bezig dan nu. Het was daarom ook bijvoorbeeld dat Rogier samen met een aantal medestudenten de rechtswinkel oprichtte. Studenten van nu kunnen beter presenteren dan studenten van vroeger. Het recht is jezelf kunnen presenteren, zowel mondeling als schriftelijk. Helaas zijn studenten in dat laatste tegenwoordig wel minder sterk.

    ‘Mijn’ faculteit

    Rogier heeft een bijzondere band met de Nederlandse Antillen. Tussen 1996 en 1999 werd hij door de Erasmus Universiteit Rotterdam uitgeleend en is hij woonachtig en werkzaam geweest op Curaçao. Zijn doel was daarbij vooral om zijn horizon te verbreden. Volgens Rogier moet je uiteraard goed zijn in je vak wil je hoogleraar kunnen worden. Hij vindt het echter ook belangrijk dat een hoogleraar bijdraagt in het management van de faculteit. Hij is zelf tweemaal lid van het bestuur. voorzitter van de examencommissie en sectievoorzitter geweest. Rogier was altijd zeer betrokken bij de faculteit: “ik ben Rotterdammer, ik heb hier gestudeerd en ik werk hier. Dit is toch echt wel mijn faculteit.”

    Lodewijk Rogier had geen moeite met zijn afscheid. Hij kijkt tevreden terug op wat allemaal bereikt is. Het was gewoon tijd om het stokje aan anderen over te geven, Rogier wilde de nieuwe generatie niet in de weg lopen. Wel geeft hij studenten nog een advies mee: “Doe vooral dingen die je leuk vindt en volg je eigen nieuwsgierigheid. Creëer daarin je eigen uitdagingen. Je kunt pas echt goed worden als je iets doet dat je leuk vindt.”

    Publicatiedatum: 11 december 2013
    Aangepast: 12 april 2018

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | mr. Anton Westerlaken

    Mr. Anton Westerlaken - Oud-bestuursvoorzitter Maasstad Ziekenhuis

    Het algemeen belang gaat altijd voor het belang van het individu
    Logo Erasmus School of Law
    Het algemeen belang gaat altijd voor het belang van het individu

    Anton Westerlaken (1955) was tussen 2012 en 2016 bestuursvoorzitter van het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Daarvoor was Westerlaken onder andere werkzaam als lid van de raad van bestuur van het Erasmus MC. 

    De meeste (landelijke) bekendheid kreeg hij waarschijnlijk als voorzitter van het Christelijk Nationaal Vakbond (CNV). Na de uitbraak van de zogenaamde Klebsiella-bacterie in 2012 werd aan Westerlaken gevraagd om leiding te geven aan het Maasstad ziekenhuis. Hij heeft het voor elkaar gekregen om het Maasstad weer in rustiger vaarwater te krijgen.

    Door te focussen op kwaliteit en samenwerking is het ziekenhuis in de rankings omhoog gegaan, kunnen er zwarte cijfers gepresenteerd worden en is er meer samenwerking in de regio tot stand gekomen.

    Verandering

    De rode draad in het werkzame leven van Westerlaken is zijn ervaring met verandermanagement. Het bevreemdt Westerlaken dat mensen vaak moeite hebben met verandering, aangezien ze in het dagelijks leven veelvuldig met verandering te maken krijgen. Zo verandert bijvoorbeeld het programma-aanbod op televisie, of de indeling in de schappen van de supermarkt. Als mensen zelf moeten veranderen ontstaat er echter stress en verzet. Westerlaken kijkt daar nuchter naar: “het algemeen belang gaat altijd voor het belang van het individu.” Voordat Westerlaken een nieuwe functie accepteert kijkt hij altijd kritisch naar zichzelf: “kan en wil ik iets betekenen in wat er van mij verwacht wordt en ga ik daar ook nog een beetje plezier aan beleven?” Daarnaast kijkt Westerlaken ook altijd wat hij voor de mensen kan betekenen.

    Een bijdrage aan de maatschappij leveren is voor Westerlaken een kernpunt. Vanuit zijn opvoeding kreeg hij al mee dat “je niet voor jezelf, maar voor anderen” op de wereld bent. Wat Westerlaken in zijn werkzame leven geleerd heeft is dat de basisprocessen in ieder bedrijf in feite hetzelfde zijn. “Als je daarop attent bent dan kom je er wel”. Wat Westerlaken anderen probeert te leren is dat je elkaar op tijd moet aanspreken op de kerntaken die bij een bedrijf horen. Pak daarin zelf je verantwoordelijkheid. Kijk niet alleen naar anderen, maar stel jezelf altijd de vraag: “wat kan ik er zelf aan veranderen?” Westerlaken studeerde Rechtsgeleerdheid in deeltijd en deed dat vooral uit nieuwsgierigheid. Zijn binding met de studie was doordat hij in deeltijd studeerde enigszins beperkt. Wel heeft hij veel plezier in zijn werkzame leven van de studie rechten, ook al is hij niet in de juridische sector gaan werken. Hij heeft er geleerd hoe hij analytisch moet denken en hoe je een situatie vanuit verschillende perspectieven kunt bekijken.

    Maatschappij

    Studenten van nu wil hij meegeven dat wanneer je al van jongs af aan weet wat je wilt, je zo snel mogelijk moet beginnen met je te specialiseren. Als je dat echter niet weet, dan is het zaak je zo breed mogelijk te oriënteren, ook in de keuze voor de master. Westerlaken waarschuwt voor teveel specialisatie: “we breken onze nek in dit mooie landje over doorgeschoten specialisme.” Volgens Westerlaken heeft de samenleving ook behoefte aan generalisten, mensen die kijken naar het grotere geheel en tussen de verschillende specialisaties verbindingen kunnen leggen. “Misschien is dat wel de échte specialisatie.”

    In het hele gesprek met Westerlaken klinkt zijn bewonderingswaardige overtuiging door dat je als individu moet kijken hoe je zoveel mogelijk aan de maatschappij kunt teruggeven. Hij roept studenten dan ook op om tijdens de studie daar al mee te beginnen: “benut je studententijd maximaal, maar begin zo snel mogelijk met het ontplooien van maatschappelijke activiteiten.”

    ESL-alumnus Anton Westerlaken is op vrijdag 31 maart 2017 overleden. Hij is 62 jaar geworden.

    Publicatiedatum: 7 november 2013
    Aangepast: 3 april 201

    Logo Erasmus School of Law
  • Alumni in the spotlight | Mr. dr. Joke de Wit

    Mr. dr. Joke de Wit - Universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht

    Besef dat je als student tot een selecte groep mensen behoort!
    Joke de Wit
    Besef dat je als student tot een selecte groep mensen behoort!

    Mr. dr. Joke de Wit is sinds 1999 werkzaam bij Erasmus School of Law. Zij begon haar carrière aan Erasmus School of Law als medewerker onderwijslogistiek, oftewel roostermaker. Daarvóór had De Wit al een veelzijdige en indrukwekkende (studie)carrière achter de rug; begonnen als docente lichamelijke opvoeding, rondde zij ook een opleiding Duits en fysiotherapie succesvol af. De Wit liet tijdens haar werkzaamheden bij Erasmus School of Law zien over vele talenten te beschikken en werd gevraagd om studieadviseur te worden.

    Cum laude

    Om studieadviseur te kunnen zijn, diende De Wit echter wel eerst de propedeuse van de studie Rechtsgeleerdheid af te ronden. Met alle studie-ervaring en de gezonde werkmentaliteit die De Wit bezit, greep ze deze nieuwe kans met beide handen aan; ze startte met de deeltijdstudie Rechtsgeleerdheid in de avonduren. Nadat ze het eerste jaar had behaald, besloot De Wit naast haar baan als studieadviseur de studie Rechtsgeleerdheid in de avonduren voort te zetten. En met bijzonder veel succes: ze sloot de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid (2005) én de master Staats-en bestuursrecht (2007) beide cum laude af. Hierna ging ze aan de slag als universitair (hoofd)docent Staats- en Bestuursrecht.

    Hier kwam het traject nog niet tot stilstand voor De Wit: zij startte in 2008 aan haar proefschrift over de toenemende invloed van het internationale recht in de nationale rechtsorde. In haar proefschrift staat artikel 94 van de Grondwet centraal, waarin aan de rechter de bevoegdheid wordt toegekend om nationaal recht te toetsen aan internationaal recht. De Wit gaat dieper in op de betekenis en bedoeling van dit artikel, waarbij ze tevens onderzoekt hoe in de rechtspraak is omgegaan met de bevoegdheid om nationaal recht buiten toepassing te laten als dit in strijd is met internationaal recht.

    Mijn tip: “Studeren is topsport, maar biedt je de mogelijkheid om jezelf echt goed te leren kennen.”

    .

    Doorzettingsvermogen en winnaarsmentaliteit

    Met inmiddels 25 jaar studie- en werkervaring, wist De Wit een efficiënte combinatie te maken tussen het docentschap en haar proefschrift. Het onderzoek voor haar proefschrift bood de kans om echt diep in de juridische materie te duiken. Daarnaast kwamen haar doorzettingsvermogen en winnaarsmentaliteit haar goed van pas. Het wekt dan ook geen verbazing dat de veelgebruikte slogan “Studeren is topsport” voor Erasmus School of Law door De Wit is bedacht. Het de diepte ingaan en doorzetten is haar goed bevallen, hoewel het promotietraject niet alleen maar leuk was: “Soms is het ook eenzaam als je zit te ploeteren met slechts studieboeken als gezelschap.”

    Wanneer De Wit spreekt over het docentschap, licht haar gezicht op. Meermaals benadrukt zij heel erg te genieten wanneer ze een ingewikkeld onderwerp probeert uit te leggen aan eerstejaarsstudenten. Wanneer zij dan de zaal rondkijkt en ziet dat de studenten de studiestof langzaam maar zeker gaan begrijpen en ‘het kwartje valt’, geeft haar dat een goed gevoel.

    Publicatiedatum: 11 december 2013
    Aangepast: 12 april 2018

    Joke de Wit
  • Dr. Roel Pieterman

    Dr. Roel Pieterman - Universitair Hoofddocent Rechtssociologie

    Lui varken, kom van die bank af!
    Roel Pieterman
    Lui varken, kom van die bank af!

    ‘Ik heb weliswaar gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, maar ik deed géén rechten. Ik studeerde namelijk sociologie. In 1978 werd ik student-assistent bij de vakgroep Sociale Wetenschappen. In 1983 studeerde ik af en werd tijdelijk docent, waarna ik in 1986 aan mijn proefschrift begon. Ik ben in 1990 aan de Universiteit Utrecht gepromoveerd als rechtssocioloog met mijn dissertatie De plaats van de rechter 1813 – 1920. Tien jaar later werd ik UHD, een functie die ik tot op de dag van vandaag met veel plezier vervul.’

    ‘Naast onderwijs (vooral Rechtssociologie in B1) en onderzoek (onder andere naar de voorzorgcultuur) ben ik in vele commissies actief (geweest). Momenteel ben ik voorzitter van de personeelsvertegenwoordiging in het EUROPA, het EUR Overleg Personele Aangelegenheden.’

    Wetten in het dagelijks leven

    ‘Ik denk dat het externe perspectief van sociologen, economen en psychologen een enorme meerwaarde heeft voor het recht. Omdat wij het recht op een andere manier benaderen, kan dit leiden tot nieuwe inzichten bij juristen. De basisvragen die rechtssociologen stellen, gaan aan de ene kant over de productie van het recht: waar komt een wet vandaan, hoe komt het dat er opeens een bepaald type jurisprudentie ontwikkeld wordt? Er zijn bewegingen in de maatschappij die maken dat er wetten komen, die leiden tot het produceren van juridische producten als wetten, bestuursbesluiten of vonnissen.’

    ‘De andere kant van de cirkel is de sociale werking van het recht: als er een wet is, wat gaat de samenleving daarna anders doen? Of als er een vonnis is geveld na een dispuut tussen bepaalde partijen, in hoeverre gaan die partijen zich dan echt voegen naar dat vonnis? Wat zijn de effecten? Wat is de rol van het recht in het alledaagse leven? Wat doen mensen met wetten in het dagelijks leven? Heb je er iets aan? Hoe kan het recht nou helpen en meer doen dan alleen maar te zeggen: “het mag niet?’’

    Twee boosheden

    ‘In 2005 kopte het NRC magazine met het artikel ‘De Tijdbom’. Op deze cover was een foto geplaatst van een paar stevige voeten die op een weegschaal stonden, waarvan de wijzer zo rond de 130 kilo stond. In het bijbehorende artikel werd gesproken over een obesitas epidemie die “het karakter heeft van een sluipmoordenaar en het effect van een kernramp”. Ik zag daar de redenering terugkomen dat wanneer je beleidsaandacht wilt genereren, je een apocalyptisch scenario moet schetsen om op de agenda te komen en subsidies te krijgen. Ik vind dat geen goede zaak; je moet mensen niet de stuipen op het lijf jagen.’  

    ‘Dit is een van de aanleidingen geweest voor het schrijven van mijn boek Gewicht zit niet tussen je oren: Beleid en Wetenschap in Perspectief. Bij mijn onderzoek naar beleid rondom overgewicht ben ik om twee dingen boos geworden die ik in dit boek behandel. De eerste boosheid die ik aansnijd, is slecht onderbouwd beleid. De tweede is het feit dat de overheid niets doet aan de stigmatisering van mensen met overgewicht.’  

    Hoofdzonden

    ‘Het huidige overheidsbeleid sluit naadloos aan bij eeuwenoude vooroordelen over ‘dikke’ mensen. Twee van de hoofdzonden van de mens zijn luiheid en vraatzucht. We zeggen dit tegenwoordig natuurlijk wat beschaafder: ‘beweeg meer en eet minder’. Maar de onderliggende boodschap is: ‘lui varken, kom van die bank af! Je weet wat je moet doen om gezond te leven, waarom doe je het dan niet?’

    ‘Zowel de overheid als de medische wetenschap geven in hun communicatie de boodschap dat je onmaatschappelijk bent als je hun advies niet opvolgt – dat je de maatschappij op kosten jaagt met mogelijke gezondheidsproblemen die door overgewicht zouden ontstaan, en dat mensen met overgewicht er elke dag actief voor kiezen om dit probleem in stand te houden door niet minder te eten of meer te bewegen.’  

    Stigmatisering

    ‘In mijn boek concludeer ik dat het overgewichtbeleid een ondeugdelijke evidence base heeft. Er is nauwelijks bewijs om de basisstellingen van het overgewichtbeleid aan op te hangen. Alle claims die daar liggen, kun je ernstig relativeren. Bijna het hele beleid is epidemiologisch van aard; gebaseerd op statistiek. Dat laat zien dat A samenhangt met B, of omgekeerd. We weten dan nog steeds niet of feit A feit B veroorzaakt, of feit B feit A, of dat ze misschien beiden wel door iets heel anders veroorzaakt worden. De veel te simpele boodschap dat ‘dikke mensen’ lui en gulzig zijn, leidt tot stigmatisering en dat levert een enorme mate van stress op. Onderzoek wijst uit dat deze stigmatisering samenhangt met grotere kansen op ziek worden of overlijden. Dit extra gezondheidsrisico voor mensen met overgewicht komt dan dus niet zozeer door overgewicht als zodanig, maar door de stigmatisering en discriminatie die ‘dikke mensen’ ondervinden.’

    ‘Ik ben ervan overtuigd dat ‘nature’ van veel grotere invloed is dan ‘nurture’ wanneer het aankomt op het hebben van overgewicht. Het is niet mind over matter, maar matter over mind. Overgewicht is geen keuze; het overkomt je. Dat voelt tegennatuurlijk voor mensen, want op korte termijn lijken maatregelen als minder eten en meer bewegen om af te vallen ook te werken. Helaas zijn we van jongs af aan allemaal grootgebracht met de gedachte dat elk pondje door het mondje gaat. Deze strategie blijkt echter alleen voor bijna iedereen op langere termijn niet vol te houden.’

    ‘De belangrijkste boodschap waarvan ik graag zou zien dat lezers die meenemen na het lezen van mijn boek ligt in lijn met de twee boosheden die ik eerder benoemde. Allereerst zouden beleidsmakers moeten streven naar beter bewijs voordat er beleid gemaakt wordt. Ten tweede hoop ik dat stigmatisering van mensen met overgewicht afneemt. Dat we beseffen dat mensen geen overgewicht hebben omdat ze elke dag de keus maken om te veel te eten of te weinig bewegen, maar dat hun lichaam dat grotendeels zo regelt. Ten derde hoop ik dat mensen die overgewicht hebben een positiever zelfbeeld ontwikkelen, en zich niet meer schuldig voelen.’

    Geen strobreed

    ‘Waar ik het meest gelukkig mee ben bij Erasmus School of Law, is de vrijheid die ik heb mogen genieten tijdens het doen van mijn onderzoek. Ik heb mogen gaan waar mijn neus mij heeft geleid. Er is mij nooit een strobreed in de weg gelegd – ook niet bij het schrijven van dit toch vrij controversiële boek. Dat betekent dat zo’n boodschap er ook mag zijn. Die academische vrijheid die ik bijna 40 jaar heb mogen ervaren, is een fantastisch groot goed.’

    ‘ESL onderscheidde zich lange tijd door een omvangrijke staf van niet-juristen, vooral sociale wetenschappers en economen. Dat is onder druk van bezuinigingen de afgelopen decennia sterk geërodeerd. Gelukkig zijn er in die richting nu wel weer hoopvolle ontwikkelingen, zoals het onderzoeksprogramma BACT en de opleiding Criminologie binnen onze faculteit. Als geheel onderscheidt ESL zich wat mij betreft nog altijd wel door haar zakelijke en constructieve bestuurscultuur.’

    ‘Ik zou studenten die net als ik onderzoeker willen worden de boodschap willen meegeven die bij ESL tijdens de eerste decennia centraal stond. Dat was de zogenaamde ZKK-doelstelling: Zelfstandig denkende, Kritische en Kreatieve studenten. Inderdaad, met een typische jaren zeventig-K. Beschouw een rechtenstudie daarnaast niet alleen als een route naar een goede baan, maar ook als een opleiding die maatschappelijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt.’

    Personalia

    Naam: Roel Pieterman
    Functie: Universitair Hoofddocent Rechtssociologie
    Proefschrift: De plaats van de rechter in Nederland 1813-1920; politiek-juridische ideeënstrijd over de scheiding van machten in de staat.
    Expertise: Rechtssociologie
    Huidig onderzoek: Monitoring Safety & Security

    Roel Pieterman
  • Spotlight Interview | Prof. mr. dr. Maarten de Wilde

    Prof. mr. dr. Maarten de Wilde - Docent / Opleidingsdirecteur Bachelor Fiscaal recht

    Het is echt een misvatting dat Belastingrecht saai zou zijn
    Maarten de Wilde
    Het is echt een misvatting dat Belastingrecht saai zou zijn

    ‘Van jongs af aan zat de passie voor het recht er bij mij in. Ik was altijd aan het vragen waarom dingen zo waren en ik wilde continu discussiëren. Mijn ouders zeiden dat ik misschien maar advocaat moest worden. In Utrecht ben ik Nederlands recht gaan studeren. Tijdens de studie werd ik gegrepen door een bijzonder economisch, sociaal, juridisch en wetenschappelijk fenomeen, namelijk de financiering van de overheidsuitgaven. Ik vond fiscaal recht uitdagend en het maatschappelijke aspect ervan sprak me erg aan, dus ben ik me daarin gaan specialiseren.’

    ‘Voor mijn promotie ben ik naar Erasmus School of Law gekomen. Binnen Erasmus School of Law ben ik tegenwoordig opleidingsdirecteur van de sectie Fiscaalrecht. Ook geef ik de vakken Internationaal Belastingrecht en Europees Belastingrecht, zowel voor de bachelor als de masteropleiding. Daarnaast werk ik twee dagen in de week bij Loyens & Loeff als professional support lawyer, ofwel belastingadviseur.’

    ‘Mijn onderzoek bij Erasmus School of Law richt zich voornamelijk tot internationale en Europees rechterlijke aspecten van winstbelasting voor multinationals. Ik houd mij bezig met de vraag: Hoe zou je multinationale ondernemingen moeten belasten in een globaliserende marktomgeving? Hoe kun je een neutraal, non-discriminatoir belastingsystematiek vormgeven? Daarover schrijf ik ook commentaren en kritieken op concrete ontwikkelingen voor Europese richtlijnen.’

    Redelijke belastingen

    ‘In de kranten lees je veel over belastingplanning, ontwijking en overheden die met elkaar concurreren door belastingvoordeel aan internationale bedrijven te geven. Sinds een paar jaar is er sowieso veel aandacht in de maatschappij en de politiek over wat multinationals redelijkerwijs aan belasting zouden moeten betalen. Binnen en buiten de Europese Unie zie je dat er verschillend wordt gedacht over de vraag hoe je de winst van de multinationale onderneming, de belastingtaart zeg maar, over verschillende landen moet verdelen. Wat voor systeem zou je moeten toepassen zodat je die winst over al die landen kunt verdelen? Hoe kun je belasting heffen op een manier die maatschappelijk als fair wordt gezien? De G20 en OESO hebben in 2015 plannen gemaakt om de belastingsystemen van de landen beter op elkaar aan te sluiten zodat er internationaal gezien minder gaten vallen waar multinationals dan weer hun voordeel mee doen.’

    Heel Creatief

    Het is echt een misvatting dat fiscaal recht saai zou zijn. Het is juist heel creatief, je kunt het vak op allerlei manieren in de praktijk toepassen. Er zitten veel facetten aan, zoals geopolitiek en de verhoudingen tussen landen onderling, maar ook economische kanten en gedragsaspecten. Een beetje zoals het stimuleren van gedragingen als het kopen van een eigen huis en dat met schulden financieren of voordelen geven aan expats om kennismigratie te stimuleren, maar dan bij bedrijven. Het is veel dynamischer dan het misschien op het eerste gezicht lijkt. Het gaat bijvoorbeeld ook over de maatschappelijke discussie wie betaalt en wie draagt bij aan de financiering van de samenleving? Fiscaal recht is veel meer dan een man in een grijs pak met een rekenmachine.’

    Inspirerend

    ‘Erasmus School of Law is een dynamische en open organisatie, er is veel ruimte om je te ontwikkelen. Ik vind het heel inspirerend om te zien wat we op onderzoeksgebied doen en produceren. Die hands-on mentaliteit en de diversiteit vind ik uniek. Ook de laagdrempelige, Rotterdamse mouwenopstroophouding vind ik onderscheidend voor Erasmus School of Law. Onderwijsgroepen en colleges waar mensen uit verschillende culturen en diverse achtergronden bij elkaar zitten, is voor mij heel positief. Natuurlijk brengt dat ook uitdagingen met zich, maar daardoor onderscheidt Erasmus School of Law zich wat mij betreft echt van andere universiteiten.’

    Niet op een eiland

    Transparantie in bevindingen vind ik belangrijk. Als wetenschapper moet je niet op een eiland zitten, maar je bevindingen juist met de samenleving delen. De universiteit wordt ook gefinancierd uit overheidsmiddelen, dus ik vind dat de samenleving ook mag weten wat er uit die onderzoeken komt.

    Erasmus School of Law heeft een goed maatschappelijk netwerk. Onze hoogleraren gaan er op uit en ik kom hen veel tegen in de media. Als fiscalist moet je overigens wel voorzichtig zijn in de media omdat het op TV en radio moeilijk is om het genuanceerde verhaal te vertellen. Daar is soms geen ruimte voor in de media.

    Spijt

    Als je écht wilt promoveren, moet je het doen, anders ga je spijt krijgen. Het proefschrift is een megaproject en je komt in een soort moeras terecht. Je wordt enorm teruggeworpen in je denken. Het is een heel confronterend traject, maar ook fantastisch: je bent vrij en het geeft een enorme verantwoordelijkheid omdat er geen kaders zijn. Als advies zou ik willen geven; schrijf eens een artikel en kijk of je het dan nog steeds leuk vindt. Kijk vervolgens of je jouw artikel gepubliceerd kan krijgen. Als het lukt, is dat een fantastisch en groots gevoel!’

    Personalia

    Naam: Maarten Floris de Wilde
    Functie: Hoogleraar / Opleidingsdirecteur Bachelor Fiscaal recht
    Proefschrift: Sharing the Pie; taxing multinationals in a global market (Cum Laude)
    Expertise: ondernemingswinstbelastingheffing in internationale omgeving
    Huidig onderzoek: Belastingheffing multinationals / Europese en internationale ontwikkelingen (BEPS)

    Maarten de Wilde

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen