Het feest van Rafa

Om een Inburgeringsexamen of een Staatsexamen Nederlands te halen moet je slagen voor de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken. Bij de eerste twee moet je kiezen uit drie antwoorden die geniepig veel op elkaar lijken. Niemand ziet het gruwelijk denkproces, de dood en herrijzenis van goede of foute antwoorden die je hersens in korte tijd verwerken. Jouw zweet wordt niet geroken, je wanhoop niet gezien en je tranen worden niet geteld. Wat telt, is een gevoelloze A,B, of C.

Ik houd van het onderdeel Schrijven. Doorhalingen, nieuwe pogingen, verbeteringen en onleesbare krabbeltjes in de kantlijn. Soms een slachtveld van geamputeerde zinnen en verminkte woorden waartussen je allerlei pogingen herkent om gedachten vorm te geven. Het is een prachtige bron van informatie en speculatie.

Als aanvulling van de zin: ‘Het feest is afgelast omdat...,’ schreef Rafa: ‘er een zelfmoordaanslag was.’ Deze zin had hij vervolgens weer doorgestreept en eronder stond geschreven: ‘het regende.’ Beide aanvullingen zijn grammaticaal goed, toch koos Rafa voor de regen. Was de zelfmoordaanslag geen reden om het feest te stoppen of is zijn kennis zo groot dat hij precies weet wat afgelasten inhoudt, dat een aanslag altijd onverwacht komt en de regen voorspelbaar is? Het feest kan wel of niet doorgaan als er twee straten verder een aanslag is, zolang de bom maar niet op het feest ontploft want dan zou afgelasting zinloos zijn. Misschien besefte Rafa dat hij niet langer in Syrië is maar in Nederland is waar regendruppels vaker vallen dan afgerukte ledematen en de angst voor aanslagen geen deel van het dagelijks leven vormt. Die gedachte zet mij weer aan het denken. Moet ik blij zijn met zijn keuze voor de regen en de streep door de aanslag? Is er een verandering in Rafa’s hoofd, hoe hij zijn situatie nu ziet, of gaat dat te ver? Zijn zin fascineert me.

Vaak hoor ik van cursisten dat als ze al contact hebben met buren of buurtgenoten ze niet zelden het gevoel hebben ergens de schuld van te krijgen. Ze voelen wantrouwen en onbegrip over hun situatie. Het lijkt alsof zij medeschuldig zijn aan het geweld waaraan zij juist hebben getracht te ontkomen, dat ze in plaats van slachtoffer eerder als medeplichtige worden gezien. Je kunt aan een gezicht niet zien welk leed erachter schuilgaat. Nederlanders, zo zeggen ze, beseffen niet altijd wat wij hebben meegemaakt, hoe onzeker ons leven was waarin een aanslag even werkelijk kan zijn als een herfstbui hier.

Overigens schreef Chania dat het feest is afgelast ‘omdat ik niet kan komen’. U kent Chania niet maar ze noemt Matthijs van Nieuwkerk haar vriend en Kader Abdolah, een andere bekende, is een slechte schrijver, dat u het weet. Geen feest zonder haar, zoveel is duidelijk.

Sommige antwoorden passen niet bij de persoon die ze uitspreekt. Bij de aanvulling op de zin: ‘Zij kan niet zingen maar…’, antwoordde Mohamed: “ze wil douchen.” Op die gedachte was ik zelf nooit gekomen en de diepzinnigheid en originaliteit verbaasde me ook omdat ik dit niet achter hem had gezocht. Mohamed is een grote bebaarde en vooral gespierde man van weinig woorden die ik tot nu toe niet heb kunnen betrappen op filosofische wijsheden. Ik moest er even over nadenken en ik zag een beeld van een verdrietig meisje dat rillend het douchegordijn wegschuift maar twijfelt of ze kraan open durft te draaien. Het had iets teders, iets kwetsbaars en dat paste niet bij deze nukkige reus. “Wat ga je eraan doen?,” vroeg ik hem. “Zij mag ook praten in de douche,” zei hij.

  • Piethein Burmanje (Blog)

    Piethein Burmanje (1961) studeerde Geschiedenis in Amsterdam en volgde de lerarenopleiding in Leiden en Utrecht (NT2). Hij werkte als journalistiek medewerker voor NRC-Handelsblad in Brussel en Rotterdam, als publieksvoorlichter voor het Rijksmuseum en als docent NT2 voor Vluchtelingenwerk Nederland. Hij is coauteur van Kleine Mannetjes. Van Alexander de Grote tot Nicolas Sarkozy (Contact, 2012). Sinds 2017 werkt hij als docent NT2 voor het Language &Training Centre van de Erasmus Universiteit Rotterdam.