De Rotterdamse haven moet gewoon alles zelf betalen

De Rotterdamse haven moet gewoon alles zelf betalen

Nummer één van Europa en nummer acht van de wereld. De Europese koppositie van de Rotterdamse haven, zowel voor totale goederen- als voor containeroverslag, lijkt onbedreigd. Maar het Havenbedrijf Rotterdam, de beheerder van de haven, klaagt: de concurrentie speelt vals. Hamburg en Antwerpen profiteren van staatssteun. Rotterdam loopt lading, werk en inkomsten mis door hogere tarieven. Onderzoeker Onno de Jong, verbonden aan Regionale Economie, Haven- en Vervoerseconomie (RHV) BV, wordt geciteerd in een artikel op NRC.nl. 

Donderdag 24 maart 2016 is de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven onderwerp van een hoorzitting in de Tweede Kamer. Kamerleden spreken met Allard Castelein, bestuursvoorzitter van het Havenbedrijf, met vertegenwoordigers van vier brancheorganisaties en met wetenschappers. Ze zullen de Kamerleden vertellen dat er geen gelijk speelveld is voor de Europese zeehavens.

Dat was ook de conclusie uit een onderzoek van RHV-Erasmus Universiteit en Ecorys uit begin 2014 naar ‘concurrentieverstoringen’ tussen zeehavens. De belangrijkste verschillen: de Vlaamse overheid betaalt de infrastructuur in de haven van Antwerpen, de Duitse overheid compenseert de verliezen van de haven van Hamburg. Rotterdam krijgt die steun niet, en moet daarom hogere tarieven rekenen aan reders en bedrijven. Dat scheelt jaarlijks 7 procent aan containeroverslag, ofwel 1 miljoen containers, berekenden de onderzoekers. Volgens haveneconoom Onno de Jong, die verbonden is aan Regionale Economie, Haven- en Vervoerseconomie (RHV) BV, riepen de buurlanden na publicatie van het onderzoek dat het ‘broddelwerk’ was. ‘Maar tot nu toe heeft niemand onze cijfers kunnen weerleggen.’

Meer informatie

Klik hier om het volledige artikel te lezen op NRC.nl, d.d. 16 maart 2016.