Meten is weten, maar niet voor iedereen

Meten is weten, maar niet voor iedereen

Publieke organisaties gebruiken prestatie-informatie maar zelden waarvoor het is bedoeld: om de organisatie efficiënter te maken en het beleid te verbeteren. Als ze dat wel doen, komt dat omdat het past binnen hun organisatiecultuur. Ook wordt dit soms versterkt door min of meer toevallige gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld een leider hebben die erg hecht aan het meetbare prestaties. Succesverhalen van een organisatie in dit opzicht kunnen dus zeker niet overal als recept worden toegepast. Dat stelt Maarten de Jong in zijn proefschrift ‘Why Agencies Budget for Results”. De Jong promoveert donderdag 14 januari 2016 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De Jong onderzocht de invloed van organisatiecultuur op succesvol gebruik van prestatie-indicatoren bij de luchtverkeersleiding en het staatsbosbeheer in Nederland en in de VS. Het is de cultuur van deze organisaties die grotendeels het gebruik van prestatie-informatie verklaart. Hun medewerkers vinden het vanzelfsprekend dat ze informatie rapporteren, net als het ter discussie stellen als de resultaten achterblijven. Daarnaast hebben ‘toevallige’ gebeurtenissen in de geschiedenis van de organisatie, zoals de invloed van een bepaalde leider of een ingrijpende gebeurtenis, soms de nadruk op meetbare prestaties vergroot.

Zeldzaam
De best practices uit zijn cases zijn voorbeelden van de zeldzame gevallen waar prestatie-informatie wel werd gebruikt zoals bedoeld. De Jong selecteerde deze op grond van eerder Nederlands onderzoek, een database van het Witte Huis en gesprekken met onderzoekers en toezichthouders . Veel organisaties in de publieke sector produceren papieren tijgers: ze verzamelen en rapporteren wel veel prestatie-informatie maar gebruiken deze nauwelijks om van te leren.Als medewerkers het nut niet inzien van deze informatie en het wordt ook niet door anderen gebruikt (bv. ministerie of parlement), ontstaat in de ogen van velen een zinloze bureaucratie.

Om in de publieke sector wel op een zinvolle manier prestaties meetbaar te maken, adviseert De Jong om meet- en rapportagesystemen te kiezen die aansluiten bij de professionele maatstaven van de organisatie in kwestie. Bij prestatiegerichte hervormingen moet aandacht zijn voor de organisatiecultuur en het lerend vermogen van organisaties worden aangesproken.

Masterclass
Naar aanleiding van de promotie organiseert het ministerie van Financiën op 15 januari een masterclass Budgeting for Results met hoogleraren uit binnen-en buitenland en Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD).

Over Maarten de Jong
Maarten de Jong is vijftien jaar werkzaam op het gebied van overheidsfinanciën en prestatiemeting, waarvan de laatste acht jaar bij het ministerie van Financiën. Internationaal verleent hij namens de Nederlandse overheid regelmatig technische assistentie bij begrotingshervormingen in Noord-Afrika, Azië en Oost-Europa. Verder is hij af en toe actief als docent, adviseur en onderzoeker voor onder meer de OESO, de Wereldbank en de Europese Commissie.

Meer informatie

Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, T (010) 408 1216 of E press@eur.nl