Een lab openen in quarantaine? Het kan!

Interview hoogleraar Eveline Crone
Marc de Haan

Hoogleraar ‘Developmental Neuroscience in Society’ Eveline Crone en haar onderzoeksteam startten net aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, toen de coronacrisis uitbrak. Maar dan een virtueel lab openen in quarantaine, kan dat? Blijkbaar wel! Vandaag lanceren ze hun Society, Youth & Neuroscience Connected (SYNC)  lab website, Hier kunnen wetenschappers, jongeren, ouders en docenten leren van en meewerken aan onderzoeken naar het jeugdige brein.

Hoe is het om in tijden van corona te beginnen aan een nieuwe universiteit?

“Toen we hier net gesetteld waren en echt wilden beginnen met de start van het lab, moesten we in quarantaine. We hebben digitale meetings met het hele team en ook in werkgroepjes. En we hebben een Slack groep, dat werkt heel goed voor ons. De communicatie gaat makkelijk, snel en efficiënt. En het is gezellig. Na de crisis gaan we niet meer terug naar e-mail. De creativiteit stroomt echt! In een maand tijd loopt er een groot onderzoek onder jongeren over welzijn, de aanmeldingen stromen binnen. Het team komt met innovatieve ideeën om jongeren te bereiken.”

Waar gaat je leerstoel over?

“Ik doe onderzoek naar de ontwikkeling van hersenen en hoe dat in relatie staat tot gedrag. Tot nu toe was de focus van dit onderzoek vooral gericht op het individu en er was weinig aandacht voor inbedding in de maatschappij. Hierbij doel ik op hoe het individu zich verhoudt tot bijvoorbeeld de sociale lagen in de samenleving waarin hij zich bevindt. Maar ook hoe je met dit onderzoek impact kan hebben in de maatschappij. En hoe je inzichten uit de maatschappij kan gebruiken om onderzoek te verbeteren. Het gaat dus echt twee kanten op.”

Waar komt jouw interesse in de ontwikkeling van het brein in de adolescentie vandaan?

“Als je wilt weten hoe mensen functioneren in de maatschappij, is het nuttig als je iets afweet van de ontwikkelingspsychologie. De belangrijkste overgangsfase is van kindertijd, waar je afhankelijk bent van je ouders, naar volwassenheid, waar je je moet houden aan de regels van de maatschappij. Die transitie vind ik interessant. Vanuit de neurowetenschap ontdekten we, nog maar 10 a 20 jaar geleden, dat de hersenen een groeispurt doormaken als je overgaat naar volwassenheid. Vanaf je geboorte tot je 5 a 6 jaar bent maak je de meeste hersencellen aan, maar bij die tweede groeispurt is er juist sprake van een afname van hersencellen. Je krijgt er tijdens de eerste groeispurt dus te veel hersencellen bij, en in je pubertijd snoei je ze, volgens het “use it or lose it” idee. Eigenlijk vindt er dus een soort specialisatie plaats.”

Waarom vind je het belangrijk om nu in een grootstedelijke omgeving onderzoek te gaan doen?

“Lang heb ik me gericht op ontwikkeling in het algemeen bij jongeren. Nu ben ik benieuwd naar wat de omstandigheden zijn waaronder jongeren het goed doen en waar de uitdagingen zitten. In een grote stad als Rotterdam zijn er meer verschillende groepen. En ik wil ontdekken waar de kansen liggen voor iedere groep. Niet alleen jongeren in hoge sociaaleconomische klassen hebben kansen.”

Op wat voor manieren probeer jij maatschappelijke impact te genereren?

“Ik vind niets leuker dan de hele dag over mijn werk praten. Het boek 'Het puberende brein' voor ouders en docenten was uit enthousiasme geschreven, ik dacht echt: dit moeten meer mensen weten. Ik had niet verwacht dat het zo’n succes zou zijn (> 100.000 exemplaren verkocht en in 6 talen vertaald). En voor jongeren maakten we de website www.kijkinjebrein.nl. Wat ik echt merk is dat hoe meer je vertelt, hoe groter de vraag wordt. Het brein in ontwikkeling is onontgonnen terrein.”

Je werkt nauw samen met je onderzoeksteam. Kan je iets vertellen over jouw team?

“Het team bestaat uit 4 postdocs, 5 promovendi en 3 onderzoeksassistenten en een paar onderzoekers vanuit Leiden die verbonden blijven. We komen vanuit verschillende disciplines: neurowetenschappen, biologie en psychologie. Wel zijn we allemaal gefascineerd door hersenontwikkeling bij jongeren. En wat we ook delen is het enthousiasme over de kans om in Rotterdam te gaan werken. De teamleden mochten kiezen en ze kozen er bewust voor om naar Rotterdam te komen, omdat ze het onderwerp zo interessant vinden. Ze willen echt aan maatschappelijk relevant onderzoek werken.”

Wat wil jij je team graag meegeven?

“Ik wil graag dat de onderzoekers uit mijn team zich zo ontwikkelen dat ze om drie dingen bekend gaan staan:

  • Excellente wetenschap – internationaal bekend staan als top onderzoekers;
  • Voorloper op gebied van open science – door technologische ontwikkelingen kunnen we nu met datasets uit de hele wereld werken, maar een voorwaarde hiervoor is transparantie, van de opzet van het onderzoek tot uitvoering en rapportage;
  • Citizen engagement – wetenschap verbeteren door meer samen te werken met de maatschappij.

De ene onderzoeker in mijn lab richt zich meer op het een dan op het ander, maar ze gaan uiteindelijk alledrie de kwaliteiten beheersen.”

Wil je interdisciplinaire samenwerkingen aangaan in Rotterdam en zo ja, welke?

“Dat wil ik heel graag. Ik ben nooit geïnteresseerd geweest in muurtjes om faculteiten, of zelfs universiteiten. De combinatie met de medische faculteit heb ik in Leiden al kunnen maken, en hoop ik aan het Erasmus Medisch Centrum ook weer te kunnen opbouwen. De verbinding met de business school en sociologie zit nu nog niet in mijn werk, maar daar zie ik in wel veel mogelijkheden. Sowieso zie ik veel nieuwe kansen tot samenwerken hier in Rotterdam.”

Professor
Contact
Britt Boeddha van Dongen