Corona vergroot ongelijke kansen in onderwijs

Kinderen die even slim zijn, krijgen op school niet altijd dezelfde kansen. Thuisonderwijs maakt de verschillen extra zichtbaar. Nu scholen weer langzaam opengaan, is de vraag: kan 'corona' het tij keren? Experts denken van wel. Maar dan moeten scholen en beleidsmakers wel willen.

Voor Abdelhamid Idrissi is kansenongelijkheid allesbehalve een vaag woord. Als directeur van Stichting Studiezalen kent hij de gezinnen met zes kinderen die te klein wonen om elk kind thuisonderwijs te geven of die de brieven van school niet kunnen lezen. Van de zevenhonderd families die zijn stichting ondersteunt, hebben er tweehonderd nog altijd geen laptop. 'Ouders zijn gestrest, omdat ze zien dat hun kind nu al vijf weken geen onderwijs heeft gevolgd. Scholen kunnen wel elke twee dagen thuiswerkpakketten in de brievenbus stoppen, maar daarmee is niets geregeld als ouders geen Nederlands spreken.'

Van verbetering is nauwelijks sprake. Kinderen van lager opgeleide ouders hebben de afgelopen tien jaar bijvoorbeeld steeds een lager schooladvies gekregen dan kinderen van hoger opgeleide ouders, ook als ze met hun toets gelijk presteerden. Een van de oorzaken is dat leraren lagere verwachtingen hebben van kinderen met lager opgeleide ouders. Scholen voelen zich door hoger opgeleide ouders ook eerder onder druk gezet om een hoger advies te geven.

Ongelijke kansen

Ook de verschillen tussen scholen vallen door de coronacrisis extra op, constateert socioloog Iliass El Hadioui van de Erasmus Universiteit en de VU. Hij spreekt van een 'mattheuseffect': scholen die voor de coronacrisis al goed presteerden, blinken vaak uit in thuisonderwijs. Zij hebben bijvoorbeeld in rap tempo een virtueel klaslokaal georganiseerd zodat leerlingen niets hoeven te missen. Andere, zwakkere, scholen zakken volgens hem juist door het ijs: zij delen bijvoorbeeld alleen pakketten met stencils uit en zijn nauwelijks bereikbaar voor vragen van kinderen en ouders.

Kinderen die in een slechte wijk wonen, thuis weinig hulp krijgen, op een school zitten die al minder presteerde én in een gemeente wonen met minder mogelijkheden voor ondersteuning, hebben tijdens de coronacrisis dus viervoudig pech. Dat de gemiddelde prestaties van het Nederlandse onderwijs relatief goed zijn, maakt dan weinig uit, benadrukt El Hadioui. 'Kinderen die aan de verkeerde kant van het gemiddelde zitten, hebben weinig aan fantastische rankings.'

Overigens zijn er ook kinderen die van de coronacrisis profiteren, benadrukt de onderzoeker. Denk aan leerlingen die op school bekendstonden als lastpak, maar thuis ineens floreren. 'Zij gaan straks terug naar zes tot acht uur school op een dag, maar zijn daar niet bij gebaat. Ook dat is een vorm van kansenongelijkheid.'

Publieke discussie

De publieke discussie stemt El Hadioui weinig hoopvol. Sommige mensen ontkennen bijvoorbeeld dat er achterstanden zijn. 'Dat sommige onderwijsbestuurders rustig willen afwachten hoe deze situatie uitpakt voor kinderen vind ik pijnlijk. We zitten niet in een kennisvacuüm. Op 15 maart (de dag dat het kabinet aankondigde de scholen te sluiten, red.) was er al sprake van systematische kansenongelijkheid voor grote groepen kinderen. Dat komt niet uit de lucht vallen, maar is een kwestie van andere keuzes maken. Met alleen een reparatie van de achterstand door "corona" zijn we terug bij af.'

Onderzoeker
Ilias El Hadioui
Meer informatie

 

Lees het gehele artikel in het FD.