Bedrijven krijgen te maken met steeds meer Europese regels over verantwoord en duurzaam ondernemen. Bijvoorbeeld over het voorkomen van ontbossing bij de productie van koffie, chocola, soja en palmolie, het beprijzen van CO2-uitstoot in de productieketen of het rapporteren over positieve én negatieve duurzaamheidsimpacts door bedrijven. Vanwege verschillen in onder meer reikwijdte, terminologie en structuur worden deze wetten door bedrijven vaak afzonderlijk geïmplementeerd in beleid en bedrijfsprocessen. Dit zorgt in de praktijk voor onnodige kosten en papierwerk, de perceptie van regeldruk en een afvinkbenadering zelfs bij bedrijven met duurzaamheidsambities. Dit hindert de realisatie van het gemeenschappelijke doel achter deze wetten: de bescherming van mensenrechten klimaat en het milieu tegen negatieve effecten van bedrijfsactiviteiten in internationale waardeketens. Het Pilotproject 'Geïntegreerde implementatie van EU-duurzaamheidwetgeving', uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, laat zien dat het ook anders kan.
Het blijkt mogelijk om de verplichtingen uit EU-duurzaamheidswetgeving te benaderen vanuit één geïntegreerde structuur op basis van het OESO 6-stappenmodel voor gepaste zorgvuldigheid. Of het nu gaat om het beoordelen en prioriteren van risico's of het rapporteren van duurzaamheidsinformatie, de geïntegreerde benadering zorgt voor een meer efficiënte en effectieve implementatie en bevordert daarmee de achterliggende doelen van de wetgeving. Met het Onderwijsinitiatief “SustainEd EUr” slaan onderzoekers, Liesbeth Enneking en Martijn Scheltema van Erasmus School of Law, Karen Maas van het Impact Centre Erasmus, en Albert Veenstra van Rotterdam School of Management, de brug tussen de onderzoeksresultaten en de toepassing daarvan in de praktijk. Via multidisciplinair onderwijs in samenwerking met experts uit de beleids- en bedrijfspraktijk willen zij de volgende generatie young professionals in staat stellen om bedrijven en andere betrokkenen te ondersteunen bij de geïntegreerde implementatie van EU-duurzaamheidswetgeving. Tijdens de Opening Academisch Jaar ontvingen zij voor dit initiatief de EUR Sustainability Award 2026. Liesbeth Enneking, hoogleraar Corporate Responsibility and Sustainability, vertelt ons over de ontwikkeling en het belang van dit initiatief in tijden van geopolitieke onrust en klimaatverandering.
Implementatie van EU-duurzaamheidswetgeving: van compliance naar kansen
Het huidige gefragmenteerde landschap van EU-duurzaamheidswetten kan bedrijven in de praktijk voor lastige keuzes stellen. Bijvoorbeeld wanneer zij te maken krijgen met verplichtingen van verschillende wetten, maar die wetten niet dezelfde risico's prioriteren. Dit kan leiden tot een afvinkbenadering die ten koste gaat van de duurzaamheidsambities van het bedrijf en uiteindelijk de effectiviteit van de wetgeving niet ten goede komt. Hoe zorgen we dan voor een aanpak die écht aanzet tot verantwoord en duurzaam ondernemerschap?
Enneking vertelt: "In het pilotproject laten we op basis van een inventarisatie van overeenkomsten en verschillen tussen de wetten zien dat het internationaal erkende OESO 6-stappenmodel een inherent logische en basis vormt voor de geïntegreerde implementatie van verplichtingen uit een breed palet aan EU-duurzaamheidswetten door bedrijven, ongeacht hun grootte, sector of positie in de waardeketen. Vervolgens hebben we het model ‘doorvertaald’ naar een roadmap met een concrete aanpak voor bedrijven met complexe ketens. Door de implementatie van EU-duurzaamheidswetgeving geïntegreerd te benaderen, ontstaat er ruimte voor bedrijven om de focus te verleggen van compliance met wettelijke verplichtingen en meebewegen met klanteisen naar een proactieve benadering gericht op het gemeenschappelijke doel achter de wetgeving: het voorkomen of beperken van negatieve effecten van de eigen activiteiten of die van ketenpartners op mens, milieu en klimaat. En om de kansen te benutten die dit kan creëren, bijvoorbeeld in de vorm van versterking van het concurrentievermogen en meer veerkrachtige waardeketens in tijden van geopolitieke onrust."
“Maar”, zegt Enneking, "Ondanks het feit dat een geïntegreerde benadering van EU-duurzaamheidswetgeving grote voordelen kan hebben zowel voor de effectiviteit van duurzaamheidsbeleid als voor de bedrijfspraktijk, komt deze niet vanzelf tot stand. Het vraagt om rijksbrede regie, gecoördineerde ondersteuning, een geïntegreerde aanpak ook vanuit het toezicht, en - cruciaal - bewustwording en capaciteitsopbouw bij bedrijven en andere betrokkenen, waaronder hun financiers, accountants en juridisch adviseurs."

Onderwijs als basis voor een toekomstbestendige duurzaamheidsbenadering
Met het Onderwijsinitiatief Teaching Integrated EU Sustainability Legislation: Bridging Law, Policy and Business Practice (SustainEd EUr) streven de onderzoekers ernaar om de nodige bewustwording en capaciteitsopbouw te bevorderen door de resultaten van het pilotproject te integreren in het onderwijs van de Erasmus Universiteit. Enneking: "Op deze manier geven we de volgende generatie juristen, economen en beleidsmakers de kennis en vaardigheden mee om bij te kunnen dragen aan de efficiënte en effectieve implementatie van EU-wetgeving op het gebied van verantwoord en duurzaam ondernemen. Dat is cruciaal in een tijd waarop de roep om regeldrukvermindering vanuit het bedrijfsleven steeds luider klinkt, terwijl tegelijkertijd steeds duidelijker wordt hoe belangrijk en urgent het is om mens, milieu en klimaat op adequate wijze te beschermen tegen de negatieve effecten van economische activiteiten."
De jury van de Sustainability Award 2026 koos unaniem voor het SustainEd EUr initiatief. De jury benadrukte de manier waarop het initiatief maatschappelijke relevantie, interdisciplinariteit, samenwerking met maatschappelijke partners en een aanzienlijk potentieel voor impact buiten de academische wereld weet te combineren. Daarbij was de jury met name te spreken over het feit dat het initiatief erin slaagt om de complementaire expertise en netwerken van Erasmus School of Law, het Impact Centre Erasmus en Rotterdam School of Management te bundelen om een dringende maatschappelijke uitdaging aan te pakken door middel van onderzoek, onderwijs en betrokkenheid van stakeholders. Bovendien vond de jury het potentieel van het initiatief om de uitvoering van Europese duurzaamheidswetgeving in de praktijk te verbeteren en daarmee bij te dragen aan grootschalige duurzaamheidstransities, bijzonder overtuigend.
Enneking: "Ik ben vereerd met deze erkenning, die ik bovenal zie als een bevestiging van het belang van wat we doen. We horen altijd over de 'business case' voor duurzaamheid. Maar er is ook een 'society case' en die is minstens zo sterk én zeer urgent. Effectieve implementatie van duurzaamheidswetgeving beschermt mens, milieu en klimaat, terwijl het ook de regeldruk vermindert en het concurrentievermogen van bedrijven versterkt. Oppervlakkige, gefragmenteerde implementatie die enkel gericht is op compliance dient geen enkel doel. Met dit initiatief willen we de volgende generatie young professionals toerusten om het verschil te zien en beide 'cases' waar te maken."
Samenwerking als driver
Over de interdisciplinaire samenwerking binnen zowel het pilotproject als het onderwijsinitiatief zegt Enneking: "Het pilotproject draait om de effectiviteit van duurzaamheidsbeleid, een complex maatschappelijk thema dat zeer relevant is voor de bedrijfspraktijk maar uiteindelijk ook voor ons allemaal. Een betekenisvolle aanpak van dit soort thema's vraagt om een holistische benadering. Bij de EUR hebben we een voor dit specifieke thema zeer relevante mix van disciplines en daarbij ook een sterke focus op onderwijs en onderzoek met maatschappelijke impact. Door zowel binnen het pilotproject als binnen het onderwijsinitiatief vanuit verschillende disciplines te kijken naar EU-duurzaamheidswetgeving, creëren we nieuwe inzichten over recht, beleid, bedrijfsvoering en ketenmanagement die relevant zijn voor de bedrijfspraktijk en tegelijkertijd bijdragen aan de impact-gedachte die ten grondslag ligt aan de wetgeving. "
Tegelijkertijd vraagt een project gericht op maatschappelijke impact ook om het betrekken van de maatschappelijke actoren die het betreft. Enneking vertelt dat de samenwerking met stakeholders een cruciale rol heeft gespeeld in enerzijds de totstandkoming van de geïntegreerde benadering en anderzijds het vertalen ervan naar de bedrijfspraktijk. "Zonder de samenwerking met onze maatschappelijke partners RBConnect, Future Up en foodFirst en de mogelijkheden die dat schepte voor het ophalen van input van stakeholders over de problematiek en mogelijke oplossingsrichtingen, was het ontwikkelen van een geïntegreerde benadering een puur theoretische exercitie gebleven, met weinig tot geen impact".
Manon Wolfkamp, oprichter en bestuurder van RBConnect, beaamt dit: "Doordat wetenschap en praktijk vanaf het begin met elkaar verbonden waren in het pilotproject, konden we verder gaan dan een theoretische benadering. De inbreng van bedrijven, maatschappelijke organisaties, vakbonden en andere experts stelde ons in staat om de wetenschappelijke kennis van de Erasmus Universiteit verder te ontwikkelen en in de praktijk te toetsen. Zo is een realistische en toepasbare aanpak ontstaan met een stevige wetenschappelijke basis die direct aansluit op de praktijk."
Een blik op de toekomst van duurzaam ondernemen
De intensieve samenwerking met praktijkpartners binnen het pilotproject makt het daarnaast mogelijk om ook binnen het onderwijsinitiatief aansluiting te zoeken bij de praktijk. "We zijn heel blij dat onze projectpartners Future Up, RBConnect en FoodFirst hebben aangegeven dat zij bereid zijn om ook een rol te spelen bij het doorontwikkelen van de uitkomsten van het pilotproject naar onderwijs. Bovendien hebben zich inmiddels ook veel andere organisaties en experts uit de praktijk gemeld die het belang zien van het vergroten van de kennis en vaardigheden van aankomende young professionals op het gebied van verantwoord en duurzaam ondernemen, en die daaraan willen bijdragen."
Op welke manier dit onderwijsaanbod vorm zal krijgen, wordt op dit moment verkend door de initiatiefnemers. Wel staat vast dat het prijzengeld zal worden ingezet voor onderwijskundige ondersteuning bij de ontwikkeling van toekomstbestendig onderwijs over EU-duurzaamheidswetgeving en de implementatie daarvan door bedrijven. En dat binnen dat onderwijs een multidisciplinaire benadering, maatschappelijke impact en een sterke connectie met de beleids-, bedrijfs- en beroepspraktijk centraal zullen staan.
Enneking: "Onze grootste maatschappelijke impact als universiteit ligt in het opleiden van een nieuwe generatie young professionals die constructief-kritisch kunnen reflecteren op de wereld om hen heen, de maatschappelijke status quo niet als vanzelfsprekend aannemen, en het vermogen hebben om een bijdrage te leveren aan het oplossen van maatschappelijke problemen en aan het creëren van maatschappelijke waarde"
- Professor
- Professor
- Meer informatie
Wil je meer lezen over het pilotproject, het onderwijsinitiatief of de 4-pager voor meer detail over de belangrijkste bevindingen, dat kan hier: Expert werkgroep geïntegreerde implementatie EU-duurzaamheidswetgeving | Erasmus School of Law | Erasmus University Rotterdam
- Gerelateerde content
