Hoe de ‘pretbox’ laat zien dat het fiscaal stelsel kapot is

NRC

Bas Jacobs, hoogleraar Publieke Economie en Sijbren Cnossen, emeritus hoogleraar fiscaal recht aan Erasmus School of Economics, hebben een boek gepubliceerd over het Nederlandse belastingsysteem in december 2019. Aangezien het onderwerp nog steeds van groot belang is, heeft het NRC een aantal van de belangrijkste punten van het boek uitgelicht in een artikel.

Sinds de implementatie ervan in 2001, heeft Nederland te maken met een fiscaal stelsel dat opmerkelijk onevenwichtig blijkt te zijn. Het stelsel van regelgeving bevat namelijk regelingen die gebruikt kunnen worden door fiscalisten om het betalen van belasting te omzeilen. Het systeem is erg complex, met duizenden pagina’s aan regels en uitzonderingen op deze regels. De opbouw van de wet inkomstenbelasting is geschoeid op ‘boxen’: in box 1 is inkomen uit werk en woning belast, in box 2 inkomen uit aanmerkelijk belang (minstens 5% van de aandelen in een onderneming) en in box 3 inkomen uit vermogen. Dit is echter een grove schets: in werkelijkheid zijn er vormen van vermogen die niet in box 3 worden belast, en is inkomen onder te brengen in meerdere deelcategorieën die allemaal weer een ander tarief kennen. Met de hulp van fiscalisten kunnen vermogende mensen dus gebruik maken van het systeem en zo ‘schuiven’ met hun vermogen om een zo laag mogelijke belastingdruk te realiseren.

Pretbox

Het totale vermogen van de Nederlandse bevolking is ongeveer 2900 miljard euro. 80% van dit vermogen is onder te brengen in drie categorieën van vermogen: 1300 miljard euro zit in pensioenen, nog eens 1300 miljard euro in de huizenmarkt en 400 miljard euro in ondernemingen. Deze 400 miljard euro in ondernemingen wordt veelal gezien als weinig interessant, maar dit is waar een groot deel van de fiscale tovenarij plaatsvindt. Deze 400 miljard euro zit in box 2 en wordt dus belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. Fiscalisten hebben box 2 omgedoopt tot de ‘pretbox’, omdat de wetgeving omtrent box 2 voorziet in gunstige regelingen die kunnen leiden tot structuren die minimale belasting mogelijk maken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om geld te ‘lenen’ van je eigen bedrijf, hoewel dit voornamelijk een fiscale fictie is. Zo zijn er bijzonder veel ondernemingen waarvan één iemand directeur-grootaandeelhouder is en al het kapitaal heeft ingebracht. Dit houdt in feite in dat iemand van zichzelf leent, maar dan met behoud van een fiscaal gunstig belastingtarief. Een tweede voorbeeld heeft te maken met schenken en erven. Afhankelijk van het bedrag en de verhouding tussen schenker en ontvanger kan het belastingtarief oplopen tot ongeveer 40 procent. Echter, als vermogen geschonken wordt in het kader van de regeling bedrijfsopvolging, is het mogelijk om veel goedkoper vermogen over te dragen. Het CPB heeft geraamd dat de gemiddelde belastingdruk bij bedrijfsopvolging slechts 1,1% is.

Ontwrichting van de economie

In hun boek over het Nederlands fiscaal stelsel leggen Jacobs en Cnossen uit waarom de belasting op vermogen onder het huidige stelsel zowel inconsistent als onlogisch is. Volgens Jacobs verstoort de Nederlandse overheid met deze wijze van belasten de optimale verdeling van risico en kapitaal in de economie: ‘Door de veelheid aan grondslagen en tarieven lokt de overheid belastingarbitrage uit: verschillende vormen van vermogen kunnen relatief eenvoudig in elkaar worden omgezet om zo de laagste belastingdruk te realiseren, bijvoorbeeld via allerhande constructies met bv’s in box 2’. Berekeningen van Jacobs laten zien dat de belastingtarieven op alle belastingschijven met 8 à 9 procentpunt naar beneden kunnen worden bijgesteld als alle subsidies op eigen woning en pensioenopbouw worden afgeschaft. Vanwege alle verschillende fiscale regimes ervaart de Nederlandse economie een welvaartsverlies en is de economie vatbaarder voor conjunctuurschommelingen.

Om deze welvaartsverliezen te voorkomen, stelt Jacobs voor om de belasting op vermogen volledig te saneren: alle vormen van vermogen zouden tegen hetzelfde tarief belast moeten worden. Zo wordt arbitrage onmogelijk, aangezien schuiven naar een ander tarief niet meer zou kunnen. Echter, Jacobs wijst wel op de weerstand die het veranderen van het stelsel met zich mee zou brengen. Aangezien een groot deel van de fiscalisten zelf ook belang heeft bij de instandhouding van de huidige regeling, zullen beleidsmakers te maken krijgen met een sterke lobby aan belanghebbenden die elk mogelijk argument in stelling zal brengen om een verandering te voorkomen. Het belangrijkste begrip bij deze aanpassing is dan ook geleidelijkheid: verander het systeem geleidelijk aan naar een uniforme set regels.

Meer informatie

U kunt het boek over het belastingstelsel hierboven downloaden; het artikel van NRC, 27 november 2020, kunt u hier lezen.