Current facets (Pre-Master)

Het Nieuwe Publiceren in de Wetenschap

Het Nieuwe Publiceren in de Wetenschap

Internet heeft de manier waarop mensen aankopen doen fundamenteel veranderd. Nu het mogelijk is met een paar muisklikken alle producten die je interessant vindt op je scherm te toveren, levert de traditionele winkel steeds meer terrein in.

Het voordeel direct en ter plekke een gewenst artikel te kunnen keuren legt het af tegen de beperkte keuze die een dergelijke winkel noodgedwongen kan bieden – winkelruimte is duur – en het gemak waarmee de consument nu vanuit zijn leunstoel kan winkelen. Meer aanbod, meer gemak, en vaak nog goedkoper ook. Een grote revolutie.

Iets dergelijks lijkt ook in de universitaire wereld in gang te zijn gezet. Die wereld leeft van publicaties: wie niet publiceert wordt niet gezien en telt niet mee. Van oudsher heerst er dan ook een wat men de ‘publish or perish’-cultuur noemt, publiceer of ga ten onder, en daar is niets mis mee. Door publicaties raken wetenschappers in competitie en dat doet grenzen verleggen. De grote vraag is dan ook: hoe zorg je dat jouw artikel geplaatst wordt? Het liefst niet zomaar ergens, maar natuurlijk in een van de toptijdschriften. Dit zorgt voor aanzien en vergroot ook nog eens de kans op die onderzoeksubsidie die je vorige maand hebt aangevraagd.

Dit is niet eenvoudig, want er zijn maar weinig van dit soort toptijdschriften. Om hun positie te behouden maken ze daarnaast optimaal gebruik van het vraag-en-aanbod systeem: door schaarste te creëren bewaken ze hun merkwaarde. Om die reden plaatsen ze slechts een zeer beperkt aantal bijdragen. Zoals de traditionele winkel moet woekeren met de ruimte die haar ter beschikking staat, is het traditionele tijdschrift gebonden aan een maximumaantal pagina’s en een beperkt aantal nummers per jaar. Er zijn dan ook toptijdschriften die 98% van de aangeboden artikelen weigeren – en daar is men vaak trots op ook.

Dat maakt de spoeling dun. Hoe zorg je dat jouw artikel toch een plaats vindt in een dergelijk tijdschrift? Door topkwaliteit te leveren natuurlijk, maar dat alleen is vaak helaas niet voldoende. Zoals Nobelprijswinnaar Randy Schekman aangeeft: "deze tijdschriften plaatsen weliswaar veel zeer goede artikelen, maar ze publiceren niet alleen goede artikelen. Daarnaast zijn er ook veel andere tijdschriften die goede artikelen publiceren.” De traditionele tijdschriften moeten hun merk beschermen, omdat hun business model gebaseerd is op het verkopen van abonnementen. Daarom zijn ze gevoelig voor trends en het publiceren van high-visibility artikelen. Ze publiceren graag controversiële artikelen die veel publiciteit opleveren. Hierdoor creëren ze bubbels, omdat het regelmatig voorkomt dat deze controversiële claims de test van de tijd niet doorstaan.

Zoals het webwinkelen voor een commerciële revolutie zorgde, zo lijkt de komst van de open access tijdschriften dat te doen voor de universitaire wereld. Dat zijn ‘peer reviewed’ tijdschriften, die online toegankelijk zijn, en dus over een ongelimiteerde ruimte beschikken. Daarnaast worden de publicatiekosten betaald door de auteurs zelf, op het moment dat ze een artikel publiceren, en de community. Dit houdt in dat bovengenoemde perverse prikkels minder aanwezig zijn. Hoe werken ze?

Waar papieren tijdschriften slechts beschikken over een beperkt aantal redacteuren en reviewers, gaat dat bij open access anders: elk tijdschrift is onderverdeeld in een groot aantal disciplines, en die weer in een onnoemelijk aantal subdisciplines. Voor al die subdisciplines worden aparte redacteuren uitgenodigd, experts op hun terrein. Open access tijdschriften zijn daarom niet zozeer disciplinegebonden, zoals hun traditionele tegenhanger, maar veeleer onderwerpgebonden, gespecificeerder. En natuurlijk, wat cruciaal is: door de in principe onbeperkte ruimte kunnen alle artikelen die aan de kwaliteitseisen voldoen – aan die standaard mag natuurlijk niet worden getornd – ook gepubliceerd worden. Ten slotte is het verspreidingsgebied door de gratis toegankelijkheid ook nog eens veel groter. Iedereen mag downloaden en printen wat hij wil. Zet daar eens de dure abonnementen van de traditionele tijdschriften tegenover, waar enkel de universitaire gemeenschap, en dan nog met mate, toegang toe heeft…

Waarom breken de open access tijdschriften nu door? Bovenstaande problemen met het gepubliceerd krijgen van wetenschappelijke artikelen zijn niet van de laatste jaren, ze bestaan al lang. Bovendien weten alle wetenschappers dat het regelmatig voorkomt dat artikelen in minder toonaangevende tijdschriften van hoger niveau zijn dan die in toptijdschriften, en hoe dat komt. Eigenlijk staat de traditionele publicatiecultuur de wetenschap in de weg. Nu de techniek daar de mogelijkheden voor biedt was het wachten op initiatieven om tot een cultuuromslag te komen. Die zien we nu steeds meer. Dankzij de recente Nobelprijswinnaar voor geneeskunde Randy Schekman hebben ze zelfs tot buiten de universitaire wereld bekendheid gekregen. Hij is een campagne begonnen om universiteiten zich minder op de schaarse toptijdschriften te laten richten maar juist open access aan te moedigen. “Zoals Wall Street de bonuscultuur moet zien te doorbreken, die het nemen van risico’s aanjaagt die weliswaar rationeel zijn voor een individu maar schadelijk voor het financiële systeem als geheel, zo moet de wetenschap de tirannie van de toptijdschriften een halt toeroepen", aldus Schenkman. En hij voegde de daad bij het woord door in 2012 eLife op te richten, een open access tijdschrift waaraan verschillende instituten hun medewerking verlenen.

Schekman heeft gelijk: als open access de norm wordt, dan verandert daardoor ook de wijze waarop een wetenschappelijk tijdschrift worden gerund, hoeven onderzoekers minder aan politiek te doen, is er meer ruimte om te publiceren en staat plotseling de wetenschap voorop. Het NWO moedigt overigens ook open access publicaties aan; ze hebben er zelfs subsidies voor. Een nieuw publicatietijd perk is aangebroken.

CV


Willem Verbeke is bijzonder hoogleraar Sales en Account Management en verbonden aan de capaciteitsgroep Bedrijfseconomie van de Erasmus School of Economics. Daarnaast is hij oprichter van het Instituut voor Sales & Account Management. De onderzoeken van Verbeke richten zich onder meer op zelfbewuste emoties (bijvoorbeeld gêne) en toepassing van neuro-economics.


Wouter van den Berg studeerde bedrijfseconomie aan de Erasmus School of Economics en Neuro Wetenschappen aan het Erasmus MC. Hij promoveert op neurowetenschappen en economie en maakt daarbij gebruik van onder meer endocrinologie, fMFRI en genetica.

Meer informatie

Literatuur: http://www.theguardian.com/commentisfree/2013/dec/09/how-journals-nature-science-cell-damage-science