Begroting van schade: meer dan een momentopname?

Op 25 en 26 november 2016 verdedigden Marnix Hebly en Siewert Lindenbergh hun preadvies ‘Schadebegroting en tijdsverloop’ bij de Vereniging voor de Vergelijkende Studie van het Recht van België en Nederland.

In hun preadvies verkennen Hebly en Lindenbergh de begroting van schade vanuit de invalshoek dat schade in de tijd bezien vrijwel altijd een veranderlijk verschijnsel is, maar niettemin in een geldbedrag tot uitdrukking moet worden gebracht. Het resultaat van de schadebegroting wordt bijna altijd (mede) bepaald door het tot uitgangspunt genomen tijdsmoment en de concrete invulling van het begrip schade. De rechter, die bij de begroting van schade een grote mate van vrijheid geniet, ziet zich regelmatig geconfronteerd met tijdsverloop-gerelateerde vragen die cruciaal zijn bij de vaststelling van de schadeomvang. Een actueel voorbeeld biedt de schadevergoeding wegens waardevermindering van huizen door aardbevingen als gevolg van de jarenlange gaswinning in Groningen, zonder fysieke schade aan de woning en zonder verkoop: wanneer ‘ontstaat’ die schade, en naar welk moment moet zij worden beoordeeld?

Aan Belgische zijde werd gepreadviseerd door Geert Jocqué, raadsheer in het Hof van Cassatie en academisch consulent bij de Universiteit Gent. Het preadvies werd aan de hand van een tiental vraagpunten besproken. Nadien brachten Aster Schreuder en Joost Stam verslag uit van de discussie.