Zoek op 'brede welvaart', en de naam Frank van Oort komt naar boven. Hij doet er dan ook al jaren onderzoek naar. Ook adviseert hij beleidsmakers over hoe ze zoiets subjectiefs als kwaliteit van leven beter kunnen laten meewegen in hun beslissingen. Economen staan vooral bekend om hun groeidenken. Maar volgens Van Oort zijn ze eigenlijk geïnteresseerd in alles wat schaars is én mensen van waarde vinden, zoals geluk en gezondheid. Je kunt success niet alleen afmeten aan het bruto binnenlands product.
Frank van Oort is al negen jaar hoogleraar Stedelijke en Regionale Economie aan de Erasmus School of Economics (ESE). Hiervoor werkte hij als onderzoeker bij de Rijksplanologische Dienst (RPD) en bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en als hoogleraar Stedelijke Economie aan de Universiteit Utrecht.
Dankzij deze werkervaring is hij een waardevolle schakel tussen de academische wereld en de overheid. Van Oort: "Beleidsmakers vinden het fijn als complexe dingen simpel kunnen worden uitgelegd. Je moet ook goed luisteren naar je partners. Waar zit die gemeente nou mee? Waarom lukt iets niet? Daar moet je tijd in stoppen."
Welvaart is ook kwaliteit van leven, stelt u. Gezondheid en geluk moet je ook meenemen. Hoe moet je naar economie kijken om kwaliteit van leven te bevorderen?
"Kwaliteit van leven is in principe onderdeel van economie. Maar dat ligt aan je definitie van economie natuurlijk. Heel veel mensen definiëren het als verdienvermogen, financiering en lonen: welvaart. Terwijl we eigenlijk geïnteresseerd zijn in alles wat schaars is en wat mensen gelukkig maakt. Welzijn dus. Dat is ook je woonomgeving en je gezondheid.
Het concept brede welvaart is inmiddels wel gemeengoed bij wetenschappers en beleidmakers. Het CBS en het PBL monitoren indicatoren van brede welvaart. Voor gemeenten, regio's en provincies zijn leefbaarheid, veiligheid en sociale cohesie belangrijke thema's."
U sprak in de Rotterdamlezing van 'afruil', alsof welzijn en welvaart twee verschillende dingen zijn. Kan het een het ander versterken?
"Als we maar goed waarde kunnen toekennen. Bijvoorbeeld aan tijd met het gezin doorbrengen. Dan is een werknemer niet productief voor het bedrijf, maar wel voor de samenleving. Daarom moeten we misschien iets meer meten dan alleen arbeidsproductiviteit. Als je ongelukkig bent, dan wordt je ook minder productief in je bedrijf. Dus we hebben veel meer die balans nodig. Niet alleen tussen werk en privé, maar ook tussen duurzaamheid, inclusie en economische ontwikkeling.
Europa is het continent waar je die balans altijd nog het meest vindt. Maar die komt wel onder druk te staan. Denk aan het rapport van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen, en de Nederlandse pendant ervan in het onlangs verschenen rapport Wennink. Daarin staat dat de EU-economie achterloopt op die van de VS en China. We investeren te weinig in ICT, AI en big data. Een economische wake-up call, maar het zegt nog niet alles over welzijn en beleving."
Hoe werkt u samen met partners aan een mooier Nederland?
"Ik werk met heel veel mensen samen. Binnen de faculteit concentreer ik me op de toegepaste economie. Maar ik werk ook met onderzoekers van ESSB, de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences. Daar werk ik nu bijvoorbeeld mee aan een project over precair werk. We onderzoeken samen met onderzoeksbureau SEOR hoe het komt dat mensen in bepaalde wijken in Rotterdam onder het bestaansminimum zitten ondanks dat ze werk hebben.
Ik werk ook veel samen met andere Erasmus BV's zoals EHERO, de Erasmus Happiness Economic Research Organisation. Ze doen onderzoek op het snijvlak van sociologie, economie en psychologie. Convergence, een samenwerkingsverband van de EUR met het Erasmus MC en de TU Delft, is ook een actieve partner.
Bij het Sociaal Cultureel Planbureau en Platform31 participeer ik in begeleidingscommissies. Ik werk veel samen met de ministeries van Economische Zaken en van Binnenlandse Zaken en doe veel voor gemeenten. Voor de gemeente Rotterdam maken we vanuit de ESE een monitor, de jaarlijkse Economische Verkenning. Aan die van Den Haag hebben we dit jaar ook meegewerkt.
En dan zijn er nog de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag en het samenwerkingsverband van LDE (Leiden, Delft, Erasmus) met veel interesse in stedelijke regionale economie en brede welvaart. Op 15 december verscheen het LDE whitepaper over de toekomst van de economie van Zuid-Holland. Daarin staan interviews met wetenschappers van de drie universiteiten die laten zien hoe groot de rol van onderzoek is bij het oplossen van problemen in de regio."
"Het maakt niet zo veel uit wat voor regering we krijgen, als ze maar tien jaar hetzelfde doen"
Ondernemers Denktank Rotterdam
Hoe doe je dat als samenleving, meer investeren in de mens?
"De mens staat centraal in vrijwel al dat regionale onderzoek. En wij zijn in Nederland welvarend genoeg om ook regio's buiten de Randstad te stimuleren, zoals de net verschenen Nota Ruimte voorstelt, en om aan latere generaties te denken. Maar dat uitvoeren is een politieke keuze.
Verder moet je je realiseren dat problemen altijd een persoonskenmerk en een gebiedskenmerk hebben. Je kunt bijvoorbeeld mensen opleiding in sociaal zwakkere gebieden, maar mensen zijn mobiel. Als ze hun diploma op zak hebben trekken ze weg, terwijl de problemen in hun wijk of dorp blijven.Je zult dus tegelijkertijd ook iets aan die woonomgeving en werkgelegenheid moeten doen.
Ook belangrijk is om de uitgezette koers een tijd te volgen. Ik hoor veel ondernemers waarmee ik afgelopen jaar werkte in de Denktank Rotterdam zeggen 'Het maakt niet zo veel uit wat voor regering we krijgen, als ze maar tien jaar hetzelfde doen'. Ze willen stabiliteit. Investeren in mensen klinkt heel goed maar is daarmee ook complex."
U zegt dat duurzame en inclusieve keuzes geld en een beter leven opleveren voor iedereen op lange termijn, terwijl ze in eerste instantie vaak duurder zijn. Hoe kun je deze keuzes dan toch bevorderen?
"De Italiaans-Amerikaanse econoom Mariana Mazzucato schreef in haar boek Mission Economy over de eerste maanlanding. Iedereen zat destijds voor de tv, maar wat heeft het Apollo-programma nou opgeleverd behalve een wapperende vlag op de maan? Als je er een kosten-batenanalyse op los laat, dan was het toen een kostenpost van een paar miljard. Maar uiteindelijk kregen we er veel voor terug. Zonder het door de NASA voor de maanlandingen ontwikkelde communicatiesysteem zouden we nu bijvoorbeeld niet zo ver zijn op het gebied van telecommunicatie, computers en satellietcommunicatie.
De moraal van het verhaal is dat we niet alles van tevoren goed kunnen inschatten. Dat geldt ook voor hedendaagse 'missies' als de energietransitie en circulaire economie. Die zijn te groot voor individuele bedrijven en zelfs voor alle bedrijven bij elkaar. Mazzucato zegt dart dan de overheid het grootste risico moet nemen met infrastructuur, financiering en wet- en regelgeving. Dat laat onverlet dat ook private partijen moeten investeren en uiteindelijke produceren. Risico nemen moet van beide kanten komen."
Tijdens de Economische Verkenning Rotterdam 2025 werden zorgen geuit over het ontbreken van succesvolle, snelgroeiende bedrijfstakken in de Maasstad. Hoe kunnen we dit probleem volgens u oplossen binnen de brede welvaart-gedachte?
"De regio Rotterdam is inderdaad gespecialiseerd in bedrijfstakken die aan het einde van hun levenscyclus zitten: (petro)chemie, transport en tuinbouw. Amsterdam, Eindhoven en Leiden blinken uit in sectoren die nog aan het begin van hun levensloop staan, zoals de creatieve industrie, de hightech industrie en biotechnologie. Dat kun je niet zomaar overnemen of kopiëren. Maar wat zijn hier dan wel de werkgevers van de toekomst?
De energietransitie noodzaakt tot nadenken over circulaire economie, energieproductie op basis van waterstof, wind en zon, en de verduurzaming van chemie en tuinbouw. Dat is ook opgenomen in de Groeiagenda van de provincie Zuid-Holland. Vanuit de universiteit dragen we daaraan bij met onderzoek naar voorwaarden en verdienmodellen voor bedrijven, en naar de waardering ervan door verschillende groepen mensen."
Wat is de maatschappelijke impact van uw onderzoek en advies?
"Dat er betere besluitvorming tot stand komt over belangrijke maatschappelijke investeringen. Soms is die impact concreter, zoals in het specifieke geval van het onderzoek met ESSB dat er meer mensen uit de armoede komen.
Belangrijk is om te identificeren wat bijdraagt aan de positieve ontwikkeling van brede welvaart. Je moet daarbij ook kunnen aantonen welk beleid niet werkt. En laten zien hoe gemeenschappen door zelforganisatie, zonder direct beleid, veel kunnen verbeteren aan hun sociaaleconomische situatie. Het is een soort ketenreactie die je op gang brengt. Het begint met goede kennis.
Ons onderzoek en advies maken ook impact door een tegengeluid te laten horen bij de vaak positief ingestoken regionale en sectorale beleidsevaluaties. Het is namelijk zelden zo dat iedereen evenveel profiteert van ontwikkelingen of beleid. En dat moeten we - ook ongevraagd - duidelijk maken."
Hoe maak je impact met onderwijs?
"Onderwijs is een belangrijke bron van impact: studenten zijn de toekomstige managers en beleidsambtenaren. Ik geef bijvoorbeeld het vak Economics of Sustainability. Daar zit een case study in van de provincie Zuid-Holland over het investeren in verduurzaming door het midden- en kleinbedrijf. Studenten vinden het heel leuk als zij kunnen bijdragen aan de oplossing van een bedrijfsprobleem en de provincie is blij met het advies.
Naast het reguliere onderwijs geef ik ook college in de Master City Developer (MCD). Dat is postacademisch onderwijs voor mensen die werken aan stedelijke gebiedsontwikkeling bij gemeenten, woningcorporaties en bedrijven. Deze studenten brengen echt de praktijk binnen. De MCD heeft ook een aantal modules die ingaan op brede welvaart. Dat vinden de studenten heel spannend vanwege de subjectiviteit. Er komen vaak meer dilemma's naar voren dan oplossingen, maar dat scherp de kritische denkwijze van de studenten."

U wilt een bijdrage leveren aan het welzijn in steden. Sommige wetenschappers vinden dat wetenschap onafhankelijk en theoretisch moet blijven. Hoe beweegt u zich in dat veld?
"Onafhankelijkheid is een primaire vereiste voor onderzoekers, maar is soms lastig vol te houden. Als ik de vraag krijg 'Kunnen die sjorders in de haven van Rotterdam worden vervangen door automatisering?' denk ik: vraag me liever 'Als die sjorders worden vervangen, wat betekent dat?'. En puur theoretische moet de wetenschap niet blijven. Op een gegeven moment moet je wel mensen of bedrijven peilen of beleid werkt. Dan moeten de macro-economie en de micro-economie elkaar treffen.
Zelf ben ik vooral geïnteresseerd in vragen als waarom werkt die theorie niet?'. 'waarom krijgen we niet de uitkomst die voorspeld is?' en 'voor welke groepen geldt het wel of niet?'. Daar is veel empirisch onderzoek voor nodig. Het liefst hebben we kwantitatieve data, maar je moet kwalitatief onderzoek niet schuwen."
Hoe zien Rotterdam en Nederland er over vijftig jaar uit wat bij u betreft?
"Ik hoop dat Rotterdam dan een meer duurzame en meer inclusieve stad is. Naast dat het nog steeds een economische hub is. Ik vergelijk Nederlandse steden in colleges wel eens met die in China, zoals Shenzhen. Dat is een stad waar enorm veel productie plaatsvindt, en waar bedrijven heel veel toegevoegde waarde opleveren. Maar de leefbaarheid en inclusie gaan daar niet gelijk mee op. Eigenlijk hebben we het hier in Europa nog niet zo slecht, als je het vergelijkt. Dus hopelijk is dat in 2075 nog steeds zo is in Rotterdam en de rest van Nederland, en weten we dat ook te waarderen."
- Professor
- Meer informatie
Lees meer over onze Erasmus Professors
- Gerelateerde content
