Beleid overheid over ouderenzorg botst met opvatting van Nederlanders

Beleid overheid over ouderenzorg botst met opvatting van

De zorg voor ouderen verschuift door overheidsmaatregelen steeds meer naar de familie, maar het lijkt erop dat de kinderen daar helemaal niet op zitten te wachten. Steeds meer mensen vinden dat zorg een taak voor de overheid is. Het aandeel Nederlanders dat die mening heeft is gegroeid van circa 20 procent tot ongeveer een derde. Dat komt naar voren uit het proefschrift van socioloog Thijs van den Broek. Hij verdedigt zijn proefschrift op vrijdag 7 oktober 2016 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Nederland is (samen met de Scandinavische landen) in Europa van oudsher het land met de meest uitgebreide voorzieningen op het gebied van langdurige zorg. Maar de laatste decennia zijn tal van hervormingen doorgevoerd, zoals de beperking van het aantal zorgbedden in instellingen en het verscherpen van toekenningscriteria voor thuiszorg. 

In zijn proefschrift 'Supporting ageing parents; Comparative analyses of upward intergenerational support' bekijkt Thijs van den Broek de mogelijke gevolgen van veranderend beleid voor de zorg die volwassen kinderen aan hulpbehoevende ouders verlenen. Daarvoor maakt hij onder andere gebruik van steekproeven onder zonen en dochters. Ook vergelijkt hij twaalf Europese landen met elkaar. 

Meer zorgtaken
De analyses van Van den Broek suggereren dat door wijzigingen in het zorgbeleid volwassen kinderen vaker zorgtaken op zich nemen. Hij toont aan dat kinderen van hulpbehoevende ouderen zonder partner in Nederland steeds vaker huishoudelijke hulp zijn gaan verlenen. Van de dochters verleende in 2002 nog zo’n kwart hulp hun hulpbehoevende ouder(s), in 2014 was dat toegenomen tot zo’n 40 procent. Bij zonen steeg dat van percentage van ruim 15 tot ruim 25 procent. 

Maar: het verschuiven van zorgverantwoordelijkheden van de overheid naar de familie lijkt te botsen met de opvattingen over langdurige zorg bij een groeiend deel van de Nederlandse bevolking. Van den Broek concludeert dat steeds meer Nederlanders een zogenaamd ‘koudmodern zorgideaal’ aanhangen. Zij zien zorgverlening door familieleden als onwenselijk. Volgens hen moeten zowel mannen als vrouwen zich richten op betaald werk en ze verwachten dat de overheid dit mogelijk maakt door zorgtaken grotendeels op zich te nemen. Ook staan ze niet te trappelen om hulpbehoevende ouders in huis te nemen. In 2014 hielden ongeveer drie op de tien Nederlanders er dergelijke opvattingen op na, in 2004 was dat nog ongeveer 20 procent. 

Dat alles staat dus op gespannen voet met overheidsbeleid, dat juist de zorgrol van de familie wil vergroten, aldus Van den Broek.

Thijs van den Broek

Thijs van den Broek

Meer informatie

Voor meer informatie: Marjolein Kooistra, mediarelaties FSW, 010 4082153 of kooistra@fsw.eur.nl