Belastingstelsel als beleidsinstrument voor verduurzaming

Belastingstelsel als beleidsinstrument voor verduurzaming

Door: Karen Maas, Jacqueline Scheidsbach en Marjelle Vermeulen

De discussie over de hervorming van het belastingstelsel laaide al enkele jaren geleden op, gevoed door maatschappelijke veranderingen, politieke wensen en budgettaire noodzaak. Het kabinet zou de toekomstige hervorming van het belastingstelsel kunnen gebruiken om het belastingstelsel minder complex te maken én om werkgelegenheid en economische groei te stimuleren. Het is echter minstens zo belangrijk dat de voorgenomen belastinghervorming rekening houdt met belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen en hier op in speelt.

Eén van de invloedrijke maatschappelijke veranderingen van het afgelopen decennium, is de wereldwijd sterk toegenomen aandacht voor Maatschappelijk Verantwoordelijk Ondernemen (MVO) (UNGlobal Compact/Accenture, 2013). MVO is een trend die, bij een juiste strategische implementatie, positieve impact oplevert voor bedrijven, overheden, internationale organisaties en maatschappelijke organisaties (Epstein & Buhovac, 2014; Margolish et al., 2007). Ook de overheid stimuleert bedrijven om met MVO aan de slag te gaan, door hen diverse richtlijnen en hulpmiddelen aan te bieden. Daarnaast onderschrijven steeds meer academici het belang en de potentiële positieve impact van MVO voor de maatschappij (Orlitzky et al., 2003; Eccles et al., 2011). Het lijkt dan ook een goede kans om de belastinghervorming te gebruiken om duurzaamheid te stimuleren, te versnellen en te versterken.

Dit idee is niet nieuw. Al in de jaren 90 is uitgebreid onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld vergroening van de BTW en milieuschadelijke subsidies. Ook rapporteerde onder andere de onderzoekers van het Sustainable Finance Lab dat vergroening van het belastingstelsel een belangrijke stap zou zijn naar een duurzaam en stabiel Nederland (SFL, 2014). Dit idee wordt eveneens ondersteund door vele MVO experts. Uit een enquête onder de leden van het MVO Expertpanel van de Erasmus Universiteit, dat bestaat uit meer dan 300 CEO’s, MVO managers en MVO professionals, blijkt dat 90% van de respondenten het raadzaam vindt om het belastingstelsel te gebruiken als beleidsinstrument voor verduurzaming. 

De maatregelen zijn voorgelegd aan de leden van het MVO Expertpanel om te hun oordeel te vragen over de potentie van de verschillende voorgestelde maatregelen om daadwerkelijk een bijdrage te leveren aan verduurzaming van Nederland.

Hoe zou een dergelijk beleidsinstrument er dan uit kunnen zien? De sturing van duurzaamheid door belastingmaatregelen kan worden ingedeeld in drie categorieën: sociaal maatschappelijke duurzaamheid (‘people’), de leefomgeving en het milieu (‘planet’) en een sterke strategische basis onder economische verdiensten (‘profit’). Binnen deze drie categorieën, hebben wij het MVO Expertpanel diverse concrete belastingvoorstellen voorgelegd. De voorgelegde belastingvoorstellen zijn alle voorstellen afkomstig van o.a. politieke partijen, lobby organisaties en NGO’s.

Milieu en Grondstoffen

Bijna 90 procent van de respondenten vindt dat bij de belastinggrondslag de mate van vervuiling en verbruik van grondstoffen uitgangspunt moet zijn. Voorbeelden die hoog scoorden zijn: een verpakkingsaccijns op wegwerkverpakkingen zoals België en Duitsland die kent (92%), belasting heffen op autogebruik op basis van CO2 uitstoot (90%), belastingvoordeel bij innovatieve investeringen in emissiereductie (85%), belasting heffen op niet herbruikbare schaarse grondstoffen (87%), en belasting op gebruik van fossiele brandstoffen en/of afval voor opwekking van elektriciteit (85%). Het reguleren van de vrijstelling van import van afval vond geen meerderheid van de stemmen (44%).

Geen vlaktax en basisinkomen

Als het om maatschappelijke duurzaamheid gaat, is arbeidsparticipatie en de verdeling van inkomen en vermogen van belang. De gangbare voorstellen voor invoering van de vlaktax haalden geen meerderheid in de enquête. Invoering van het basisinkomen kan evenmin rekenen op steun van het MVO Expertpanel. Uit diverse reacties blijkt dat een belastingmaatregel ten gunste van de arbeidsparticipatie van laaggeschoolden wordt toegejuicht. 60 procent vindt dat het vermogen meer belast mag worden: boven de 1 miljoen euro belasten met 50 procent op rendement. 57 procent heeft de voorkeur voor het belasten van daadwerkelijk behaald rendement en niet zoals nu het fictief rendement. Lage BTW op diensten en arbeidsintensieve producten gooit met 86 procent voorstanders ook hoge ogen. Het is de bedoeling om hiermee de inzet van arbeidskrachten lonend te maken.

Economie en bedrijfsvoering

Van de respondenten vindt 81 procent dat de economie en bedrijfsvoering winst uit reële waarde (onderliggende productiviteit) dient na te streven. Toch bleek het moeilijk om steun bij het MVO Expertpanel te vinden voor concrete belastingmaatregelen die zorgen voor een strategische basis onder economische verdiensten. Slechts een kleine meerderheid van de respondenten (53%) vindt dat Nederland niet mee dient te werken aan afspraken tussen bedrijven en de belastingdienst ('rulings') voor een speciale behandeling met als doel de vermindering van afdracht van belastingen door de betreffende organisatie. 66% van de MVO experts vindt de belasting op reductie van waarde een goede belastingmaatregel: hoe langer de levensduur van een product, des te lager de belasting.
 

Linkse hobby’s versus rechtse zonden

Ondanks de algemene positieve houding ten opzichten van de voorgestelde belastingvoorstellen zijn er twee veel genoemde kanttekeningen. Zo wordt er veel waarde gehecht aan het vooraf doorrekenen op effectiviteit van voorstellen voor hervorming op deze grondslag. Daarnaast blijkt dat subsidies niet worden omarmd.  Subsidies worden door leden van het MVO expertpanel gezien als marktverstorend en zouden niet altijd leiden tot effectieve innovatie. Men houdt de discussie liever zuiver en kiest dus niet voor het subsidiëren van ‘linkse hobby’s’ maar geeft de voorkeur aan het belasten van ‘rechtse zonden’.

Tot slot

Om antwoord te kunnen geven op de vraag welke belastingmaatregelen het meest effectief zijn voor de verduurzaming van de samenleving, is meer onderzoek nodig. Noodzaak is om te beoordelen welke gedragsveranderingen met de verschillende initiatieven gerealiseerd gaan worden en welke effecten op impact niveau te zien zullen zijn. Echter, bij goed geformuleerde en doordachte belastingmaatregelen kunnen we de negatieve impact aan de bron reduceren en bijdragen aan een positieve impact.

CV

Over het MVO Expertpanel

Het MVO Expertpanel is in 2013 opgericht door Erasmus School of Accounting & Assurance en Erasmus School of Economics. Het panel bestaat momenteel uit meer dan 300 MVO professionals en besluitvormers uit het bedrijfsleven, de overheid, belangenorganisaties, de not for profit, ontwikkelings- en goede doelen organisaties. Deelnemers zijn voornamelijk CEO/algemeen directeur en MVO of CSR managers van ondermeer AEX/AMX bedrijven en organisaties uit het professionele netwerk van de betrokkenen. Zij zijn allen actief in besluitvorming en/of advies rond Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Voor meer ifnormatie zie: www.MVOexpertpanel.nl.

Over de auteurs:

Karen Maas is als universitair docent verbonden aan de capaciteitsgroep Bedrijfseconomie van Erasmus School of Economics. Daarnaast is zij wetenschappelijk directeur van de postacademische MVO-opleidingen van ESAA (Erasmus School for Accounting & Assurance) en lid van de Programmaraad van MVO Nederland, de Raad van Advies van De Groene Zaak, het Sustainable Finance Lab en bestuurslid van de VBDO. Haar onderzoeksbelangstelling is impact denken en impact meten zodat strategisch invulling kan worden gegeven aan ambities op het gebied van duurzaamheid.

Marjelle Vermeulen werkt als onderzoeker aan Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA). Samen met dr. Karen Maas richt zij zich op de onderwerpen impact en duurzaamheid. Daarnaast is Marjelle betrokken bij het Impact Measurement Team van Erasmus School ofEconomics.

Jacqueline Scheidsbach werkt meer dan 15 jaar als zelfstandig interimmanager en strategie-adviseur voor diverse organisaties in profit, not for profit en gemeenten. Zij richt zich daarbij op strategie- en organisatieverandering vanuit een marktperspectief en draagt duurzaamheid en duurzame inzetbaarheid actief uit. Jacqueline verzorgt de marketing voor het ESAA Executive Program CSR en heeft samen met Karen Maas het MVO Expertpanel opgericht. Verder is zij lid van de Raad van Toezicht van STMR, een organisatie voor zorg en welzijn.

 

Meer informatie

Bronnen
Eccles RG, Ioannou I, & Serafeim G. (2011). The impact of a corporate culture of sustainability on corporate behaviour and performance. Working paper. Boston, USA: Harvard Business School.

Epstein, M.J., & Buhovac, A. R. (2014). Making sustainability work: Best practices in managing and measuring corporate social, environmental, and economic impacts. Berrett-Koehler Publishers.

Margolis, J.D., Elfenbein, H.A. and Walsh, J.P. (2007). Does it pay to be good? A meta-analysis and redirection of research on the relationship between corporate social and financial performance. Working paper. Boston, USA: Harvard Business School.

Orlitzky, M. , Schmidt, F.L. and Rynes, S.L. (2003). Corporate social and financial performance: A meta-analysis. Organisation Studies, 24 (3): 403-41.

SFL, 2014, Een schuldbewust land, naar een stabile en duurzaam Nederland, Sustainable Finance Lab, Utrecht

UN Global Compact/Accenture. (2013). The UN Global Compact-Accenture CEO Study on Sustainability 2013.