Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie hebben een handelsdeal bereikt

Reformatorisch Dagblad
Erasmus School of Economics

Na een aantal weken van hectische onderhandelingen onder druk van een naderende deadline, is men het op 24 december eindelijk eens over een handelsakkoord. Vanwaar kwam alle drukte en wat betekent dit akkoord? In een artikel van het Reformatorisch Dagblad geeft Bas Jacobs, hoogleraar overheidsfinanciën en economisch beleid aan Erasmus School of Economics, commentaar op de nieuwe handelsdeal. 

Volgens Jacobs is iedere deal beter dan geen deal: 'De schade zou niet te overzien zijn geweest als er geen deal was bereikt'. Nederland zou relatief gezien een van de grootste verliezers geweest zijn van een no-deal Brexit, aangezien Groot Brittannië onze op twee na belangrijkste handelspartner is, na Duitsland en België. Hoewel het bereiken van een handelsverdrag dus een beter alternatief is dan niets, is de Brexit nog steeds een grote zonde, volgens Jacobs: 'Dit laat onverlet dat het een ongelooflijk stom idee is om uit de EU te stappen. Brexit blijft een treurige beslissing die economisch niet is uit te leggen'.

Effecten

Voor Nederland is in het bijzonder één clausule onder de aandacht gebracht, namelijk de bepaling omtrent de visserij. Toen het Verenigd Koninkrijk onderdeel was van de Europese Unie, mochten Nederlandse visserijen onder de regelgeving van de toen geldende verdragen gebruik maken van een flink deel van de wateren van het Britse eiland. Onder de huidige omstandigheden eisen de Britten hun wateren terug, wat een flinke beperking inhoudt. De Nederlandse visserijen verliezen zo een groot deel van hun terrein, en dus omzet.

Een andere bepaling die de aandacht trekt, is een clausule aangaande handelsbarrières en het opleggen van importheffingen. Een van de belangrijkste doelen van het verdrag is bewerkstelligen dat beide partijen gegarandeerd vrije toegang blijven behouden tot elkaars markten. Echter, vanwege deze clausule wordt het mogelijk om beperkingen op te werpen in het geval van onenigheden. Dit maakt het verdrag een stuk minder stabiel, aangezien de subjectieve term 'onenigheid' ertoe leidt dat de vrije toegang tot elkaars markten overgeleverd is aan de grillen van de politiek en de steeds wisselende sentimenten hierin. Voor je het weet is het verdrag alweer opgebroken en zit men weer aan de onderhandelingstafel.

Een week voor het begin van 2021 hebben de EU en het VK elkaar dus gevonden. Echter, het Europese Parlement moet, evenals het Britse parlement, het verdrag wel nog ratificeren. Vanwege een bepaling in het handelsakkoord kan dit na ingang van het verdrag nog gedaan worden: zo zullen de afspraken in kracht gaan op 1 januari 2021, waarna beide partijen met terugwerkende kracht kunnen instemmen met het akkoord.

Meer informatie

U kunt het artikel van het Reformatorisch Dagblad, 24 december 2020, hier lezen.