De reflectie van een beslagen spiegel

Niets nieuws onder de zon. Ook niet bij zelfregulering, het mooie mechanisme dat ervoor kan zorgen dat bedrijven, beroepsbeoefenaren en hele branches hun werk zo doen als wordt verwacht.

Het gaat echter niet altijd goed. Nu zijn het de accountants die een stevige tik om de oren hebben gekregen. De wetgever is opgeroepen om hier op te treden, ‘genoeg is genoeg’. Om dit maar meteen in perspectief te brengen – wat tevens naar een andere oplossingsrichting wijst – kunnen pijnpunten worden vertaald naar het invullen van oude principes. Is er sprake van goed koopmansgebruik? Volgen accountants een bestendige gedragslijn? Staat het publieke belang bij de sector voorop?

Door het rapport van de onafhankelijke Monitoring Commissie Accountants (MCA) loopt een rode draad, er is te weinig zelfreflectie binnen de sector en het zelfbeeld is te positief. Alleen door nu druk op de ketel te houden, zullen noodzakelijk geachte veranderingen kunnen worden doorgevoerd. Tegen die rode draad is niet veel in te brengen. Het kan beter met die zelfreflectie. Hier, bij de accountants, en elders. Want waar het echt om gaat is een zaak die deze sector overstijgt.

De accountant is inmiddels de poortwachter geworden van ons economisch systeem. Een positie die gepaard gaat met hoge verwachtingen vanuit de samenleving, en terecht. Het publieke belang is groot, de financiële belangen evenzo. Wanneer de accountant faalt, werkt het ventiel blijkbaar niet goed.

Regels, ratio en de menselijke natuur

Dat er nu een rapport ligt waarvan de conclusie luidt dat het echt beter moet, is goed. Toezichthouder AFM liet in november 2019 ook al kritische geluiden horen. Het meest recente rapport komt van de Commissie Toekomst Accountancysector, op 30 januari aangeboden aan minister Hoekstra. Hierin worden alle actoren uitgenodigd om niet vrijblijvend mee te bouwen aan een toekomstbestendige sector, met een duidelijke erkenning van proportionaliteit als essentieel hoofdbeginsel.

De drie rapporten (AMF, CMA en CTA) gezamenlijk gaan de komende maanden de basis vormen voor de nadere besluitvorming in de Tweede Kamer. Majeure veranderingen liggen in het verschiet. Veel aandacht dus voor een volwassen sector. Wat niet goed loopt, kan derhalve niet worden afgedaan met ‘kinderziektes’.

Op rationeel niveau zijn wij prima in staat de perfecte wereld in te richten. Helaas gaat het dan in de praktijk toch vaak anders en staan we verbaasd, verontwaardigd soms, ernaar te kijken. ‘Hoe kan dat nou?’ De menselijke natuur. Ons geweldige vermogen iets goeds ook grandioos te verprutsen. Onoplettendheid. Vermoeidheid. Hebzucht, teveel ‘ik’ in plaats van ‘wij’. Zelfingenomenheid en zelfoverschatting, grote ego’s. Angst. En soms ook gewoon pech.

We komen al dichterbij. Er is sprake van marktfalen, er zijn negatieve externe effecten. De afgelopen jaren is er wel van alles door de sector in gang gezet en ook met positieve resultaten, maar ‘iets’ lukt niet. De vraag is: wat is dat ‘iets’ en waarom is nog niet datgene bereikt waarover men het eigenlijk wel eens is, namelijk het dienen van het belang van een gezonde, florerende markt die op positieve wijze bijdraagt aan economie en samenleving?

De reguleringsslinger hangt nooit stil

Wetten zijn niets anders dan de codificatie van gewenst gedrag. Regels die hetzelfde beogen maar niet afkomstig van de overheid – wat bij zelfregulering aan de orde is – zullen eveneens geschraagd moeten worden door een goede handhavings- en sanctioneringsstructuur.

Meer of strenger reguleren heeft in het algemeen alleen het gewenste effect wanneer middel en doel optimaal op elkaar zijn afgestemd. De toets van proportionaliteit geldt ook hier en biedt tevens het kader voor de vaststelling welke maatregel of welk type regulering het beste kan worden ingezet. Kort gezegd komt het erop neer dat sinds het tijdperk van de grote dereguleringsoperaties de wetgever wat meer op afstand is komen te staan. Het zijn overigens, zo lijkt het, cyclische bewegingen. Overregulering, deregulering, herregulering. Niet zo gek als wordt bedacht dat de wereld om ons heen telkens weer verandert. Regulering is meestal volgend, niet sturend en bovendien bestaat er niet zoiets als een waterdicht systeem voor alles.

Twee uitersten en drie opties

Wat nu te doen? De eerste mogelijkheid is niets doen. Alles blijft bij het oude, niks verandert. Deze optie is inmiddels achterhaald. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich een nieuw systeem met alleen nog staatsaccountants. Zowel de berekende tarieven als de salarissen kennen een plafond. De kwaliteit van de dienstverlening gaat omhoog, de kosten omlaag (en de echt grote bedrijven worden dan wel bediend vanuit het kantoor in Londen of New York). Klopt dit plaatje of is dit overregulering? Willen we dit?

Er lijkt een derde optie te zijn. Niet de middenweg maar een nieuwe route, waarbij er proportionaliteit tussen middel en doel is, en de voordelen van de markt niet worden prijsgegeven. Verantwoordelijkheid nemen voor de eigen sector, inzetten op bevredigende winst in plaats van winstmaximalisatie, waarmee volume-denken wordt verlaten. Goed koopmansgebruik anno 2020 dus, met een bestendige gedragslijn op een bedrijfseconomisch gezond niveau. En zo zorgen voor continuïteit, innovatie en voldoen aan gerechtvaardigde verwachtingen. Liefde voor het vak, ruimte voor jonge professionals om hun eigen toekomst mede invulling te geven en een duidelijke rol voor buitenstaanders (zowel de frisse blik als de kritische toets). Met de wil om het écht zelf te doen. Om die zelfregulering te versterken kan de overheid zo nodig helpen, daar zijn juridische mogelijkheden voor. Dan wordt het wettelijk geconditioneerde zelfregulering.

Die beslagen Spiegel

De beroepsgroep is al jaren bezig met naar zichzelf te kijken. Maar wie niet ziet wat er werkelijk is, als de reflectie komt van een beslagen spiegel, mist de essentie. Het mysterieuze ‘iets’. De wenselijke realiteit van geen afvinkcultuur of compliance angst maar juist professioneel gedrag en open communicatie. Intrinsieke motivatie die gesteund wordt door vertrouwen en samenwerking, ook in de keten. Niets wat exclusief thuishoort bij accountants – kijk naar de gezondheidszorg met kwaliteits- en veiligheidseisen en controles. Waar evenwel alleen het gewenste resultaat wordt neergezet als er een cultuur bestaat waarin ook de verpleegkundige een medisch specialist direct kan wijzen op een fout. Waar grote belangen spelen is leren in een veilige omgeving cruciaal.

Makkelijk is het niet, de weg naar en instandhouding van zo’n omgeving waarin gedegen vakkennis, verantwoordelijkheidsbesef en het sturen op ‘welzijn voor iedereen’ de norm is, gedeeld door allen. Toch levert het uiteindelijk meer op. Noem het de nieuwe economie.

Over de auteurs 

Harry Commandeur is hoogleraar industriële economie en bedrijfshuishoudkunde aan Erasmus School of Economics, mr. dr. Marina van Driel is directeur Spes Factory te Amsterdam.