‘Kennis is niet langer de essentie van een uni.’ Prof. Isabelle Reymen over challenge-based leren

Rob Stork

In innovation Space aan de Technische Universiteit Eindhoven werken studenten van verschillende disciplines samen aan uitdagingen uit de maatschappij die aansluiten bij hun interesses en motivatie. Aan het hoofd staat Isabelle Reymen, zij nam in maart de eerste prijs voor de Hoger Onderwijspremie in ontvangst voor haar werk met innovation Space en is tevens lid van de adviesraad van Impact at the Core. We spreken haar over challenge-based leren en de veranderende student. "Ze kunnen heel veel vanuit hun passies, zo wordt het leuk om te leren."

 

U bent onderdeel van de adviesraad van Impact at the Core, mede door uw werk met innovation Space aan de TU/e. Kunt u daar eens in het kort over vertellen?

“We bieden bij innovation Space bijvoorbeeld een interdisciplinair bachelor eindproject aan. Studenten van verschillende disciplines werken vanuit alle kanten aan een grotere challenge. Aan het begin komen challenge owners hun probleem pitchen. Dat zijn bedrijven en instanties van binnen én buiten de Brainport Eindhoven regio. De studenten kiezen vervolgens waar ze aan willen werken; sommigen vinden energie leuk, andere gaan bijvoorbeeld richting smart mobility of artificial intelligence.”

“innovation Space is een leercentrum voor onderwijsinnovatie, een expertisecentrum voor challenge-based learning en studentondernemerschap. We zijn online actief, en hebben ook een plek op de campus, een centraal gebouw. Het is een open community waar kennis wordt uitgewisseld door studenten, onderzoekers, kunstenaars, het bedrijfsleven, ontwerpers en maatschappelijke organisaties.”

“Ik zal je een voorbeeld geven van een project waar onze studenten aan werken. De European Space Agency (ESA) kwam met de meest open challenge die we hebben: doe iets nuttigs voor de maatschappij met satellietdata. In Nederland is die data gratis voor ondernemers, maar niet iedereen weet dat. Onze studenten zijn aan de slag gegaan met het monitoren van zeewierboerderijen op de Noordzee. Normaal gesproken moet je met duikers en andere experts op een bootje naar zo’n boerderij om te kijken of de plantjes goed groeien. Dat kost tweeduizend euro per keer. Nu kunnen ze met een app vierentwintig uur per dag het zeewier in de gaten houden. Je moet er maar opkomen! Ze hebben het helemaal uitgewerkt, dat is supermooi om te zien!”

Hoe profiteren studenten van challenge-based onderwijs?

“Studenten zijn veranderd. Dat is écht zo. Velen willen iets met duurzame energie, of meer algemeen een bijdrage leveren aan een betere wereld. Je ziet dat ze impact willen hebben, dat zit er diep in. Vanuit hun passies kunnen ze heel veel, en wordt het leuk om te leren. Daar moeten we het onderwijs op aanpassen. Niet meer een docent, een vak en alleen maar zenden, maar een docent die coacht en die het leren van de studenten centraal zet. En dat leren doen ze met veel plezier als ze het vanuit een intrinsieke motivatie kunnen doen. De student leert te leren. Ze gaan hun eigen leerdoelen bepalen en kijken als team: waar ben jij goed in, waar ben ik goed in, hoe kunnen we onze gezamenlijke kennis gebruiken om iets goed te doen? Zo krijgen ze veel meer weet van hoe de buitenwereld werkt, en hoe om te gaan met onzekerheid. De projecten en uitkomsten liggen niet van tevoren vast, daar moet je mee leren omgaan. Dat is een veel betere voorbereiding op de arbeidsmarkt, waar ze anders nog niet veel mee in aanraking komen.”

“Je ziet ook dat het bedrijfsleven dat graag wil. Werkgevers zijn niet meer alleen op zoek naar bijvoorbeeld een werktuigbouwer; ze zoeken mensen met een entrepreneurial mindset, die kunnen samenwerken en op systeemniveau kunnen nadenken. Daarvoor is het belangrijk dat ze expertise hebben in de diepte, maar ook in de breedte. Dat zat nog niet sterk genoeg in het onderwijs.”

Bart van Overbeeke

Hoe faciliteer je dit type onderwijs?

“Coaching, dat is evident! Zoals ik al aangaf: het is geen kwestie meer van alleen maar zenden. Je kunt nog wel kennismodules aanbieden, maar eigenlijk niet eens meer in een vaste volgorde; studenten bepalen zelf wanneer ze welke kennis nodig hebben. Om ze daarbij te begeleiden hebben we coaches uit het bedrijfsleven, hybride docenten die in de eerste weken proberen te balanceren: wanneer laat je ze los en wanneer trek je ze weer uit de modder?”

“Er wordt veel gefaald, het is eigenlijk constant falen. Het team met de zeewierboederij waar ik het net over had, had vanaf het begin een redelijk duidelijk idee. Die zijn een heel eind gekomen met de stakeholders en hebben van alles voor elkaar gekregen. Maar je ziet ook vaak dat groepen tot twee weken voor het einde van het project nog van koers veranderen. Dat wordt gewoon begeleid door de coach, en het maakt ook niets uit: die studenten kunnen misschien nog meer geleerd hebben dan een groep die alles in één rechte lijn heeft uitgevoerd.”

“We zijn ook bezig met het opzetten van train de trainer cursussen om meer coaches op te kunnen leiden. Daarvoor gaan we de huidige coaches observeren om te zien hoe zij het aanpakken. We weten dat het werkt, want een aantal vakken heeft al vijf keer gedraaid en er komen heel goede dingen uit. Dat is dus goed nieuws: docenten zijn nog steeds key, maar dan wel op een heel andere manier.”

Waarom is challenge-based onderwijs juist nu zo in opkomst?

“De grote vraagstukken van onze tijd zijn niet meer op te lossen met alleen maar elektrotechniek of technische bedrijfskunde; ze zijn complexer en vragen inzet van meerdere disciplines. Zulke grote maatschappelijke uitdagingen moeten in een quadruple helix worden opgelost: met overheden, bedrijven, gebruikers en kennisinstellingen samen. Als je de wereld wilt verbeteren begin je bij het onderwijs, daar moet je studenten leren om zaken anders te doen, om interdisciplinair samen te werken.”

“De ene student heeft iets met sport, anderen hebben een ernstig zieke oma voor wie ze iets willen kunnen betekenen. Ze denken: hier wil ik iets aan bijdragen. Ons onderwijs moet daarop aansluiten, zodat zij vanuit een intrinsieke motivatie ergens aan kunnen werken, en ondertussen kunnen leren. Challenge-based leren is een antwoord vanuit het onderwijs op die veranderende student en de veranderende samenleving.”

“Onze studenten zijn digital natives. Twee uur in een college naar enkel kennisoverdracht luisteren is gewoon supersaai, wie gaat dat nou nog doen? In de collegebanken zitten zonder enige interactie is niet de toekomst. Als wij als universiteiten niets doen, bestaan we over tien jaar niet meer, want dan heb je Google Academy of wat dan ook; je kunt overal certificaten halen. Voor kennis heb je geen universiteit meer nodig. Wat is dan onze functie, waar zit dan wél de essentie?”

Kan dit op een algemene universiteit net zo makkelijk worden ingebouwd als op een technische universiteit?

“Wat altijd kan, is interdisciplinair samenwerken. We moeten er wat mij betreft ook voor openstaan om als universiteiten samen te werken. Zo kan ik me ook best voorstellen dat wij een challenge definiëren waarbij studenten van de EUR aansluiten. Of andersom, het maakt me niet zoveel uit wie de kar trekt. Het model van iets als een innovation Space kan niet één-op-één gekopieerd worden, maar het idee van challenge-based leren wel. Ik denk trouwens wel dat de centrale structuur die we hier kennen op de TU het makkelijker maakt om dit soort projecten te draaien, maar dat neemt niet weg dat innoveren altijd kan.”

“Assessment is nog wel een issue; hoe beoordeel je challenge-based leren? Het probleem is dat we veel beoordelingen nog op de oude manier doen met vooral cijfers voor rapporten, terwijl studenten op competenties leren en vooruitgaan. Dat matcht nog niet.”

“Ook wil ik individuele leerpaden mogelijk maken. Een curriculum staat nu vaak nog heel vast, met accreditatie en leerdoelen per opleiding. Ik sprak laatst een vrouw, zij had zelf scheikunde gestudeerd en werkt nu bij elektrotechniek samen met wiskunde voor haar onderzoek naar zonnecellen. Je ziet het al: mensen maken hun eigen combinaties van vakgebieden, en zijn zo expert op een unieke combinatie van domeinen. Waarom kan dat alleen na je studie, en moet je eerst helemaal elektrotechniek of scheikunde studeren? Je moet ook als student kunnen zeggen: ik wil aan de slag met sustainable energy en ik zoek zelf de juiste combinatie van scheikunde en elektrotechniek om een pad te vormen. Zo leer je enorm veel. Ik denk dat dat de toekomst is, maar misschien niet voor morgen al.”

Meer nieuws

Meer informatie

Impact at the Core

De EUR wil met haar onderwijs een positieve maatschappelijke impact maken. Met die ambitie in gedachten bouwt Impact at the Core aan vakken en studieprogramma's waarbinnen studenten werken aan de complexe uitdagingen van onze tijd, samen met professionals en medestudenten uit alle richtingen. Samen zoeken ze naar de kern van de problematiek en bestuderen deze vanuit meerdere perspectieven, om zo de bouwstenen voor oplossingen te kunnen ontwerpen. De studenten werken aan hun kennis en onderzoeksvaardigheden, en ontwikkelen tegelijkertijd de twenty-first century skills die nodig zijn voor het oplossen van maatschappelijke problematiek. Impact at the Core ondersteunt, financiert en ontwikkelt initiatieven voor impactgedreven onderwijs.