Faalangst: universeel slechte eigenschap of sleutel tot succes?

Faalangst: universeel slechte eigenschap of sleutel tot

Door: Dana Sisak

Faalangst speelt velen van ons wel eens parten, bijvoorbeeld bij een examen of tijdens een belangrijke presentatie. Bij ondernemers is dat niet anders: ondernemerskeuzes worden soms beheerst door faalangst. Veel ondernemers zien deze faalangst als iets wat moet worden overwonnen. Premier Rutte roept bijvoorbeeld in zijn Koning Willem I Lezing op 1 oktober 2015 Nederlandse ondernemers op minder bang te zijn en een voorbeeld te nemen aan hun Amerikaanse tegenhangers.[1]

Ik beweer dat faalangst kan worden beschouwd en geanalyseerd als een vorm van verliesaversie.[1] Voor wie dergelijke angsten ervaart, weegt verliezen (d.w.z. falen) zwaarder dan winnen (d.w.z. slagen). Beide worden gemeten ten opzichte van een bepaald referentiepunt. Dit referentiepunt is voor een ondernemer in de dop zijn niveau van ambitie.

Anderen stellen daarentegen dat faalangst een krachtige motivator kan zijn. Toen Will Smith, acteur, muzikant en ondernemer, gevraagd werd wat de sleutel tot zijn succes was, bracht hij het gesprek op faalangst. "Ik ben altijd vreselijk bang om te falen …" vertelde hij Parade magazine. "Als ook maar één iemand tegen me zegt dat iets me niet zal lukken, gebruik ik mijn faalangst als brandstof."[2] Welk van deze twee opvattingen is juist? Of, om preciezer te zijn, onder welke omstandigheden kan faalangst inderdaad als motivator fungeren?

Twee belangrijke ondernemersbeslissingen spelen hierbij een rol. Potentiële ondernemers maken eerst een keuze tussen de risico's van het ondernemerschap en de veiligheid van een betrekking in loondienst. Daarna bepalen ze hoeveel ze in hun onderneming willen investeren wat betreft geld, maar ook uren. Samen met toevalsfactoren zoals geluk en de hoeveelheid concurrentie bepalen deze investeringen de kans van slagen van iedere onderneming.

Als we faalangst bezien vanuit verliesaversie, zien we dat het effect van faalangst op de keuze voor het ondernemerschap zonder meer negatief is. Grote faalangst kan mensen ervan weerhouden ondernemer te worden, maar het effect ervan op investeringsbesluiten is minder eenduidig en hangt sterk af van het referentiepunt. Ondernemers met hoge ambitie investeren agressiever als ze meer faalangst hebben, terwijl ondernemers met lage ambitie minder gaan investeren naarmate ze banger worden. Faalangst is dus inderdaad vaak iets wat moet worden overwonnen, maar voor ambitieuze ondernemers kan faalangst de “brandstof” voor succes zijn.

Dat het effect van faalangst op investeringsbeslissingen niet eenduidig is, heeft te maken met het tweeledige effect dat een toename van de faalangst heeft op de prikkels om te investeren. Enerzijds versterkt faalangst de perceptie dat de investeringskosten hoog zijn, waardoor de prikkels om te investeren afnemen. Anderzijds wordt falen pijnlijker, waardoor de prikkels om te investeren en zo falen te voorkomen, toenemen. Ondernemers met hoge ambitie ervaren falen als uitermate pijnlijk, zodat het tweede effect de boventoon voert. Bij ondernemers met lagere ambitie heeft het eerstgenoemde effect de overhand.

Deze inzichten hebben belangrijke implicaties voor het beoordelen van faalangst met betrekking tot ondernemerschap. Wat premier Rutte lijkt te zeggen, namelijk dat faalangst een universeel slechte eigenschap is, is wellicht te kort door de bocht. Wanneer potentiële ondernemers hun angsten overwinnen, leidt dat tot meer ondernemerschap, maar als de ondernemers in kwestie hoge ambitie hebben zal het investeringsniveau mogelijk dalen. Het effect dat deze wisselwerking tussen ambitie en faalangst heeft op investeringen biedt de unieke mogelijkheid om toetsbare voorspellingen te doen, wat zeker verder onderzoek verdient. Wanneer bij een empirische analyse van faalangst geen rekening wordt gehouden met het referentiepunt, leidt dat tot misspecificatie met als gevolg misleidende resultaten.

Deze opinie is gebaseerd op een wetenschappelijke publicatie van Dana Sisak en John Morgan (University of California, Berkeley), getiteld “Aspiring to Succeed: A Model of Entrepreneurship and Fear of Failure” (Journal of Business Venturing, forthcoming).

[1] Zie bijvoorbeeld Kahneman, D. en A. Tversky (1979) "Prospect Theory: An Analysis of Decision under Risk," Econometrica, 47(2), pp. 263-291, van Kahneman, D. en A. Tversky (1992) "Advances in Prospect Theory: Cumulative Representation of Uncertainty," Journal of Risk and Uncertainty, 5(4), pp. 297-323.

CV

Dana Sisak is als universitair docent verbonden aan de capaciteitsgroep Algemene Economie van Erasmus School of Economics en als kandidaat-fellow aan het Tinbergen Instituut. Zij heeft onder meer gestudeerd aan University of California, Berkeley en is gepromoveerd aan de universiteit van St. Gallen, Zwitserland.