Liberalisering nutsvoorziening leidt tot minder overstappers

Liberalisering nutsvoorziening leidt tot minder overstappers

Als mensen meer keuze hebben in de levering van publieke nutsvoorzieningen zoals elektriciteit, stappen ze niet eerder, maar juist minder snel over naar een andere aanbieder. Er zijn te veel keuzes (‘choice-overload’). Dat blijkt uit promotieonderzoek van bestuurskundige Sebastian Jilke naar de gevolgen van liberaliseringen in de nutssector. In complexe markten blijven mensen bij hun aanbieder, ook als de dienstverlening slecht is.  De vraag is dan ook of mensen in staat zijn de juiste aanbieder te selecteren. Jilke verdedigt zijn proefschrift vrijdag 20 maart 2015 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De afgelopen decennia zijn in de Europese Unie publieke nutsvoorzieningen als elektra, water en telefonie geliberaliseerd. De nutssector werd opengesteld voor concurrentie tussen meerdere publieke en private dienstenaanbieders. Deze aanbieders zouden dan met elkaar gaan concurreren om klanten. Het doel was dat burgers in hun nieuwe rol als klanten betere diensten voor lagere prijzen zouden ontvangen.

Beslissingen
In zijn proefschrift ‘Essays on the Microfoundations of Completion and Choice in Public Service Delivery’ kijkt Jilke naar de beperkingen rond de invoering van deze liberaliseringen. Ook nam hij de daaraan ten grondslag liggende aannames onder de loep over de manier waarop burgers zich gedragen op geliberaliseerde en steeds complexere markten voor publieke dienstverlening.

Nemen burgers werkelijk volledig rationele en geïnformeerde beslissingen in de nutssector waar concurrentie en keuze zijn ingevoerd? En zijn er verschillen tussen potentieel kwetsbare groepen (degenen die in economische uitwisselingsrelaties aan het kortste eind trekken) en de rest?

Minder overstappers
Aan de hand van verschillende onderzoeksmethoden, zoals grootschalige experimenten en opiniepeilingen in 27 EU-lidstaten, stelde Jilke vast dat burgers, als ze meer keuze hebben in de levering van publieke nutsvoorzieningen, juist minder snel naar een andere aanbieder zullen overstappen. Dit is een verschijnsel dat wordt aangeduid als ‘overdaad aan keuze’ (‘choice overload’). Het duidt erop dat, wanneer markten te complex zijn, mensen die te maken krijgen met een slechte dienstverlening niet overstappen, maar vast komen te zitten aan de aanbieders waarvan ze gebruik maken. Het is volgens Jilke derhalve de vraag of burgers inderdaad altijd in staat zijn het dienstenaanbod te vinden dat het beste aansluit bij hun wensen en behoeften.

Voortbouwend op deze bevindingen toont de promovendus aan dat potentieel kwetsbare groepen burgers (vooral lager opgeleiden) minder snel naar een andere aanbieder zullen overstappen, ook al zijn ze ontevreden met de dienstverlening. Dat zou een ernstige bedreiging zijn van het gelijkheidscriterium van het Europees sociaal model, dat immers ten grondslag ligt aan de levering van publieke nutsvoorzieningen in de EU.

Welvaartsverschillen tussen potentieel kwetsbare groepen en de rest bleken echter geen rol meer te spelen zodra er gemiddeld sprake was van veel overstappers op nationale markten. Dit wijst erop dat liberaliseringen uiteindelijk wel werken, maar alleen nadat er op markten die voor concurrentie zijn opengesteld op nationaal niveau meer overstappers zijn gekomen.

Meer informatie

Marjolein Kooistra, persvoorlichter FSW, (010) 4082135 of kooistra@smc.eur.nl