Behandeling stotteren op jonge leeftijd belangrijk

Behandeling stotteren op jonge leeftijd belangrijk

De ernst van stotteren heeft bij jonge kinderen geen invloed op hun levenskwaliteit, maar bij volwassen wel. In hoeverre volwassenen er last van hebben, hangt af van hoe ze met hun stotteren omgaan. Dat is de uitkomst van het promotieonderzoek van Caroline de Sonneville. Zij verdedigt haar proefschrift donderdag 29 oktober 2015 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ongeveer 5-11% van alle kinderen stottert een periode. Bij de meeste kinderen wordt het stotteren na verloop van tijd vanzelf minder en gaat het uiteindelijk over. Ouders die bezorgd zijn over het stotteren van hun jonge kind raadplegen een logopedist(-stottertherapeut).

Behandeling
De Sonneville onderzocht in haar proefschrift over stotteren de invloed van stotteren op kinderen en volwassenen en de behandeling van jonge kinderen. Volwassenen met ernstig stotteren hebben een verlaagde levenskwaliteit. Daarom is het belangrijk met vroegtijdige interventie blijvend stotteren te voorkomen.

De promovendus vergeleek de Nederlandse RESTART-DCM behandeling met een Australische methode (het Lidcombe Programma). Voor het Lidcombe Programma, een gedragstherapeutische behandeling, was tot de aanvang van de RESTART-studie het beste bewijs voor de effectiviteit. In de RESTART-studie werden 199 kinderen in de leeftijd van 3 tot 6 jaar die minstens zes maanden stotterden op basis van loting behandeld volgens een van beide behandelmethodes.

Effect
Op basis van kosten en effecten geen voorkeur is voor een van beide behandelingen, ongeveer driekwart van de kinderen was na achttien maanden hersteld. De kosten van het Lidcombe Programma waren slechts iets hoger in vergelijking met de kosten voor DCM-behandeling, maar die behandeling slaat wel sneller aan: bij het Lidcombe Programma ging het stotteren in eerste drie maanden van de behandeling sneller naar beneden.

Onderzoek naar de lange termijn effecten van de behandeling is nodig om te weten hoeveel kinderen definitief van het stotteren zijn hersteld. Van de kinderen die niet zijn hersteld is het tevens belangrijk om te weten of het stotteren door de behandeling tot een lichte vorm beperkt is gebleven.

 

Meer informatie

Team Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, T (010) 408 1216 E press@eur.nl