Hoe leid je een filantropische organisatie?

Hoe leid je een filantropische organisatie?

Hoe kunnen filantropische organisaties zeker weten dat hun strategische beslissingen het belang van hun donateurs en doelgroep dienen? Voor het antwoord op die vraag onderzocht bedrijfskundige Pushpika Vishwanathan 34 Nederlandse filantropische organisaties. Het proefschrift biedt deze organisaties een leidraad voor het verbeteren van hun corporate governance-beleid, met aandacht voor de belangen van alle stakeholders. Vishwanathan verdedigt haar proefschrift op 23 juni 2016 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Filantropische organisaties zijn, als het op corporate governance aankomt, een geval apart. Hun stakeholders zijn anders dan die van bedrijven en van andere non-profitorganisaties en bij de belangenbehartiging van hun stakeholders doemen ook andere problemen op.

Eigenaarschap
Filantropische organisaties worden gefinancierd door donateurs. Hun belangen vertalen naar beleid is moeilijk. Donateurs zijn niet altijd communicatief, zichtbaar of benaderbaar, ontdekte Vishwanathan. Ze zijn soms overleden, of willen anoniem blijven, en de grote groep kleine donateurs wil of kan niet bij het beleid betrokken worden.

Begunstigden
Filantropische organisaties leveren gratis diensten en producten aan hun 'klanten', hun begunstigden. Er zijn geen verkoopcijfers en begrijpen wat de begunstigde wil kan bemoeilijkt worden door taalbarrières of de grote afstand. Soms is niet goed vast te stellen wie bij die groep begunstigden hoort. Sommige doelgroepen kunnen helemaal niet communiceren, zoals bij natuur- of dierenbeschermingsorganisaties. De belangen van deze doelgroepen kunnen ondergesneeuwd raken.

Vier types
Vishwanathan hield groepsdiscussies met leden van de filantropische organisaties en bestudeerde hun jaarverslagen en websites. Daaruit blijkt dat de mate waarin donateurs en doelgroepen betrokken kunnen worden bij het besluitvormingsproces, zeer uiteenloopt. Hetzelfde geldt voor de evaluatie van beslissingen. De promovendus deelde de filantropische organisaties in viertypes in, op basis van de betrokkenheid van hun donaterus en doelgroepen.

Het evenwicht herstellen
Organisaties met donateurs en begunstigden met een lage mate van betrokkenheid, ‘free spirits', dreigen de belangen van donateurs en begunstigden uit het oog te verliezen. Vishwanathan adviseert hen actiever informatie te vergaren en actief te onderzoeken wat hun stakeholders willen.

Filantropische organisaties die erg op hun donateurs gericht zijn, 'gold minders', lopen het risico dat hun doelstelling bepaald wordt door hun financieringsmogelijkheden. De belangen van de doelgroep verdwijnen naar de achtergrond. Dit leidt er uiteindelijk toe dat er geld verdwijnt naar projecten die niet in het belang van de doelgroep zijn. Vishwanathan raadt dergelijke organisaties aan het machtsevenwicht te herstellen door hun donateursbestand te vergroten. Ook kunnen ze de programma-afdeling loskoppelen van de fondsenwerving.

Zeer betrokken donateurs en doelgroepen stellen de bestuurlijke beslissingen van ‘peace keepers' voortdurend ter discussie. Dat leidt onvermijdelijk tot lange onderhandelingen en compromissen. Organisaties kunnen dit tegengaan, en vasthouden aan hun doelstellingen, door de besluitvorming op één locatie te laten plaatsvinden, in plaats van in diverse lokale vestigingen. De bemoeienis van hun stakeholders zal hierdoor afnemen.

Als de doelgroep de dienst uitmaakt
Tot slot geven ‘caregivers’ hun zeer mondige doelgroepen veel zeggenschap bij de besluitvorming. Het risico daarbij is dat er projecten worden opgestart waarvoor donateurs zich niet interesseren. Vishwanathan stelt dat zorgverleners de betrokkenheid van donateurs kunnen verbeteren door gedetailleerde jaarverslagen te verstrekken en certificering voor goed bestuur aan te vragen. Zo informeren ze bovendien hun donateurs beter over hun activiteiten, concludeert Vishwanathan.

RTEmagicC_promovendafilantropie.png
Meer informatie

Ramses Singeling, Media Officer  RSM, T (010) 408 2028, E singeling@rsm.nl