Effecten integrale zorg op zorgverleners minder groot dan gedacht

Benjamin Janse

De hoge verwachtingen van de effecten van integrale ouderenzorg op zorgverleners en mantelzorgers zijn grotendeels ongerechtvaardigd. Dat stelt gezondheidszorgonderzoeker Benjamin Janse in zijn proefschrift over de evaluatie van het ‘Walcheren Integrale Zorg Model’ (WIZM). Integrale ouderenzorg kan mantelzorgers beschermen tegen overbelasting en de samenwerking en afstemming tussen zorgverleners kan verbeteren, maar de extra coördinatie en administratieve taken vraagt een aanzienlijke extra tijdsinvestering. Janse verdedigt zijn proefschrift donderdag 26 april 2018 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Kwetsbare oudere mensen ontvangen steeds vaker zorg thuis van zowel professionele formele zorgverleners als van mantelzorgers, of informele zorgverleners, zoals de partner, (schoon)kinderen of buren. Om de samenwerking en afstemming tussen formele en mantelzorgers te verbeteren, worden integrale zorgmodellen ontwikkeld. Een integrale zorg omvat aanpassingen van de bekostiging, organisatie, administratie en verlening van zorg, gericht op het verbeteren van samenwerking en afstemming tussen verschillende typen zorgverleners.

Over de effecten van integrale ouderenzorg op deze zorgverleners bestaat echter nog veel onduidelijkheid, en daarom onderzocht Janse dit met de evaluatie van het WIZM, een integrale zorgmodel gericht op thuiswonende kwetsbare ouderen in Walcheren (Zeeland).

Belasting

Janse laat zien dat het WIZM de ervaren belasting van mantelzorgers verlaagde zonder een grotere tijdsinvestering van hen te vragen. Toch leidde deze niet direct tot een betere gezondheid of kwaliteit van leven, of een hogere tevredenheid met zorg. Hoewel het WIZM de samenwerking en afstemming tussen formele zorgverleners verbeterde, betekende het voor hen ook een aanzienlijk grotere tijdsinvestering door extra coördinatie en administratieve taken. Desondanks had het WIZM geen effect op de werktevredenheid van formele zorgverleners. Ten slotte toont Janse aan dat het WIZM geen grote veranderingen in de verdeling van formele en informele zorg over de tijd teweegbracht.

De promovendus gebruikte een quasi-experimenteel ontwerp met een controle groep en voor- en nametingen na 12 maanden. Data werden primair verzameld met vragenlijsten en uitgebreid onderzoek van patiëntendossiers. Aan het onderzoek deden 377 kwetsbare ouderen, 159 informele zorgverleners en 180 formele zorgverleners mee.

 

 

 

Meer informatie

Marketing & Communicatie ESHPM, T +31 10 408 8878 of E communicatie@eshpm.eur.nl