Kijk voor effectief innoveren verder dan de R&D-afdeling

Kijk voor effectief innoveren verder dan de R&D-afdeling

Bij innovatie wordt vaak gedacht aan de technologische kant van innovatie. Het proefschrift van Kevin Heij van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) biedt meerdere nieuwe inzichten hoe het kan lonen om verder te kijken dan alleen technologische innovatie. Zijn onderzoek laat zien dat ook niet-technologische innovaties, zoals co-creatie, een waardevolle aanvullende bron kunnen zijn van concurrentievoordeel.

Bij innoveren denken veel mensen aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) van producten en diensten. Maar organisaties kunnen hun assortiment ook op andere manier succesvol vernieuwen, in vorm van managementinnovatie, co-creatie en businessmodel-innovatie, stelt Heij.

Voor zijn proefschrift onderzocht Heij in hoeverre het rendement van R&D-investeringen afhankelijk is van innovatieve manieren van managen en organiseren, oftewel managementinnovatie. De resultaten van zijn onderzoek laten zien dat bedrijven met veel R&D-investeringen meer radicaal nieuwe product- en dienstinnovaties realiseren wanneer ze daarnaast óók veel managementinnovatie toepassen.

 

Co-creatie

Volgens Heij speelt bij al deze vormen van ‘exploitatieve innovatie’ de grootte van het bedrijf een rol: grotere organisaties dienen meer te waken dat ze geen halve managementmaatregelen introduceren.

Daarnaast is er co-creatie, innoveren met de klant in plaats van alleen voor de klant. Dit geniet de laatste tijd meer aandacht als bron van concurrentievoordeel. Heij constateert dat co-creatie met klanten leidt tot meer radicale product- en dienstinnovaties, maar dat er een bovengrens zit in hoeverre het bijdraagt aan deze vorm van product- en dienstinnovaties. Op een bepaald moment is de relevante kennis uitgewisseld en stokt de innovatie. De radicale productinnovaties, waar meer ‘out of the box denken’ voor nodig is, gedijen juist goed bij een toenemende kennisuitwisseling.

In zijn proefschrift beschrijft Heij tenslotte onder welke voorwaarden businessmodel-innovatie succesvol kan zijn. Heij onderscheidt hierbij twee basistypen: replicatie en vernieuwing. Replicatie van het bestaande businessmodel heeft betrekking op het verfijnen en opschalen van een bestaand model, bijvoorbeeld door vergelijkbare, maar geografisch verschillende markten te betreden. Businessmodel-vernieuwing heeft betrekking op de introductie van een nieuw model buiten de kaders van het oude model. Heij ontdekte dat de omgevingsdynamiek een belangrijke contextuele variabele is: Businessmodel-replicatie heeft bij de meeste bedrijven een positief effect op de prestaties, maar wanneer een bedrijf opereert in een dynamische markt is dat effect kleiner. In zulke dynamische omgevingen draagt vernieuwing van het business model juist wel vaak bij aan de bedrijfsprestaties..

Over het onderzoek
Het promotieonderzoek van Heij werd uitgevoerd binnen het Erasmus Doctoral Programme, georganiseerd door het Erasmus Research Institute of Management (ERIM), het gezamenlijk onderzoeksinstituut van de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit (RSM) en de Erasmus School of Economics (ESE) aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Meer informatie

Voor nadere informatie over dit persbericht en RSM kunt u contact opnemen met Ramses Singeling, Media Officer voor RSM op +31 10 408 2028 of per e-mail op singeling@rsm.nl.